ECLI:NL:RBDHA:2026:17640

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL25.7390
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.14 VbArt. 7:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij partner wegens schending hoorplicht

Eiseres, van Surinaamse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij haar Nederlandse partner te verblijven. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie. In bezwaar bleef de minister bij zijn standpunt en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond zonder eiseres te horen.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiseres, aangezien zij en haar partner zich bereidwillig hebben opgesteld en aanvullende stukken hebben overgelegd. De rechtbank stelt dat een hoorzitting in vreemdelingenzaken het uitgangspunt is, zeker bij beoordelingsruimte en concrete omstandigheden.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens schending van artikel 7:2 Awb Pro en beveelt dat de minister binnen twaalf weken een nieuw besluit neemt na het horen van eiseres. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de minister moet een nieuw besluit nemen na hoorzitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.7390
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige in de zaak tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedag 1] 1993, van Surinaamse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. I.M. Hagg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Deniz).

Inleiding

1. Eiseres heeft op 20 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [referent]’. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 15 mei 2024 afgewezen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 17 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, referent en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Achtergrond
3. Eiseres is van Surinaamse nationaliteit. Zij wil bij haar partner, [referent] (referent), verblijven. Hij is geboren op [geboortedag 2] 1970 en heeft de Nederlandse nationaliteit.
Besluitvorming
4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet heeft aangetoond dat er sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen haar en referent. Hiermee voldoet eiseres niet aan artikel 3.14, aanhef en onder b, van het Vb. [1] In het primaire besluit heeft verweerder toegelicht waarom de overgelegde stukken onvoldoende zijn om te kunnen spreken van een duurzame relatie. Zo bevatten de overgelegde vliegtickets van de gestelde reis naar Suriname geen jaartal en kan referent niet aantonen dat de reis bedoeld was om eiseres op te zoeken. Ook tonen de overgelegde WhatsApp-berichten onvoldoende aan dat de relatie duurzaam is. De gesprekken zijn van een korte periode, erg kort en oppervlakkig en veel van de video-oproepen zijn kort of onbeantwoord. Ook meent verweerder dat eiseres in het antwoord op de ‘Bijlage Vragenlijst voor verblijf bij partner’ slechts een korte beschrijving van de kennismaking heeft gegeven.
4.1.
In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres in bezwaar geen stukken heeft overgelegd met aanvullende informatie over de gestelde relatie. De overgelegde stukken zijn van dezelfde aard als de stukken die in de primaire fase zijn overgelegd. In de verklaring van de tante van eiseres kan enkel worden gelezen dat er sprake is van een relatie, maar wordt niks verklaard over de inhoud van de relatie of hoe deze wordt onderhouden. Verder acht verweerder de overgelegde Whatsappberichten erg kort, met veel gemiste oproepen en ziet verweerder dat er geen sprake is van dagelijks contact. Uit de vliegtickets volgt volgens verweerder slechts dat referent op 26 september 2024 naar Paramaribo is afgereisd. De foto’s van eiseres en referent in Suriname tonen evenmin aan dat referent naar Suriname is afgereisd speciaal om met eiseres samen te zijn. De geldovermakingen zijn verder onleesbaar, bevatten geen naam van de ontvanger of datum. Met de in bezwaar overgelegde stukken heeft eiseres voornamelijk stukken overgelegd die van dezelfde aard zijn als de stukken die al in de aanvraagfase zijn overgelegd. Volgens verweerder blijkt uit de beoordeling meteen dat het bezwaar ongegrond is. Hierover bestaat geen twijfel.
Had de minister eiseres moeten horen?
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgedaan en ten onrechte is afgezien van het horen in bezwaar. Eiseres heeft gedurende de hele procedure het bewijs overgelegd dat door verweerder is gevraagd.
5.1.
Het is vaste rechtspraak dat het horen in bezwaar als uitgangspunt moet worden genomen in vreemdelingenzaken. [2] Dit uitgangspunt geldt te meer in zaken waarin er beoordelingsruimte is en de beslissing sterk afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval. Hierop kan slechts een uitzondering worden gemaakt als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat hetgeen in bezwaar is aangevoerd, niet tot een ander standpunt kan leiden dan het standpunt in het primaire besluit. Met deze uitzondering moet volgens de Afdeling [3] terughoudend worden omgegaan. Als relevante omstandigheid heeft de Afdeling onder meer genoemd de mate waarin een vreemdeling bereidwillig en actief de inspanningen heeft verricht die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden bij het verkrijgen en tijdig aanleveren van de verzochte informatie. De vuistregel is dat naarmate een vreemdeling meer inspanningen heeft verricht om de benodigde informatie te verkrijgen en daarover heeft gecommuniceerd, het meer in de rede ligt om hem uit te nodigen voor een hoorzitting.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar. De rechtbank overweegt daartoe dat eiseres en referent zich gedurende de gehele procedure bereidwillig hebben opgesteld en zowel tijdens de aanvraag- als tijdens de bezwaarprocedure pogingen hebben gedaan om de gestelde relatie met stukken nader te onderbouwen. In bezwaar heeft eiseres meer stukken overgelegd, waaronder Whatsappgesprekken, een vliegticket van referent naar Suriname, foto’s en een verklaring van de tante van eiseres over de relatie. Eiseres heeft dus wél inspanningen geleverd om de benodigde informatie over te leggen. Er is geen grond voor het oordeel dat het bezwaar meteen geen kans van slagen had. De rechtbank wijst erop dat een hoorzitting ook kan dienen om nadere informatie te verkrijgen. [4] Daar komt bij dat eiseres in het bezwaarschrift ook expliciet heeft gevraagd om gehoord te worden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat er op voorhand geen twijfel mogelijk was dat hetgeen in bezwaar is aangevoerd niet tot een ander standpunt had kunnen leiden. De beroepsgrond slaagt.
6. De andere beroepsgronden behoeven geen nadere bespreking. Hierbij is van belang dat de uitkomst van de hoorzitting mogelijk van invloed is op het standpunt van verweerder over de gestelde relatie tussen eiseres en referent.

Conclusie en gevolgen

7. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Dit betekent dat verweerder eiseres alsnog moet horen en een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres.
8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.868, - omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat verweerder binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling).
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918, r.o. 4.1.