Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres],
de minister van Buitenlandse zaken, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
28 mei 2025 is de beslissing op bezwaar genomen. Daarmee heeft eiseres bijna vier maanden de tijd gehad om de benodigde stukken over te leggen. Eiseres heeft ook niet onderbouwd waarom dit niet genoeg tijd zou zijn. Daar komt bij dat eiseres verweerder op
6 mei 2025 in gebreke heeft gesteld waardoor verweerder gehouden was snel te beslissen. De drie uitspraken van de rechtbank Den Haag waar eiseres zich op beroept kunnen ook niet slagen. Eiseres heeft immers niet met verweerder gecommuniceerd dat zij meer tijd nodig had om aan stukken te komen en heeft geen aantoonbare inspanningen verricht deze te verkrijgen. Dat eiseres ten aanzien van haar sociale en economische binding met Marokko stukken heeft overgelegd maakt dit niet anders. Het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf betreft immers een zelfstandige afwijzingsgrond waaraan voldaan moet zijn voor er wordt gekeken naar de binding met het land van herkomst. Omdat eiseres in bezwaar niet alsnog een onderbouwing van de gestelde relatie heeft gegeven, heeft verweerder om die reden het bezwaar al kennelijk ongegrond kunnen achten. Het bezwaar had immers redelijkerwijs niet tot een andere uitkomst kunnen leiden omdat aan deze voorwaarde niet is voldaan. De beroepsgrond slaagt niet.