ECLI:NL:RBDHA:2026:17697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en schadevergoeding tegen maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Bulgaarse vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd op 7 april 2026 opgelegd en op 13 mei 2026 opgeheven vanwege uitzetting naar Bulgarije. De rechtbank voerde een ambtshalve toetsing uit van de rechtmatigheid van de bewaring, aangezien de eiser geen beroepsgronden had aangevoerd.
De toetsing vond plaats met inachtneming van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858). De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring op geen enkel moment onrechtmatig was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.