Uitspraak
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De procedure
- de producties EP01 tot en met EP12 van Waboba,
- de conclusie van antwoord van UP,
- de mondelinge behandeling van 5 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Waboba,
- de pleitnota van UP.
4.De feiten
5.Het geschil
6.De beoordeling
nieuwis en een
eigen karakterheeft. Een recht op een Uniemodel geldt op grond van artikel 8 lid 1 UModVo Pro niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de
technische functieworden bepaald. De voorzieningenrechter zal hierna de geldigheid van het Waboba-Model beoordelen aan de hand van deze drie (cursief weergegeven) vereisten. De voorzieningenrechter gaat in deze procedure uit van de geldigheid van het Waboba-Model. Daartoe is het volgende redengevend.
moon ballimmers wezenlijk gelijk aan een niet-‘epic’
moon ball. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat voorshands sprake is van een grote mate van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen merk en teken.