ECLI:NL:RBDHA:2026:17721

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
12554801 EJ VERZ 26-73592
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in straf- en civiele procedure tegen vader

De moeder van een minderjarige verzoekt de kantonrechter om een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 BW Pro, vanwege een belangenconflict tussen de vader en de minderjarige. De vader is verdachte in een strafzaak waarbij de minderjarige als slachtoffer is aangemerkt. De moeder vraagt benoeming van mr. Diekstra als bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen in de strafzaak en een eventuele civiele procedure tot schadevergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een wezenlijk belangenconflict tussen de vader en de minderjarige, waardoor benoeming van een onafhankelijke bijzondere curator noodzakelijk is. De kantonrechter acht mr. Diekstra geschikt vanwege zijn specialisatie in slachtofferzaken en jeugdstrafrecht en wijst het verweer van de vader af.

De bijzondere curator krijgt de opdracht om de minderjarige te vertegenwoordigen in de strafrechtelijke procedure en alle daarmee samenhangende procedures, inclusief het indienen van een vordering benadeelde partij en het voeren van een civiele schadevergoedingsprocedure. Tevens moet hij binnen zes weken na het vonnis rapporteren over de bijstand en zorgen voor uitbetaling van eventuele schadevergoedingen op een bankrekening met BEM-clausule.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld door een advocaat.

Uitkomst: De kantonrechter benoemt een bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen in de straf- en civiele procedures tegen haar vader.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
Enkelvoudige kamer
zaaknummer
:
12254801 EJ VERZ 26-73592
datum
:
24 juni 2026
Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro
Beschikking in het kader van verzoekschrift met dagtekening 27 mei 2026 van:
[de moeder] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1987 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
betreffende
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de minderjarige.
De kantonrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader] ,
geboren op [geboortedatum 3] 1980 te [geboorteplaats 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. W.P.A. Vos.

1.Het verloop van het geding

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift.
1.2.
De kantonrechter heeft de zaak op 19 juni 2026 behandeld. Daarbij is verschenen:
 mevrouw [de moeder] , de moeder.
1.3.
Op 19 juni 2026 heeft ook het gesprek met de minderjarige plaatsgevonden.
1.4.
De vader is in de gelegenheid gesteld om zijn schriftelijke zienswijze op het verzoekschrift in te dienen. De advocaat van de vader heeft dit op 23 juni 2026 namens hem gedaan.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
 De moeder en de vader hebben beiden het gezag over de minderjarige.
 De vader is als verdachte aangemerkt in de strafzaak met parketnummer 09/034098-26, welke aanhangig is bij de Rechtbank Den Haag. De minderjarige heeft aangegeven slachtoffer te zijn geworden van handelingen waarvoor de vader als verdachte is aangemerkt.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder verzoekt de kantonrechter om mr. Diekstra op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te benoemen tot bijzondere curator met de volgende opdracht:
 optreden als wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige in de strafzaak tegen de vader, en alle daarmee samenhangende procedures, waaronder de mogelijkheid tot het indienen van een vordering benadeelde partij en het uitoefenen van alle overige slachtofferrechten;
 vertegenwoordiging van de minderjarige in een civiele procedure tot schadevergoeding jegens de vader, in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie, alsmede in alle overige gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures die daarmee verband houden; en
 het aanvragen van een O013-toevoeging bij de Raad voor de Rechtsbijstand ter financiering van de werkzaamheden van de bijzondere curator.
3.2.
Samengevat geeft de moeder als reden voor het verzoek dat er een wezenlijk conflict is tussen de belangen van de vader en de minderjarige. Hij is mede belast met het gezag over de minderjarige, maar is tegelijkertijd degene tegen wie een vordering tot schadevergoeding zich zou richten.
3.3.
Mr. Diekstra heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator op zich te nemen.
3.4.
De vader is het niet eens met de benoeming van de bijzondere curator. De vader is – samengevat - van mening dat het verzoekschrift niet inzichtelijk maakt dat de benoeming van de bijzondere curator noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De vader betoogt daarnaast dat de geschiktheid van mr. Diekstra onvoldoende is onderbouwd; mr. Diekstra beschikt niet over de vereiste specifieke deskundigheid. De vader geeft tenslotte aan dat de in het verzoekschrift omschreven opdracht te ruim is geformuleerd.
3.5.
Met de minderjarige is gesproken over de benoeming van een bijzondere curator. De minderjarige heeft aangegeven dat zij dit prettig zou vinden en dat zij graag ziet dat haar belangen in de tegen de vader lopende strafprocedure kenbaar worden gemaakt.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:250 BW Pro kan de kantonrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kantonrechter kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kantonrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht. Daarbij neemt de kantonrechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
4.2.
Het verzoek ziet onder andere op het indienen van een vordering benadeelde partij en het eventueel indienen van een vordering tot schadevergoeding bij de civiele rechter. Dit zijn aangelegenheden betreffende het vermogen van de minderjarige. De kantonrechter acht zich daarom bevoegd om te beslissen op dit verzoek.
4.3.
Over de belangenstrijd tussen de vader en de minderjarige overweegt de kantonrechter het volgende. De moeder heeft het door haar gedane verzoek voldoende toegelicht. Gebleken is dat in deze procedure met betrekking tot de minderjarige sprake is van een belangenstrijd in de zin van voormeld artikel. De positie van de verdachte (de vader) en de positie van het slachtoffer (de minderjarige) in een strafzaak, alsmede de tegengestelde belangen van de vader en de minderjarige bij een eventuele vordering tot schadevergoeding in een civiele procedure, maken dat sprake is van een strijd tussen de belangen van de vader en die van de minderjarige. De kantonrechter acht het daarom in het belang van de minderjarige dat zij wordt bijgestaan door een onafhankelijke derde.
4.4.
De kantonrechter merkt op dat mr. Diekstra, gezien zijn specialisatie in slachtofferzaken en jeugdstrafrecht, anders dan vader betoogt, juist wel beschikt over de vereiste expertise en kennis om de minderjarige bij te staan. Gezien de aanwezige kennis en ervaring wordt hij bij uitstek in staat geacht tot het op een begrijpelijke wijze communiceren met de minderjarige en behartigen van haar belangen. De kantonrechter is van oordeel dat mr. Diekstra als een onafhankelijke derde kan worden beschouwd, nu hij de moeder niet bijstaat danwel heeft bijgestaan als advocaat in enige andere procedure.
Wat betreft het betoog dat de door de moeder verzochte opdracht te ruim is geformuleerd, overweegt de kantonrechter dat het noodzakelijk is dat de bijzondere curator de minderjarige ook kan bijstaan bij een eventuele civiele schadevergoedingsprocedure jegens de vader. Hierdoor is hij namelijk ook in staat de belangen van de minderjarige te behartigen in het geval de strafrechter mocht komen tot afwijzing dan wel niet-ontvankelijk verklaring van de in te dienen vordering benadeelde partij. Verder wordt hiermee gewaarborgd dat, indien aan de minderjarige een schadevergoeding wordt toegekend, de nodige executie maatregelen kan nemen.
4.5.
De kantonrechter zal daarom mr. Diekstra als bijzondere curator benoemen en hem opdragen om namens de minderjarige:
 op te treden als haar wettelijk vertegenwoordiger in de strafrechtelijke procedure met parketnummer 09/034098-26, en alle daarmee samenhangende procedures. Hieronder valt ook het indienen van een vordering benadeelde partij en het uitoefenen van alle overige slachtofferrechten;
 een eventuele civiele procedure tot schadevergoeding te voeren jegens de vader, in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie, alsook alle overige gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures die daarmee verband houden;
 een O013-toevoeging aan te vragen bij de Raad voor de Rechtsbijstand ter financiering van de werkzaamheden van de bijzondere curator.
4.6.
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat hij de rechtbank (in het kader van diens benoeming) uiterlijk binnen 6 weken na de datum van uitspreken van het vonnis in de strafzaak zal rapporteren over het resultaat van de bijstand. Verder dient de bijzonder curator er voor te zorgen dat een eventueel aan de minderjarige toe te kennen schadevergoeding wordt uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-Clausule.

5.De beslissing

De kantonrechter:
- benoemt, ten aanzien van de hiervoor in overweging 4.5 genoemde opdracht, over de minderjarige tot bijzondere curator:
mr. S.M. Diekstra, kantoorhoudende te Leiden;
- verzoekt de bijzondere curator op om uiterlijk 6 weken na de datum van het vonnis van de rechtbank in de strafzaak te rapporten aan de kantonrechter over het resultaat van de bijstand;
- draagt de bijzondere curator op ervoor zorg te laten dragen dat eventuele schadevergoedingen worden uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-clausule;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.M. Höppener, kantonrechter, bijgestaan door mr. A. de Ronde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.