ECLI:NL:RBDHA:2026:17721
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in straf- en civiele procedure tegen vader
De moeder van een minderjarige verzoekt de kantonrechter om een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 BW Pro, vanwege een belangenconflict tussen de vader en de minderjarige. De vader is verdachte in een strafzaak waarbij de minderjarige als slachtoffer is aangemerkt. De moeder vraagt benoeming van mr. Diekstra als bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen in de strafzaak en een eventuele civiele procedure tot schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een wezenlijk belangenconflict tussen de vader en de minderjarige, waardoor benoeming van een onafhankelijke bijzondere curator noodzakelijk is. De kantonrechter acht mr. Diekstra geschikt vanwege zijn specialisatie in slachtofferzaken en jeugdstrafrecht en wijst het verweer van de vader af.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om de minderjarige te vertegenwoordigen in de strafrechtelijke procedure en alle daarmee samenhangende procedures, inclusief het indienen van een vordering benadeelde partij en het voeren van een civiele schadevergoedingsprocedure. Tevens moet hij binnen zes weken na het vonnis rapporteren over de bijstand en zorgen voor uitbetaling van eventuele schadevergoedingen op een bankrekening met BEM-clausule.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld door een advocaat.
Uitkomst: De kantonrechter benoemt een bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen in de straf- en civiele procedures tegen haar vader.