ECLI:NL:RBDHA:2026:17685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige asielmotieven en te late indiening
Eiser, een Egyptische nationaliteit, verzocht op 5 december 2023 om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege conflicten met zijn oom, die machtig is en een netwerk heeft, vreest voor zijn leven bij terugkeer naar Egypte. De oom zou hem bedreigen na de moord op zijn neef, die ook familie is.
Verweerder geloofde de identiteit en herkomst van eiser, maar achtte de asielmotieven ongeloofwaardig. De verklaringen van eiser vormden geen samenhangend geheel, en hij had zijn asielaanvraag niet zo snel mogelijk ingediend zonder verschoonbare reden. Verweerder vond dat er geen reëel risico op ernstige schade bestond en legde een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van vier weken.
Eiser voerde aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling onjuist was, dat het gehoor onzorgvuldig verliep door tolksproblemen en onderbrekingen, en dat hij wel degelijk een reëel gevaar liep. De rechtbank oordeelde dat het gehoor zorgvuldig was verlopen, dat verweerder de ingebrachte bewijsstukken had betrokken, en dat de tegenwerpingen tegen de geloofwaardigheid van eiser terecht waren. De vertraging in het indienen van de aanvraag was niet voldoende verklaard.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de asielaanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.