ECLI:NL:RBDHA:2026:1772
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak met proceskostenveroordeling
Verzoeker heeft tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond en een terugkeerbesluit en inreisverbod werden opgelegd, een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 12 februari 2025 behandeld, maar de zaak geschorst en aangehouden in afwachting van een uitspraak van de meervoudige kamer over de geloofwaardigheidsbeoordeling en de aanwijzing van een veilig land van herkomst. Na schriftelijke reacties van partijen is de zaak op 23 januari 2026 opnieuw behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft op 3 februari 2026 uitspraak gedaan over het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Wel veroordeelt hij de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-, vanwege de gemaakte kosten voor de voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,-.