ECLI:NL:RBDHA:2026:17701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim van leidinggevende bij Defensie na integriteitsonderzoek
Eiser, werkzaam als leidinggevende bij Defensie, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na een onderzoek door de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) naar agressief, intimiderend en ongepast gedrag en het niet opvolgen van regelgeving. Het onderzoek vond plaats na een melding van de Amerikaanse leidinggevende en omvatte verklaringen van collega’s over incidenten tussen 2019 en 2022.
Eiser voerde in beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, dat er sprake was van een roddelcultuur en dat hij onvoldoende gelegenheid had zich te verdedigen. Ook stelde hij dat het ontslag disproportioneel was en dat hij nooit een verbeterkans had gekregen. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek voldeed aan de eisen, dat de verklaringen van collega’s met de nodige voorzichtigheid waren behandeld en dat het plichtsverzuim toerekenbaar was.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich schuldig had gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressieve communicatie, intimidatie en het niet naleven van regels omtrent creditcardbevoegdheden. Gezien zijn leidinggevende positie en de internationale context was het ontslag een proportionele sanctie. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het ontslagbesluit bleef in stand en eiser kreeg geen griffierecht terug, maar wel een gedeeltelijke vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige militaire ambtenarenkamer van de rechtbank Den Haag op 30 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit blijft in stand.