ECLI:NL:RBDHA:2026:17757

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL25.54417 en NL25.54418
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 31 lid 6 sub c VwArt. 8:42 AwbArt. 8:45 AwbArt. 8:72 lid 4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beroep asielaanvraag homoseksuele vluchteling uit Sierra Leone

Eiser, afkomstig uit Sierra Leone, vroeg asiel aan vanwege zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende bedreigingen bij terugkeer naar zijn land. De minister wees de aanvraag af omdat hij twijfelde aan de geloofwaardigheid van eisers seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen, en wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens vermeend bezit van een paspoort.

De rechtbank onderzocht de beroepsgronden en concludeerde dat de minister ten onrechte de geloofwaardigheid van eiser en zijn relaas in twijfel trok. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende rekening hield met de culturele achtergrond van eiser en dat diens verklaringen authentiek en consistent waren. Ook werd geoordeeld dat de minister onvoldoende had onderbouwd hoe de kopie van het paspoort in het dossier was gekomen.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de uitspraak. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het afwijzingsbesluit en beveelt een nieuw besluit te nemen waarbij eisers homoseksualiteit en problemen als geloofwaardig worden aangenomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.54417 (beroep) en NL25.54418 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van Es).

Samenvatting

1. Eiser komt uit Sierra Leone. Hij heeft om asiel gevraagd. Hij stelt dat hij homoseksueel is en dat hij is betrapt toen hij met zijn vriend seksuele handelingen verrichte. Bij terugkeer naar Sierra Leone vreest hij voor zijn leven.
1.1.
Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder gelooft niet dat eiser homoseksueel is. Ook gelooft verweerder eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksualiteit niet.
1.2.
Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij heeft daarvoor een aantal argumenten gegeven. Dit zijn de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.3.
De rechtbank oordeelt dat verweerder eisers homoseksualiteit en de daaruit volgende problemen ten onrechte niet heeft geloofd. Ook heeft verweerder eisers asielaanvraag niet mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Daarom is het beroep van eiser gegrond. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt.
1.4.
Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 2 mei 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 3 november 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat eiser niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.
2.2.
Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder en P.A. Oronsaije als tolk.
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en verweerder gevraagd om een telefoonnotitie te uploaden van het gesprek met de Brusselse ambassade van Sierra Leone en te laten weten hoe de kopie van eisers paspoort in het dossier terecht is gekomen. Daarnaast heeft de rechtbank eiser gelegenheid gegeven om een apart verzoek in te dienen tot inzage in persoonsgegevens bij verweerder.
2.4.
Diezelfde dag heeft eiser een verzoek ingediend tot inzage in de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die namens eiser zou zijn gedaan door een voormalige vriendin.
2.5.
Op 12 februari 2026 heeft verweerder een telefoonnotitie van TOELT [1] overgelegd van het gesprek met de Brusselse ambassade over de afgifte van een paspoort.
2.6.
Op 13 februari 2026 heeft eiser op deze telefoonnotitie gereageerd.
2.7.
Op 4 maart 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend over eisers paspoort.
2.8.
Op 1 mei 2026 heeft verweerder een besluit genomen in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) op eisers verzoek tot inzage in het mvv-dossier.
2.9.
Op 7 mei 2026 heeft eiser gereageerd op dit AVG-besluit.
2.10.
Op 13 mei 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend over het AVG-besluit.
2.11.
Op 18 mei 2026 heeft de rechtbank partijen bericht dat zij een nadere zitting niet nodig acht en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben toen niet om een nadere zitting gevraagd. Daarom heeft de rechtbank het onderzoek op 11 juni 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank en de voorzieningenrechter

Het asielrelaas
3. Eiser heeft de Sierra Leoonse nationaliteit en is geboren op [datum] 1997. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is homoseksueel, maar in Sierra Leone is homoseksualiteit strafbaar. In Sierra Leone heeft hij een liefdesrelatie gehad met [naam 1] . Terwijl eiser met [naam 1] seks had, is hij betrapt door medestudenten. Bij terugkeer naar Sierra Leone vreest eiser voor zijn leven.
Het bestreden besluit
4. Volgens verweerder bestaat eisers relaas uit de volgende asielmotieven:
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst
Eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit vloeiende problemen
4.1.
Verweerder gelooft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. Eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit vloeiende problemen gelooft verweerder echter niet. Volgens verweerder vormen eisers verklaringen immers geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser geeft weinig inzicht in hoe hij tot de conclusie kwam dat hij homoseksueel is. Ook vindt verweerder eisers verklaring omtrent de wetenschap dat hij geen gevoelens heeft voor vrouwen bevreemdend en niet logisch met de rest van zijn relaas. Tevens verklaart eiser wisselend over wanneer hij gevoelens kreeg voor mannen. Verder vindt verweerder dat eiser weinig inzicht biedt in hoe zijn vriendschap met [naam 1] overging naar een liefdesrelatie. Daarnaast is het bevreemdend dat eiser [naam 1] aanraakte terwijl hij niet wist of [naam 1] daarvoor open stond. Voorts stelt verweerder dat eiser voornamelijk enkel uiterlijke kenmerken en fysieke eigenschappen van [naam 1] beschreef, toen hem werd gevraagd waaruit blijkt dat hij hield van [naam 1] . Ook toen eiser werd gevraagd te verklaren over een speciaal moment met [naam 1] , verviel eiser in het beschrijven van seksuele handelingen. Verder stelt verweerder dat de organisatie Zaandam Pride, waar eiser over heeft verklaard, niet bestaat. Daarbij is eisers kennis over de situatie in Nederland voor lhbti'ers summier.
4.2.
De ongeloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit doet volgens verweerder ook af aan de problemen die eiser stelt te hebben ervaren vanwege zijn homoseksualiteit. Bovendien vormen eisers verklaringen rondom de betrapping geen logisch geheel. Daarom voldoet eiser niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.3.
Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op basis van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw. Volgens verweerder heeft eiser zich namelijk te kwader trouw ontdaan van zijn paspoort. Verweerder heeft namelijk een kopie in zijn bezit van een paspoort van eiser en dat betekent dat hij het paspoort in handen heeft gehad. Daarbij heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten. Ook heeft verweerder eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met eisers medische problemen?
5. Eiser voert aan dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid, omdat hij onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers medische klachten. Verweerder had een nieuw medisch advies moeten laten uitbrengen voor het nader gehoor. Het medisch advies waar verweerder rekening mee heeft gehouden, dateert immers van 28 januari 2025, terwijl het nader gehoor pas werd afgenomen op 9 en 10 oktober van dat jaar. Bovendien is het medisch advies niet conform het protocol opgesteld. Eiser beroept zich in dit kader op de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (de Afdeling) van 5 april 2011 [2] , waarin onder meer wordt overwogen dat MediFirst-artsen moeten beschikken over ervaring met het adviseren over psychiatrische ziektebeelden. De verpleegkundige die het medisch advies heeft opgesteld, is volgens eiser niet deskundig genoeg. Eiser verwijst naar het curriculum vitae (cv) van de verpleegkundige, waaruit volgens hem blijkt dat de verpleegkundige geen ervaring heeft met psychiatrische ziektebeelden. Dat het medisch advies geaccordeerd is door een arts, doet niet af aan het feit dat de verpleegkundige niet de juiste ervaring heeft. Daarnaast voert eiser aan dat de hoorambtenaar tijdens het nader gehoor onvoldoende rekening heeft gehouden met het medisch advies. Het nader gehoor is immers over twee dagen afgenomen en enkel op dag twee is aan eiser gevraagd of hij fysiek en mentaal in staat was om verder te gaan. Ook is eiser niets te drinken aangeboden en is hem geen extra pauze gegeven.
6. De rechtbank volgt eiser niet. De beroepsgrond slaagt daarom niet. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Hoewel het ingebrachte cv van de verpleegkundige niet expliciet vermeldt dat de verpleegkundige ervaring heeft met psychiatrische ziektebeelden, betekent dit niet dat de verpleegkundige die ervaring daadwerkelijk niet heeft. Uit het cv blijkt verder dat de verpleegkundige eerder betrokken was bij verpleegkundige zorg voor asielzoekers en dat hij ruime ervaring heeft als freelance verpleegkundige, onder andere binnen intramurale zorg. Dit wijst op ervaring met mentale problemen. Bovendien heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het medisch advies is afgegeven onder supervisie van een arts. De ervaring van de arts heeft eiser niet betwist. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat het medisch advies is afgegeven door een deskundige. Dat de verpleegkundige ten tijde van het afgeven van het advies nog geen maand in dienst was bij MediFirst, betekent niet dat er minder waarde aan het advies moet worden gehecht. Ook is het de rechtbank niet duidelijk waarom het advies niet conform het toepasselijk protocol zou zijn. Verder is de rechtbank van oordeel dat het medisch advies niet gedateerd was. Het advies was immers nog geen negen maanden oud toen het nader gehoor werd afgenomen. Er waren bovendien geen ernstige medische klachten geconstateerd; er is enkel geadviseerd om rekening te houden met eisers emoties. Eiser heeft niet gesteld noch onderbouwd van welke psychiatrische problematiek hij last heeft of waarom eisers situatie verergerd zou zijn na het advies. Verder overweegt de rechtbank dat de hoorambtenaar niet alleen voorafgaand aan het nader gehoor, maar ook meermaals tijdens het nader gehoor geïnformeerd heeft bij eiser hoe het met hem gaat en hem pauzes heeft aangeboden. [3]
Heeft verweerder eisers homoseksualiteit en de daaruit vloeiende problemen terecht ongeloofwaardig geacht?
7. Eiser voert aan dat verweerder eisers homoseksualiteit ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Verweerder mocht niet van eiser verwachten dat hij meer kon verklaren over zijn gevoelens en emoties en dat hij beelden kon schetsen van verliefdheid, intimiteit en wederkerigheid. Eiser is immers niet gewend om over zijn gevoelens te spreken. Ook mocht verweerder eiser niet tegenwerpen dat zijn verklaringen over het niet hebben van gevoelens voor vrouwen bevreemdend zijn. Eiser kan immers niet concretiseren waarom hij die gevoelens niet heeft. Tevens mocht verweerder niet van eiser verlangen dat hij inzicht geeft in hoe de vriendschap met [naam 1] een liefdesrelatie is geworden. Daarnaast mocht verweerder het niet bevreemdend vinden dat eiser [naam 1] seksueel heeft aangeraakt zonder dat hij wist of [naam 1] daarvoor openstond. Eiser dacht immers dat het uitblijven van een reactie van [naam 1] een aanmoediging was om door te gaan. Verder voert eiser aan dat verweerder hem niet mocht tegenwerpen dat zijn verklaringen over de betrapping geen logisch geheel vormen. Verweerder haalt immers twee betrappingen door elkaar. De eerste keer zijn eiser en [naam 1] betrapt door eisers oom. De tweede keer zijn zij betrapt door studenten. Eiser heeft verklaard dat de deur ‘s ochtends op slot was, maar duidelijk is dat [naam 1] de kamer op een gegeven moment heeft verlaten. Voorts voert eiser aan dat hij zich weliswaar heeft vergist over de naam ‘Zaandam Rainbow’, maar hij heeft foto’s overgelegd waarop hij te zien is tijdens lhbti-activiteiten. Deze foto's had verweerder bij zijn beoordeling moeten betrekken.
8. In de arresten Quotal en Ebilum [4] heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die nu in asielzaken verricht, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu vol. Ook heeft het Hof overwogen dat uit het Europese recht volgt dat de rechtbank de bevoegdheid heeft om een bindende uitspraak te doen. Van deze bevoegdheid maakt de rechtbank in deze zaak gebruik. De beroepsgrond slaagt en de rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Geloofwaardigheid homoseksualiteit
8.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser meer had moeten vertellen over zijn gevoelens, omdat hij relatief hooggeschoold is en omdat hij vier à vijf jaar een relatie had met [naam 1] . De rechtbank is echter van oordeel dat verweerders enkele verwijzing naar eisers scholing en lange liefdesrelatie onvoldoende is. Uit het voornemen noch het bestreden besluit volgt dat verweerder rekening heeft gehouden met eisers culturele achtergrond. Eiser is afkomstig uit een cultuur waar het niet gebruikelijk is om over gevoelens en emoties te praten. Daarbij zijn homoseksuele gevoelens in Sierra Leone taboe. Dat eiser relatief hoogopgeleid is, betekent dat verwacht mag worden dat hij beter in staat is om op rationale wijze en/of over bepaalde abstracte zaken te praten. Het betekent echter niet dat hij ook gewend is om over
alleabstracte zaken, zoals gevoelens, te praten. Dit vereist bijvoorbeeld dat eiser eerder over zijn gevoelens heeft gepraat of op zijn handelen heeft gereflecteerd. Dit betekent verder dat verweerder ten onrechte tegenwerpt dat eiser met name heeft verklaard over uiterlijke kenmerken van [naam 1] en seksuele gevoelens, als ook dat eiser weinig inzicht biedt in zijn begrip van zijn gerichtheid. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor wel degelijk meermaals over zijn gevoelens verklaard. Zo heeft eiser verklaard dat [naam 1] voor hem opkwam en dat eiser daardoor een band met hem kreeg. [5] Door de manier waarop [naam 1] naar hem keek, schaamde eiser zich. [6] Eiser heeft ook gepraat over gevoelens van jaloezie, boosheid en angst. [7] Ook heeft hij uitgebreid verklaard over de omstandigheid dat hij door zijn gevoelens voor [naam 1] in de war was, zijn zelfvertrouwen verloor en worstelde met zijn religie. [8] Eiser voelde zich depressief, maar na een tijd werd hij rustiger en gelukkiger. [9] De rechtbank overweegt dat deze verklaringen over verschillende, soms tegenstrijdige gevoelens eisers relaas juist authentiek en persoonlijk maken. Het wijst ook op enige ontwikkeling in eisers gevoelens en gedachtes. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor authentiek gereageerd op de vraag of hij nog steeds een relatie heeft met [naam 1] . Eiser verklaarde dat hij erg blij was dat de hoorambtenaar informeerde naar [naam 1] juist omdat daarmee iemand naar [naam 1] informeerde. [10] Waarom al deze verklaringen van eiser volgens verweerder onvoldoende zijn, heeft verweerder niet gemotiveerd.
8.1.1.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser ten onrechte tegenwerpt dat hij bevreemdend heeft verklaard over het niet hebben van gevoelens voor vrouwen. Tijdens het nader gehoor heeft de hoorambtenaar aan eiser gevraagd: “Hoe bent u tot de conclusie gekomen dat u geen gevoelens hebt voor vrouwen?”, waarop eiser antwoordde: “Ik kan niet mijn redenen concretiseren waarom ik tot deze conclusie ben gekomen. Het heeft te maken met mijn opvoeding. Het was iets normaals”. [11] De rechtbank overweegt met verweerder dat eisers antwoord onduidelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank lag het echter op de weg van de hoorambtenaar om hierop door te vragen, omdat het erop lijkt dat eiser de vraag niet begreep. Verweerder schrijft in het voornemen ook terecht dat dit antwoord vooral vragen oproept. Dit doorvragen heeft de hoorambtenaar op dat moment ten onrechte niet gedaan. Verderop tijdens het gehoor verklaarde eiser op vragen wel dat hij vaak naakte vrouwen en meisjes heeft gezien in Sierra Leone, bijvoorbeeld bij het water, tijdens het zwemmen, en dat hij dan niet opgewonden werd. [12] Deze reactie dient bij eisers eerdere antwoord te worden betrokken, maar dat heeft verweerder ook niet gedaan.
8.1.2.
Verweerder werpt ook ten onrechte tegen dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer hij gevoelens kreeg voor mannen. Eiser heeft juist consequent verklaard dat dit te maken had met [naam 1] , die hij al kende vanaf zijn 10e, en dat hij vanaf zijn 13e of 14e jaar meer gevoelens voor hem en daarmee voor mannen kreeg. [13]
8.1.3.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet van eiser mocht verwachten dat hij meer kon vertellen over hoe de vriendschap met [naam 1] overging in een liefdesrelatie. Tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat hij een geïsoleerd leven leidde, eigenlijk een nerd was, van school naar huis ging voordat hij een relatie kreeg met [naam 1] en geconcentreerd was op boeken, maar niet op seks. [14] Verder verklaarde hij dat hij en [naam 1] elkaar al lang kenden omdat zij samen naar school gingen en samen voetbalden, maar dat eiser in de bovenbouw van de middelbare school jaloers werd als [naam 1] met andere jongens sprak. [15] Hij durfde deze gevoelens niet aan [naam 1] te vertellen. Ook heeft eiser verteld over het eerste moment waarop hij [naam 1] seksueel aanraakte en hoe dat verder ging. [16] Het is de rechtbank onduidelijk wat verweerder in dit kader nog meer van eiser kon verwachten. Verweerder werpt ten onrechte tegen dat eiser met name de feitelijke gang van zaken beschrijft en geen ‘termen van beleving’ gebruikt. De rechtbank wijst opnieuw naar het referentiekader. Ook heeft eiser juist verklaard dat hij de dag erna schaamte voelde en blijdschap, dat hij zich iets lichter voelde en een hecht gevoel had met [naam 1] . [17] Ter zitting heeft eisers gemachtigde bovendien terecht gesteld dat er een overlap kan zitten tussen een vriendschap en een liefdesrelatie. Verweerder kan de vriendschap en de liefdesrelatie daarom niet los van elkaar zien. Daarbij oordeelt de rechtbank dat het niet onlogisch is dat eiser [naam 1] seksueel heeft aangeraakt zonder dat hij wist of [naam 1] hiervoor openstond. Naar het oordeel van de rechtbank is het begrijpelijk dat eiser op deze manier een liefdesrelatie met [naam 1] probeerde aan te gaan, juist omdat het praten over homoseksualiteit en het uiten van gevoelens in Sierra Leone taboe is. Hoe dit is gegaan, acht de rechtbank anders dan verweerder niet bevreemdend. Wel is de rechtbank met verweerder van oordeel dat eiser meer had moeten kunnen vertellen over de speciale momenten en gesprekken die eiser samen met [naam 1] had, juist omdat hij en [naam 1] vier à vijf jaar lang een liefdesrelatie hadden. Dat eiser en [naam 1] hun relatie in huis moesten beleven om te voorkomen dat ze betrapt werden, biedt niet genoeg verklaring voor het feit dat eiser hier zo weinig over vertelde. Naar het oordeel van de rechtbank is deze enkele tegenwerping echter onvoldoende om eisers homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig te achten.
8.1.4.
Voorts oordeelt de rechtbank dat verweerder niet terecht stelt dat eiser weinig kennis heeft over Nederlandse lhbti-organisaties. Eiser heeft zich enkel vergist in de naam van de Zaanse lhbti-organisatie waarbinnen hij actief is. Tijdens het nader gehoor en ter zitting zei eiser: ‘Zaandam Pride’, terwijl hij daarmee ‘De Zaandam Regenboog’ bedoelde, welke organisatie jaarlijks de ‘ZaanPride’ organiseert. Naar het oordeel van de rechtbank is deze vergissing dusdanig klein dat daar maar beperkte waarde aan kan worden gehecht. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor verteld over een man genaamd [naam 2] , waarmee hij contact heeft over lhbti-activiteiten. Ter zitting heeft eiser verklaard dat [naam 2] een voorman is van Zaandam Rainbow. Tijdens het nader gehoor heeft de hoorambtenaar ten onrechte niet over [naam 2] doorgevraagd.
8.1.5.
Om bovengenoemde redenen is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers homoseksualiteit ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Zoals bovendien is neergelegd in het voornemen, ligt voor verweerder het zwaartepunt op eisers ervaringen met zijn seksuele geaardheid, de liefdesrelatie die hij heeft gehad en zijn kennis van lhbti-groepen. Omdat de rechtbank oordeelt dat verweerder zijn tegenwerpingen over deze thema’s ondeugdelijk heeft gemotiveerd, kan het geloofwaardigheidsoordeel van verweerder geen stand houden. De rechtbank ziet geen mogelijke motivering voor verweerder om niet aan te nemen dat eiser homoseksueel is en daarom geeft de rechtbank op dit punt een bindend oordeel. De rechtbank acht geloofwaardig dat eiser homoseksueel is.
Geloofwaardigheid problemen
8.2.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers homoseksualiteit niet wordt geloofd en daarom zijn gestelde problemen ook niet. Nu de rechtbank oordeelt dat het geloofwaardigheidsoordeel over eisers homoseksualiteit geen stand houdt, volgt de rechtbank deze redenering van verweerder ook niet.
8.2.1.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat eisers verklaringen rondom de betrapping geen logisch geheel vormen. De rechtbank overweegt hiertoe allereerst dat verweerder in het voornemen en in het bestreden besluit twee verschillende betrappingen door elkaar heeft gehaald. De betrapping waar verweerder op wijst in het voornemen gaat immers over de betrapping door studenten, terwijl de betrapping die wordt genoemd in het bestreden besluit gaat over de betrapping door eisers oom van jaren eerder. Ten tweede werpt verweerder eiser ten onrechte tegen dat het onlogisch is dat hij en [naam 1] door studenten zijn betrapt omdat de deur van [naam 1] kamer de hele dag op slot moet hebben gezeten. Eiser heeft immers verklaard dat de deur op slot zat toen hij en [naam 1] voor de eerste keer die dag seks hadden, maar dat zij zijn betrapt toen zij voor de tweede keer die dag seks hadden en dat dit later op de dag was. [18] Dat eiser verklaarde dat hij en [naam 1] de hele dag in [naam 1] studentenkamer zijn gebleven, betekent niet dat de deur die dag niet is geopend. Naar het oordeel van de rechtbank wijst het feit dat ze er de hele dag verbleven, en dus langere tijd, juist op dat de kans reëel is dat de deur op een gegeven moment van het slot is gehaald. Bij een kortdurend verblijf zou dat anders zijn. Dat de kamer van [naam 1] ook een keuken en badkamer bevatte, maakt niet dat verweerders redenering over het slot wel juist is, omdat er andere redenen kunnen zijn waarom de deur van het slot wordt gehaald (iemand klopt aan, er moet iets van buiten worden gepakt of gehaald). Tevens is het de rechtbank niet duidelijk waarom verweerder van eiser had verwacht dat hij tijdens het nader gehoor expliciet zou verklaren dat hij de deur van het slot heeft gehaald. Als verweerder dit had willen tegenwerpen, had het op zijn weg gelegen eiser ook concreet over het ontsluiten van de deur te bevragen. Ten derde werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser bij de eerste uitleg over wat er gebeurde bij deze betrapping noemde dat hij met een vork werd gestoken, terwijl hij dat bij de tweede uitleg van wat er toen gebeurde de vork niet meer vermeldde. [19] Verweerder miskent hiermee dat de twee keren in grote lijnen en ook op detailniveau (worsteling, klap op voorhoofd, ontsnapping via wc-raampje, moeras) grote overeenkomsten bevatten.
8.2.2.
Om bovengenoemde redenen is de rechtbank van oordeel dat verweerders geloofwaardigheidsoordeel over eisers problemen naar aanleiding van zijn homoseksualiteit ook geen stand kan houden. De rechtbank ziet geen mogelijke motivering voor verweerder om niet aan te nemen dat eiser door zijn homoseksualiteit problemen heeft gekregen en daarom geeft de rechtbank ook op dit punt een bindend oordeel. De rechtbank acht geloofwaardig dat eiser problemen heeft gekregen vanwege zijn geaardheid.
Conclusie beroepsgrond
8.3.
Verweerder moet een nieuw besluit nemen. Daarbij moet verweerder uitgaan van de geloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit en de daaruit vloeiende problemen. Verweerder moet een beoordeling maken van de zwaarwegendheid van dit asielmotief.
Heeft verweerder eisers asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond?
9. Eiser voert aan dat verweerder eisers asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op basis van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw. Eiser heeft zijn paspoort immers niet achtergehouden. Eiser heeft zijn paspoort zelfs nooit in bezit gehad. Eiser was in België toen zijn paspoort in Sierra Leone in ontvangst is genomen. Eiser denkt dat een voormalige vriendin zijn paspoort heeft opgevraagd in Sierra Leone en een kopie heeft afgegeven aan de Nederlandse autoriteiten, toen zij een mvv-aanvraag indiende namens eiser. Deze vriendin probeert eiser nu het leven zuur te maken. Eiser heeft bij de correcties en aanvullingen op het verslag van het nader gehoor verzocht om inzage in de mvv-aanvraag, om erachter te komen hoe de kopie van het paspoort in eisers asieldossier terecht is gekomen. Verweerder heeft dit verzoek ten onrechte afgewezen en ten onrechte niet aangetoond hoe eisers paspoort in eisers asieldossier terecht is gekomen.
10. De rechtbank volgt eisers stelling dat verweerder de asielaanvraag ten onrechte op basis van de d-grond van artikel 30b, eerste lid, van de Vw heeft afgedaan als kennelijk ongegrond. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
10.1.
In het bestreden besluit stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het goed mogelijk is dat het paspoort in Sierra Leone is vervaardigd terwijl eiser in België verbleef. Het is immers gebruikelijk dat een derde het paspoort in Sierra Leone laat vervaardigen en naar Europa stuurt, zo blijkt uit de telefoonnotitie van TOELT over het gesprek met de Brusselse ambassade van Sierra Leone. Wat echter ook uit deze telefoonnotitie blijkt, is dat de vreemdeling vervolgens met zijn paspoort in persoon naar de ambassade in Brussel moet gaan om het paspoort te legaliseren. De Brusselse ambassade geeft dan een officiële brief mee voor in het paspoort. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser zijn paspoort heeft gelegaliseerd bij de Brusselse ambassade. Verweerder heeft niet gesteld dat er een legalisatiebrief van de Brusselse ambassade in het paspoort zit. Dit valt ook niet op te maken uit de tot de gedingstukken behorende kopie. Uit de telefoonnotitie blijkt verder dat voor de aanvraag een digitaal aanvraagformulier moet worden ingediend. Zelfs als eiser heeft meegewerkt aan de aanvraag, betekent dat nog niet dat hij het paspoort in handen heeft gehad. Om deze reden kan verweerder eiser niet tegenwerpen dat hij ten onrechte heeft gezegd nooit in bezit te zijn geweest van een paspoort. Daarbij is ook van belang dat de rechtbank verweerder ter zitting heeft verzocht om uit te leggen hoe hij aan de kopie van het paspoort is gekomen. In zijn bijgevoegde brief bij de telefoonnotitie van TOELT heeft verweerder zich echter op het standpunt gesteld dat het er niet toe doet hoe de kopie van het paspoort in eisers dossier terecht is gekomen. De rechtbank acht dit standpunt onnavolgbaar. De kopie van het paspoort ligt ten grondslag aan de grond voor kennelijkheid, eiser stelt dat hij die nooit heeft verstrekt aan verweerder en zeker is dat de kopie niet in het kader van deze procedure is ingebracht. Dat betekent dat eisers geschetste scenario goed mogelijk is, namelijk dat de voormalige vriendin deze heeft verstrekt aan verweerder bij de voor eiser gevoerde procedure over de mvv zonder dat eiser het origineel in handen heeft gehad. Het is dan aan verweerder om het tegendeel te onderbouwen.
10.2.
Verder overweegt de rechtbank dat verweerder op grond van artikel 8:42 en Pro artikel 8:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alle stukken moet verstrekken die betrekking hebben op de zaak. Documenten die niet onder deze bepalingen vallen maar die eiser toch wil inzien, moet hij via een aparte procedure aanvragen. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder gesteld dat het mvv-dossier niet is geraadpleegd tijdens de besluitvorming van eisers asielaanvraag. De rechtbank begrijpt dat dit los staat van de kopie van het paspoort, dat mogelijk uit het mvv-dossier afkomstig is en tot de onderhavige gedingstukken behoort. Verweerder heeft dus gesteld geen inhoudelijke stukken uit dat dossier te hebben geraadpleegd. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de rest van het dossier van de mvv-aanvraag onder artikel 8:42 van Pro de Awb valt. De rechtbank volgt daarom verweerders standpunt dat het verzoek om inzage in de persoonsgegevens van eisers ex-vriendin in het kader van de mvv-aanvraag als afzonderlijk AVG-verzoek moet worden ingediend. Daarom had verweerder de stukken uit het mvv-dossier niet vóór de zitting hoeven inbrengen.
10.3.
Na de zitting heeft eiser alsnog een apart AVG-verzoek ingediend. Verweerder heeft dit verzoek vervolgens afgewezen. De rechtbank doet in deze zaak geen uitspraak over de afwijzing van het AVG-verzoek. Wel is de rechtbank van oordeel dat nu eiser geen inzage heeft gekregen in de gegevens van de mvv-aanvraag, het des te belangrijker is dat verweerder aantoont hoe hij in bezit kwam van een kopie van eisers paspoort. Verweerder heeft dit ten onrechte niet kenbaar gemaakt.
Conclusie en gevolgen
11. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
11.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.
11.2.
Het beroep is gegrond en daarom bestaat er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.
11.3.
Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor wat betreft het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Immigratie-en Naturalisatiedienst, Directie Dienstverlenen / Afdeling Expertise, Team Onderzoek en Expertise Land & Taal.
3.Zie bijvoorbeeld pagina’s 11, 16, 25 en 30 van het verslag van het nader gehoor.
4.Arresten van het Hof van 4 juni 2026, C198/25 en C-440/25.
5.Pagina 18 van het verslag van het nader gehoor.
6.Pagina 17 van het verslag van het nader gehoor.
7.Zie bijvoorbeeld pagina’s 15, 18, 21 en 25 van het verslag van het nader gehoor.
8.Zie bijvoorbeeld pagina’s 21 en 22 van het verslag van het nader gehoor.
9.Pagina 18 van het verslag van het nader gehoor.
10.Pagina 24 van het verslag van het nader gehoor.
11.Pagina 16 van het verslag van het nader gehoor.
12.Pagina 18 van het verslag van het nader gehoor.
13.Pagina 14, 15 en 23 van het verslag van het nader gehoor.
14.Pagina 14 van het verslag van het nader gehoor.
15.Pagina 15 van het verslag van het nader gehoor.
16.Pagina’s 17 en 23 van het verslag van het nader gehoor.
17.Pagina 23 van het verslag van het nader gehoor.
18.Zie bijvoorbeeld pagina’s 30 en 31 van het verslag van het nader gehoor.
19.Zie pagina’s 11 en 31-32 van het verslag van het nader gehoor.