ECLI:NL:RBDHA:2026:17589

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
K/4502/12129691
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J.M. Meester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:43 lid 1 BWArt. 6:74 BWArt. 6:87 BWArt. 6:96 lid 2 sub b BWArt. 6:100 BW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vervangende schadevergoeding wegens gebrekkige dakbedekking en onverschuldigde betaling

De zaak betreft een geschil tussen een opdrachtgever en Dak-Perfect over gebrekkige dakbedekking van een balkon. Na uitvoering van het werk op 13 maart 2025 klaagde de opdrachtgever direct over schade aan kozijnen en gebreken aan de dakbedekking. Dak-Perfect voerde verweer, maar de rechtbank oordeelde dat het werk gebrekkig was en dat Dak-Perfect aansprakelijk is.

De rechtbank stelde vast dat er geen rechtsgeldige oplevering had plaatsgevonden, omdat de opdrachtgever het werk direct na afronding had geklaagd en het veld 'akkoord oplevering opdracht' niet was ingevuld. De gebreken waren aantoonbaar en konden niet worden toegeschreven aan latere omstandigheden. Dak-Perfect was in verzuim omdat zij de gebreken niet binnen de gestelde termijn had hersteld.

De opdrachtgever had de vordering tot nakoming rechtsgeldig omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. De rechtbank kende een bedrag toe van €3.089,13 voor herstel van het dak, €1.149,50 voor herstel van de kozijnen, €907,50 aan deskundigenkosten, €548,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, en €475,00 aan onverschuldigde betaling. Tevens werden wettelijke rente en proceskosten toegewezen. Het verstekvonnis werd vernietigd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Dak-Perfect wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, terugbetaling onverschuldigde betaling, deskundigenkosten, incassokosten en proceskosten met rente.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
JMM / B/C
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 12129691 \ RL EXPL 26-5491
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DAK-PERFECT NL B.V.,
te Amsterdam,
eiser in het verzet,
gemachtigde: A.F.M. Klammers (Tax & Legal Services),
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde in het verzet,
gemachtigde: mr. D. Vink (ARAG).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 december 2025
- het verstekvonnis van 6 januari 2026
- de verzetdagvaarding van 24 februari 2026
- de brief van de rechtbank van 17 maart 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak wordt gedaan.

2.De beoordeling

Inleiding en samenvatting
2.1.
[gedaagde] heeft Dak-Perfect ingeschakeld om haar balkon waterdicht te maken. Een medewerker van Dak-Perfect is het balkon komen bekijken en heeft een offerte gemaakt van € 1.000,00. Op 13 maart 2025 is het werk uitgevoerd.
2.2.
Tijdens het werk is aan Dak-Perfect gebleken dat de buitenunit van de warmtepomp die op het balkon stond, vast was gemonteerd en het niet mogelijk was om hieronder nieuw bitumen aan te brengen. Dak-Perfect heeft daarop aan [gedaagde] meegedeeld dat er meerwerk noodzakelijk was voor een vloeibare coating rondom de buitenunit. De kosten daarvoor bedroegen € 475,00 extra. [gedaagde] heeft aan de medewerkers van Dak-Perfect na afronding van het werk contant € 1.475,00 betaald. Op 13 maart 2025 heeft zij Dak-Perfect gebeld over schade aan de kozijnen en haar daarvoor bij e-mail van 14 maart 2025 aansprakelijk gesteld. Op 19 maart 2025 heeft zij Dak-Perfect in gebreke gesteld en veertien dagen de tijd gegeven om andere gebreken aan de dakbedekking te herstellen.
2.3.
In deze procedure vordert [gedaagde] :
  • dat Dak-Perfect haar een schadevergoeding van € 4.238,13 betaalt, omdat zij de dakbedekking en de schade aan de kozijnen door derden heeft moeten laten herstellen,
  • dat Dak-Perfect haar het onverschuldigd betaalde bedrag van € 475,00 terugbetaalt,
  • dat Dak-Perfect haar deskundigenkosten van € 907,50 betaalt en
  • dat Dak-Perfect rente en kosten betaalt.
2.4.
Dak-Perfect voert verweer.
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat Dak-Perfect de door [gedaagde] gevorderde bedragen grotendeels moet betalen, met rente en kosten. Hierna wordt uitgelegd waarom het verweer van Dak-Perfect niet opgaat en [gedaagde] gelijk krijgt.
Procedureel: Dak-Perfect heeft tijdig verzet ingesteld
2.6.
Dak-Perfect is op 6 januari 2026 bij verstek veroordeeld en op 24 februari 2026 met een verzetdagvaarding tegen het verstekvonnis in verzet gekomen. Het verzet van Dak-Perfect is op tijd ingesteld. Dak-Perfect stelt onweersproken dat het verstekvonnis niet aan haar is betekend en dat haar pas op 11 februari 2026 bekend werd dat er een verstekvonnis was. Zij had vanaf dat moment vier weken om verzet in te stellen (artikel 143 Rv Pro). De verzetdagvaarding is binnen deze termijn uitgebracht. Dit betekent dat Dak-Perfect ontvankelijk is.
Inhoudelijk
Wanneer bestaat een recht op vervangende schadevergoeding?
2.7.
[gedaagde] maakt aanspraak op vervangende schadevergoeding na omzetting. Voor een rechtsgeldige omzetting van een vordering tot nakoming in een vervangende schadevergoeding, is nodig dat 1) sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis, 2) er verzuim is en 3) een schriftelijke omzettingsverklaring is uitgebracht (artikel 6:87 BW Pro).
Het verweer dat het risico op gebreken door oplevering is overgegaan, slaagt niet
2.8.
Dak-Perfect voert als meest verstrekkende verweer dat het risico van gebreken op [gedaagde] is overgegaan doordat zij het werk bij oplevering heeft geaccepteerd, althans dat zij het werk stilzwijgend heeft geaccepteerd door te betalen. Dit verweer slaagt niet. [gedaagde] betwist gemotiveerd dat het werk is opgeleverd. Zij licht toe dat de werknemers van Dak-Perfect na afronding van het werk met haast zijn weggegaan en zij het werk contant moest betalen zonder dat zij al op het dak had kunnen kijken. Ter onderbouwing wijst zij erop dat op de factuur die haar ter plekke door werknemers van Dak-Perfect is overhandigd, het veld “akkoord oplevering opdracht” niet is ingevuld. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Dak-Perfect hier onvoldoende tegenover gesteld. De verklaring ter zitting dat simpelweg vergeten is dit veld in te vullen, acht de kantonrechter in dat verband onvoldoende. Onder deze omstandigheden staat niet vast dat er uitdrukkelijk is opgeleverd. Dat [gedaagde] ter plekke contant heeft betaald, betekent niet dat zij het werk daarmee stilzwijgend heeft aanvaard. Van stilzwijgende aanvaarding is sprake als de opdrachtgever het werk niet binnen een redelijke termijn keurt of weigert (artikel 7:758 lid 1 BW Pro). Het staat echter vast dat [gedaagde] nog op de dag van het werk, 13 maart 2025, telefonisch bij Dak-Perfect heeft geklaagd. Daaruit moest Dak-Perfect begrijpen dat [gedaagde] klachten had over het werk.
1) Het werk van Dak-Perfect was gebrekkig
2.9.
Op grond van de aannemingsovereenkomst had Dak-Perfect de verplichting een dakbedekking te realiseren die voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Dat betekent dat [gedaagde] ervan uit mocht gaan dat Dak-Perfect een dakbedekking zou maken die waterdicht is.
2.10.
[gedaagde] heeft, nadat de medewerkers van Dak-Perfect waren vertrokken, foto’s gemaakt van het dak. Deze foto’s heeft zij voorgelegd aan een deskundige, [naam] van Top Expertise. In zijn deskundigenrapport schrijft [naam] dat op de foto’s essentiële onderdelen zoals kantstroken, opwerking tegen de gevel, aluminium daktrim en loodslabben ontbreken of gebrekkig zijn aangebracht, waardoor het balkon niet waterdicht is. Bovendien is het op het dak aangebrachte materiaal niet vlak en is sprake van blaasvorming. De toegepaste coating is op meerdere plekken niet zichtbaar. Volgens [naam] voldoet het werk niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk en is er een vergrote kans op lekkage.
2.11.
Dak-Perfect erkent dat het werk op de foto’s gebrekkig is, maar volgens haar is de situatie op de foto’s niet de situatie die zij heeft achtergelaten toen zij haar werk op 13 maart 2025 afrondde. Volgens Dak-Perfect is niet uit te sluiten dat de foto’s (veel) later zijn gemaakt en de gebreken zijn ontstaan door latere omstandigheden die niet aan haar zijn toe te rekenen, zoals slecht weer of lopen op het dak door [gedaagde] .
2.12.
De kantonrechter volgt Dak-Perfect hierin niet. De foto’s van de kozijnen zijn al op 14 maart 2025 aan Dak-Perfect gestuurd. De klachten over de dakbedekking heeft [gedaagde] op 19 maart 2025 aan Dak-Perfect gestuurd. Het lag op de weg van Dak-Perfect om naar aanleiding van die klachten zelf bij [gedaagde] gaan kijken. Dat is echter niet gebeurd, terwijl Dak-Perfect niet heeft onderbouwd dat [gedaagde] haar daar geen gelegenheid voor heeft gegeven, zoals zij in de verzetdagvaarding heeft gesteld. Uit de correspondentie kan niet worden afgeleid dat Dak-Perfect heeft aangeboden om te komen kijken. Dat de foto’s van (veel) later dan 14 of 19 maart 2025 zijn, blijkt nergens uit. Daarbij komt dat de deskundige heeft geconstateerd dat verschillende essentiële onderdelen die het dak waterdicht moeten maken geheel ontbreken, zoals een daktrim en loodslabben. Dit kan niet worden verklaard door latere omstandigheden, zoals slecht weer of lopen op het dak. Dak-Perfect heeft dus onvoldoende betwist dat de dakbedekking al bij het aanbrengen op 13 maart 2025 gebrekkig was.
2.13.
Dak-Perfect voert aan dat zij verschillende opties voor uitvoering van het werk aan [gedaagde] heeft voorgelegd en [gedaagde] voor de goedkoopste optie heeft gekozen. Dit wordt door [gedaagde] weersproken. Maar zelfs als vast zou komen te staan dat [gedaagde] voor de goedkoopste optie heeft gekozen, doet dat niet af aan de aansprakelijkheid van Dak-Perfect voor de gebrekkige dakbedekking. Ook bij de goedkoopste optie moest het dak waterdicht worden gemaakt. Op Dak-Perfect rustte bovendien de verplichting om te waarschuwen voor fouten in de opdracht die zij kende of redelijkerwijs moest kennen (artikel 7:754 BW Pro). Dak-Perfect had redelijkerwijs moeten weten dat niet om de buitenunit heen gewerkt kon worden, want deze stond al bij de opname op het dak en [gedaagde] heeft onbetwist naar voren gebracht dat de medewerker van Dak-Perfect bij de opname geen opmerkingen heeft gemaakt over beperkingen bij het aanbrengen van de dakbedekking als gevolg van de buitenunit. Volgens Dak-Perfect heeft zij niet zelf willen controleren of de unit vaststond vanwege het risico dat zij later met claims wordt geconfronteerd. Zij had echter eenvoudig aan [gedaagde] kunnen vragen of de buitenunit vast was gemonteerd, als dit voor de werkzaamheden van belang was. Dit verweer slaagt daarom niet.
2) Dak-Perfect is in verzuim geraakt
2.14.
Op 14 maart 2025 heeft [gedaagde] per e-mail bij Dak-Perfect geklaagd over de schade aan de kozijnen. Op 19 maart 2025 heeft zij per e-mail geklaagd over de gebreken aan de dakbedekking en Dak-Perfect een termijn van 14 dagen gegeven om de gebreken te herstellen. Dit vindt de kantonrechter een redelijke termijn. Dak-Perfect heeft het werk niet binnen deze termijn hersteld. Dit betekent dat Dak-Perfect op 4 april 2025 in verzuim is geraakt.
3) De nakomingsverbintenis is rechtsgeldig omgezet
2.15.
Er is sprake van een tekortkoming en Dak-Perfect was in verzuim. [gedaagde] mocht haar vordering tot nakoming omzetten in vervangende schadevergoeding en dit heeft zij in haar brief van 7 augustus 2025 gedaan. Dit betekent dat [gedaagde] recht heeft op vervangende schadevergoeding.
Welk bedrag moet Dak-Perfect aan vervangende schadevergoeding betalen?
2.16.
De vervangende schade moet worden begroot aan de hand van de afgesproken prestatie die [gedaagde] moet missen. Dit betekent dat de schadevergoeding [gedaagde] in staat moet stellen een derde te betalen om het dak alsnog waterdicht te maken.
2.17.
[gedaagde] voegt een offerte bij van Duurzaam Dakservice, die voor het verwijderen van het oude bitumen en aanbrengen van een nieuwe toplaag een bedrag van € 2.326,83 vraagt. Dak-Perfect heeft deze herstelkosten onvoldoende concreet betwist. Zij betoogt weliswaar dat het hier gaat om meer werkzaamheden dan zij heeft aangenomen, maar zij licht niet toe welk werk extra is. De kantonrechter gaat daarom uit van de offerte van € 2.326,83.
2.18.
[gedaagde] voegt hiernaast een offerte bij van Recht door Zee Installaties, die voor het demonteren en terugplaatsen van de buitenunit van de warmtepomp een bedrag van € 762,30 vraagt. Volgens Dak-Perfect is het niet terecht dat zij opdraait voor de kosten van het verwijderen en terugplaatsen van de buitenunit van de warmtepomp. De kantonrechter volgt Dak-Perfect hierin niet. [gedaagde] licht toe dat de gebrekkige coating nu alleen kan worden verwijderd door de buitenunit te demonteren. Dit is door Dak-Perfect onvoldoende weersproken. De noodzaak de buitenunit te demonteren en opnieuw te plaatsen is ook een voorzienbaar gevolg van het gebrekkige werk. Ook deze kosten van € 762,30 komen daarom voor vergoeding in aanmerking.
2.19.
De vervangende schadevergoeding van (€ 2.326,83 + € 762,30 =) € 3.089,13 wordt dus toegewezen.
Dak-Perfect moet ook de gevolgschade aan de kozijnen vergoeden
2.20.
Partijen zijn het erover eens dat Dak-Perfect tijdens haar werkzaamheden brandplekken op de kozijnen van [gedaagde] heeft gemaakt. De kosten voor herstel van de kozijnen komen als gevolgschade van de tekortkoming van Dak-Perfect voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:74 BW Pro). [gedaagde] legt een factuur over van Belisol, waaruit blijkt dat het herstel € 1.149,50 heeft gekost. Dak-Perfect voert als verweer dat een zogenoemde aftrek nieuw-voor-oud moet worden toegepast, maar dit betoog slaagt niet. Een aftrek nieuw-voor-oud is een vorm van voordeelstoerekening (artikel 6:100 BW Pro) en is alleen aan de orde als de benadeelde ook voordeel heeft gehad van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Dat is hier niet het geval. [gedaagde] licht toe dat de kozijnen twee jaar oud waren, dat zij na reparatie een andere kleur hebben dan de rest van de kozijnen en dus eerder minder dan meer waard zijn geworden. Dak-Perfect legt niet uit waarom dat niet klopt. De herstelkosten van € 1.149,50 komen dus voor vergoeding in aanmerking.
De deskundigenkosten komen voor vergoeding in aanmerking
2.21.
De door [gedaagde] gevorderde deskundigenkosten van € 907,50 komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van de kosten blijkt uit de door [gedaagde] bijgevoegde factuur van de deskundige. Voor het verschuldigd zijn van buitengerechtelijke incassokosten is alleen vereist dat daadwerkelijk incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Daartoe is het versturen van één brief in beginsel voldoende. Daar is in deze zaak aan voldaan. Dat de kosten van de deskundige voor [gedaagde] zijn voorgeschoten door ARAG als rechtsbijstandsverzekeraar van [gedaagde] , maakt dat niet anders omdat volgens de wet alleen relevant is of er incassowerkzaamheden zijn verricht.
De extra betaling door [gedaagde] is onverschuldigd betaald
2.22.
[gedaagde] heeft naast de oorspronkelijke aanneemsom van € 1.000,00, nog eens € 475,00 betaald. Volgens [gedaagde] heeft zij dit bedrag onverschuldigd betaald. Dak-Perfect betwist dit. Zij voert aan dat een afspraak ten grondslag ligt aan de nadere betaling. Ook voert zij aan dat de aanneemsom van € 1.000,00 exclusief btw is, en dat de extra betaling van € 475,00 dus deels betaling is van btw over de oorspronkelijke aanneemsom.
2.23.
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] betwist gemotiveerd dat er een afspraak is gemaakt: zij licht toe dat zij tijdens de werkzaamheden door een medewerker van Dak-Perfect eenzijdig werd geconfronteerd met de extra kosten voor het coaten rondom de warmtepomp. Zij was naar eigen zeggen niet in de positie te weigeren, omdat zij anders met een onafgewerkt dak zou achterblijven. Dak-Perfect heeft hier volgens de kantonrechter onvoldoende tegenover gesteld. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden gezegd dat [gedaagde] het aanbod van Dak-Perfect in vrijheid heeft aanvaard en is geen (nadere) overeenkomst tot stand gekomen.
2.24.
Er is ook geen sprake van een kostenverhoging voor onvoorziene omstandigheden die Dak-Perfect op grond van artikel 7:753 lid 2 BW Pro aan [gedaagde] in rekening mocht brengen. Dit artikel bepaalt dat de aannemer de prijs zonder tussenkomst van de rechter mag aanpassen, als de kostenverhoging het gevolg is van door de opdrachtgever verschafte onjuiste gegevens die voor de prijsbepaling van belang zijn, tenzij de aannemer de onjuistheid van de gegevens vóór het vaststellen van de prijs had behoren te ontdekken. Dak-Perfect erkent juist dat zij het dak vóór het uitbrengen van de offerte heeft bekeken en dat de buitenunit al zichtbaar op het dak stond. Zoals hiervoor is overwogen, had Dak-Perfect eenvoudig aan [gedaagde] kunnen vragen of de buitenunit vast was gemonteerd, als dit voor de werkzaamheden van belang was.
2.25.
De kantonrechter volgt Dak-Perfect niet in haar betoog dat de betaling van € 475,00 deels betaling van btw over de oorspronkelijke aanneemsom was. Dak-Perfect betoogt dat de prijs op de offerte een aanneemsom van € 1.000,00 exclusief btw is, maar het is Dak-Perfect als ondernemer die aan een consument offreert verboden een prijs aan te bieden exclusief omzetbelasting (artikel 38 Wet Pro op de omzetbelasting 1968) en de offerte kan dus niet in die zin worden uitgelegd. Bovendien heeft [gedaagde] onweersproken naar voren gebracht dat de betaling van € 475,00 specifiek door Dak-Perfect gevraagd in verband met de coating. Dan geldt dat die betaling wordt toegerekend aan de door Dak-Perfect gestelde verbintenis (artikel 6:43 lid 1 BW Pro).
2.26.
Er is dus geen rechtsgrond voor de betaling van € 475,00. [gedaagde] heeft dit bedrag onverschuldigd aan Dak-Perfect betaald en Dak-Perfect moet dit bedrag terugbetalen.
Dak-Perfect moet wettelijke rente betalen
2.27.
De wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding en de gevolgschade aan de kozijnen is verschuldigd vanaf de verzuimdatum, 4 april 2025. De wettelijke rente over de deskundigenkosten is verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur van Top Expertise, 2 juli 2025. De wettelijke rente over de onverschuldigde betaling is verschuldigd vanaf het moment dat Dak-Perfect voor dit bedrag in verzuim was. Op 7 april 2025 heeft [gedaagde] Dak-Perfect gesommeerd dit bedrag binnen 14 dagen terug te betalen. Dit heeft Dak-Perfect niet gedaan. Zij is voor dit bedrag in verzuim vanaf 22 april 2026.
2.28.
[gedaagde] vordert wettelijke rente over deze posten vanaf een latere datum, 23 juli 2025. De rente is dus toewijsbaar zoals gevorderd.
Dak-Perfect moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
2.29.
[gedaagde] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten heeft betrekking op situaties waarvoor verschillende regels gelden, namelijk vervangende schadevergoeding en schade uit wanprestatie. De kantonrechter zal de vraag of incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de regels die gelden voor het grootste deel van de vordering, de vervangende schadevergoeding. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [gedaagde] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [gedaagde] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De kosten voor de deskundige komen apart als kosten in de zin van artikel 6:96 sub b BW Pro voor vergoeding in aanmerking, maar hierover zijn geen incassokosten verschuldigd. Het gevorderde bedrag is hoger dan wat [gedaagde] volgens het Besluit mag vorderen. Het bedrag dat bij het toegewezen bedrag past is € 548,86. Dat bedrag zal worden toegewezen.
2.30.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat [gedaagde] niet stelt dat zij de buitengerechtelijke incassokosten al eerder heeft betaald dan op de datum van de dagvaarding, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Het verstekvonnis wordt vernietigd
2.31.
Het oordeel van de kantonrechter wijkt wat betreft de incassokosten af van het verstekvonnis. Daarom wordt het verstekvonnis vernietigd en wordt opnieuw beslist.
Dak-Perfect moet de proceskosten betalen
2.32.
Dak-Perfect krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kosten van de verstek- en verzetprocedure begroot de kantonrechter op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.226,04
2.33.
De kantonrechter wijst de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro toe over deze proceskosten zoals gevorderd.
Dit vonnis kan meteen worden uitgevoerd
2.34.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dit eist en Dak-Perfect daar geen verweer tegen voert. Dit betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
vernietigt het op 6 januari 2026 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaak-en rolnummer 12027701 RL EXPL 25-24066;
en opnieuw beslissend
3.2.
veroordeelt Dak-Perfect om aan [gedaagde] te betalen een vervangende schadevergoeding van € 3.089,13, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 23 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt Dak-Perfect om aan [gedaagde] te betalen € 475,00, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 23 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt Dak-Perfect om aan [gedaagde] te betalen de deskundigenkosten van € 907,50, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 23 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
veroordeelt Dak-Perfect om aan [gedaagde] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 548,86, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.6.
veroordeelt Dak-Perfect om aan [gedaagde] te betalen de proceskosten van € 1.226,04, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag als dit niet binnen veertien dagen na aanschrijving is voldaan;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Meester en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.