ECLI:NL:RBDHA:2026:17677
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een Congolees staatsburger, diende een asielaanvraag in na zijn vertrek uit Cuba in 2024, waar hij studeerde en deelnam aan stakingen. Hij stelde dat zijn activisme in Cuba leidde tot problemen en dat zijn broertje in Congo werd vermoord vanwege zijn activiteiten, waardoor hij vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer.
De minister wees de aanvraag af omdat het relaas van eiser over de problemen als gevolg van zijn activisme ongeloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde, zoals het ontbreken van het krantenartikel met zijn naam en onvoldoende onderbouwing van de moord op zijn broertje als gevolg van zijn activisme.
De rechtbank vond het ook ongeloofwaardig dat eiser pas in 2024 vertrok, terwijl hij al sinds 2019 problemen zou ondervinden. Verder werden de overgelegde documenten, zoals het arrestatiebevel en uitnodigingen, niet overtuigend geacht. De minister had de verklaringen van eiser voldoende in onderlinge samenhang beoordeeld.
Daarom bleef de afwijzing van de asielaanvraag in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.