ECLI:NL:RBDHA:2026:17656

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL26.31518
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J. Paffen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 3:46 AwbArt. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 13 Verordening (EU) Nr. 604/2013Art. 8 Verordening (EU) Nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onzorgvuldige leeftijdsschouw

Eiser, met Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op 26 november 2025. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voerde een leeftijdsschouw uit waarbij werd geconcludeerd dat eiser meerderjarig was, maar er bestond twijfel over zijn leeftijd. Spaanse autoriteiten registreerden eiser als geboren in 2006, wat leidde tot aanpassing van zijn geboortedatum in Nederland. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn.

Eiser betwistte de meerderjarigheid en stelde dat de leeftijdsschouw niet zorgvuldig was uitgevoerd en onvoldoende gemotiveerd. Ook wees hij op twijfel bij Spaanse autoriteiten en overhandigde hij een geboorteakte en schoolrapport die niet waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de leeftijdsschouw niet bruikbaar was omdat de verslaglegging niet zorgvuldig en inzichtelijk was, waardoor de vermoedelijke minderjarigheid van eiser niet was ontzenuwd.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste en oordeelde dat de informatie uit Spanje onvoldoende was om het besluit te dragen. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldige leeftijdsschouw en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31518

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 4 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2008 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 26 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Tijdens het aanmeldgehoor met eiser van 21 december 2025 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een leeftijdsschouw verricht. Geconcludeerd is dat eiser evident meerderjarig is. Gebleken is echter dat er volgens de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) twijfel bestaat over eisers opgegeven leeftijd. Vervolgens is verder onderzoek verricht. Uit informatie die op 16 januari 2026 verkregen is van de autoriteiten van Spanje is gebleken dat eiser daar staat geregistreerd met de geboortedatum [geboortedag 2] 2006. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder de registratie van eisers geboortedatum in Nederland laten aanpassen naar [geboortedag 2] 2006.
3. Na het uitbrengen van een voornemen door verweerder heeft eiser een geboorteakte en een schoolrapport overgelegd. Volgens de verklaring van onderzoek van het Bureau Documenten van de IND van 21 mei 2026 kan er geen uitspraak worden gedaan over de echtheid van de geboorteakte vanwege het ontbreken van voldoende betrouwbaar vergelijkingsmateriaal.
4. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Uit het Eurodac-systeem is namelijk gebleken dat eiser eerder via Spanje het grondgebied van de Europese Unie is ingereisd. Op 4 februari 2026 zijn de autoriteiten van Spanje akkoord gegaan met het verzoek om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat verweerder er ten onrechte van uitgaat dat hij meerderjarig is. Bij de schouwen van de DISA en de IND ontbreekt een verbinding tussen de bevindingen en de getrokken conclusies. De tegenwerping dat de tegenstrijdige verklaringen niet leiden tot twijfel over de meerderjarigheid is niet inzichtelijk. Dat eiser niet kan rekenen met leeftijden duidt er juist op dat hij minderjarig is. De overgelegde geboorteakte en het overgelegde schoolrapport zijn ten onrechte niet in de beoordeling betrokken. Verder heeft verweerder zich ten onrechte gebaseerd op de in Spanje geregistreerde leeftijd. De Spaanse autoriteiten hebben namelijk aangegeven dat er twijfel is aan eisers leeftijd. Daarnaast heeft eiser een plausibele verklaring gegeven voor het opgeven van een foutieve geboortedatum in Spanje, te weten de zeer slechte situatie voor minderjarigen in Palma de Mallorca. Gelet hierop is het overnameakkoord niet op een juiste wijze tot stand gekomen en is ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 8 van Pro de Dublinverordening. Daarnaast voert eiser nog aan dat er ten aanzien van de asielprocedure en het opvangsysteem in Spanje niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daarbij verwijst hij naar het Country Report: Spain 2025 van AIDA van 7 mei 2026. Ten slotte heeft verweerder niet gemotiveerd waarom eisers asielaanvraag niet onverplicht in behandeling is genomen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3801, geoordeeld dat de leeftijdsschouw zoals verweerder die verricht een bruikbaar middel is, mits de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag staan beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van een vreemdeling. Wanneer een van de leeftijdsschouwen niet zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is, dan is de leeftijdsschouw in die zaak geen bruikbaar middel voor de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De minister moet in dat geval blijven uitgaan van de presumptie van minderjarigheid en het is aan haar om de stelling van een vreemdeling over zijn leeftijd te ontzenuwen.
7. Niet in geschil is dat bij de schouw van de DISA de directe verbinding tussen de observaties en conclusie ontbreekt, aangezien verweerder dit in het bestreden besluit al heeft onderkend. Gelet op de hierboven genoemde uitspraak van de Afdeling betekent dit dat reeds hierom verweerder de leeftijdsschouw niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen en de twijfel over eisers leeftijd niet is weggenomen.
8. Gelet hierop is het beroep kennelijk gegrond en moet het bestreden besluit worden vernietigd wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 van Pro de Awb. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit geheel in stand te laten. Hierbij is het volgende van belang. De van de Spaanse autoriteiten verkregen informatie over eisers leeftijdsregistratie in Spanje is op zichzelf niet voldoende om het bestreden besluit te dragen. Hierbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992. Daarin is geoordeeld dat een leeftijdsbeoordeling niet enkel mag worden gebaseerd op informatie uit een andere lidstaat. Daarnaast bevat de door eiser overgelegde geboorteakte en het door eiser overgelegde schoolrapport geen indicaties dat eiser meerderjarig is. De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen om opnieuw op eisers asielaanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet meer toe aan beoordeling van de beroepsgronden over de asielprocedure en het opvangsysteem in Spanje, en de discretionaire bevoegdheid van verweerder om asielaanvragen onverplicht in behandeling te nemen.
10. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit van 4 juni 2026;
 draagt verweerder op om binnen 6 weken een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
 veroordeelt verweerder tot betaling van € 934 (negenhonderdvierendertig euro) aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.