Uitspraak
[eiser],
de minister van Buitenlandse zaken, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2 februari 2026 is het bezwaar van zijn moeder gegrond verklaard en heeft zij een visum kort verblijf gekregen.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, vroeg samen met zijn moeder een visum kort verblijf aan voor familiebezoek in Nederland. De moeder kreeg het visum toegekend, maar de aanvraag van eiser werd afgewezen wegens onvoldoende aanneming van het doel van het verblijf en twijfel over zijn binding met Pakistan.
De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn moeder hetzelfde doel en dezelfde omstandigheden van het verblijf hebben aangetoond, en dat het standpunt van verweerder dat de vliegreservering van eiser niet meer bestaat onvoldoende is om het doel niet aan te nemen. Ook is vastgesteld dat eiser en zijn moeder uit hetzelfde gezin komen en dezelfde stukken hebben overgelegd.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat eiser zijn sociale en economische binding met Pakistan wel aannemelijk heeft gemaakt, ondanks het ontbreken van een eigen gezin en de onduidelijkheid over bankstortingen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste en beveelt verweerder binnen één week een nieuw besluit te nemen. De proceskosten worden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van het visum kort verblijf aan eiser wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen één week een nieuw besluit te nemen.