ECLI:NL:RBDHA:2026:17660
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Spanje
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie op 4 juni 2026 besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien het feit dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934.