Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
- de heer [naam 1]
- de heer [naam 2]
- de heer [gedaagde] (gedaagde)
- mevrouw [naam 3]
- de heer [eiser] (eiser)
3.Het geschil
primair:
Rechtbank Den Haag
Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een kort geding over de medewerking aan de verkoop van een woning behorende tot een onverdeelde nalatenschap. De erfgenamen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning, maar gedaagde weigert mee te werken aan verkoop. Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot volledige medewerking aan verkoop via een NVM-makelaar, waaronder het verlenen van toegang voor bezichtigingen en het ondertekenen van de koopovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij verkoop, omdat hij niet over zijn aandeel in de woning kan beschikken en daardoor financieel wordt benadeeld. Hoewel gedaagde tijdens de mondelinge behandeling had toegezegd mee te werken, is hij dit niet nagekomen. De woning is verhuurd voor onbepaalde tijd, en het is onduidelijk of gedaagde de huurovereenkomst kan opzeggen. Daarom wordt de primaire vordering tot oplevering van de woning leeg afgewezen.
De rechter gelast de verkoop in verhuurde staat en bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de ontbrekende medewerking van gedaagde. Tevens wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. De kosten van het geding worden ieder voor eigen rekening gelaten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop van de woning in verhuurde staat met oplegging van een dwangsom.