ECLI:NL:RBDHA:2026:17564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring vreemdeling na eerdere toetsing
De minister heeft op 20 maart 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld in een uitspraak van 7 april 2026. De minister heeft vervolgens een vervolgkennisgeving gedaan om het voortduren van de bewaring te toetsen, waarop eiser beroep heeft ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat de vervolgkennisgeving tijdig is gedaan binnen de wettelijke termijn van 75 dagen na het sluiten van het eerdere onderzoek. Het beroep van eiser dat de kennisgeving prematuur zou zijn, wordt verworpen omdat een eerdere kennisgeving leidt tot een eerdere rechterlijke toets en geen nadeel oplevert.
Eiser stelt ook dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting naar Algerije, onder meer vanwege vermeende lange perioden tussen vertrekgesprekken en gebrek aan motivatie. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende inspanningen verricht, waaronder het aanvragen van een laissez-passer en het regelmatig voeren van vertrekgesprekken. Eiser wordt geacht actief mee te werken aan zijn uitzetting.
De rechtbank ziet geen onrechtmatigheden in het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.