ECLI:NL:RBDHA:2026:17695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontoereikend terugkeerbesluit en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 7 april 2026 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op uitzetting naar Armenië. Na een negatieve reactie van de Armeense autoriteiten op 8 april 2026 en een vertrekgesprek op 10 april 2026 bleek uitzetting naar Armenië niet mogelijk. Verweerder richtte zich vervolgens op uitzetting naar Jordanië, maar het terugkeerbesluit zag hier niet op. De bewaring werd pas op 13 april 2026 opgeheven.
De rechtbank stelt vast dat de bewaring vanaf 10 april 2026 onrechtmatig was omdat het terugkeerbesluit ontoereikend was om de bewaring te rechtvaardigen. De rechtbank volgt het subsidiaire standpunt van eiser dat de maatregel vanaf die datum onrechtmatig was. De ambtshalve toetsing van de rechtsmatigheid van de maatregel leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €480,- voor vier dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €1.868,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring was vanaf 10 april 2026 onrechtmatig en eiser krijgt een schadevergoeding van €480,- toegekend.