Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
Hierdoor bericht ik u dat cliënt, voor wat betreft mededelingen terzake de executie van de gevangenisstraf, woonplaats kiest op mijn kantooradres en dat mededelingen aan of oproepingen jegens cliënt aan ons kantooradres kunnen worden gericht.”
Voortvluchtige veroordeelde op [land 2] aangehouden
Client is een 58 jarige man die een uitkering heeft.
3.1. [eiser] legt aan zijn vorderingen, samengevat en kort weergegeven, ten grondslag dat dat de Staat onzorgvuldig en derhalve onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door hem aanvankelijk als voortvluchtige kwalificeren, een arrestatiebevel jegens hem uit te vaardigen, een rechtshulpverzoek aan [land 2] te verzenden, hem aan te houden en dit in de publiciteit te brengen en voorts die kwalificatie tot het moment van rechterlijke interventie te handhaven in plaats van [eiser] van meet af aan de status van zelfmelder te verlenen en toe te laten tot de zelfmeldprocedure. De Staat is aansprakelijk voor alle schade die [eiser] heeft geleden en lijdt door deze onrechtmatige daad. De omvang van de schade staat nog niet vast, maar bestaat in ieder geval uit het misgelopen en mis te lopen inkomen, aantasting van de eer, goede naam en reputatie, althans schending van de privacy van [eiser], kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en buitengerechtelijke incassokosten. Als voorschot vordert [eiser] de nu reeds vastgestelde schade, zijnde de kosten die [eiser] heeft moeten maken om aanspraak te houden op het loon bij het Kadaster.
4.De beoordeling
Gezien zijn leeftijd zag de heer [eiser] geen mogelijkheid om na het ontslag nog een betaalde baan te vinden. Hij heeft daar wel zijn uiterste best voor gedaan, getuige de 148 sollicitatiebrieven die hij verstuurd heeft.” Daarnaast heeft [naam 1] het feitelijke inkomen van [eiser] in deze periode berekend. Op 30 april 2026 heeft [naam 1] zijn berekening geactualiseerd. In deze berekening wordt het verschil tussen het inkomen in de hypothetische situatie en het feitelijke inkomen becijferd op € 1.181.369.
4.Het geschil
5.De beoordeling in de hoofdzaak
alle door [eiser] gestelde schadeposten”. Hiermee verhoudt zich niet dat de door de rechtbank in r.o. 4.30 aangenomen hypothetische situatie uitsluitend voor een gedeelte van de gevorderde advocaatkosten geldt. De door de Staat voorgestane uitleg kan er bovendien toe leiden dat de hypothetische situatie naar gelang de schadepost verschilt. Het ligt niet voor de hand dat de rechtbank een dergelijk rechtsgevolg heeft beoogd. Het voorgaande betekent dat de rechter in de schadestaatprocedure bij de beoordeling van andere schadeposten ook is gebonden aan hetgeen de rechter in rechtsoverweging 4.29 en 4.30 van het vonnis in de hoofdprocedure al over de hypothetische situatie heeft vastgesteld.
6.De beslissing
woensdag 22 juli 2026voor het nemen van een akte door partijen over wat is vermeld onder 5.18,