ECLI:NL:RBDHA:2026:17767

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
AWB 25/15687
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek uit opvangvoorziening

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanzegging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om hem over te plaatsen naar een reguliere opvangvoorziening. Het bezwaar is door verweerder kennelijk ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

Tijdens de procedure meldde verweerder dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Eiser en zijn gemachtigde hebben dit niet weersproken, ondanks dat de rechtbank daartoe gelegenheid bood. Uit correspondentie blijkt dat de gemachtigde in september 2025 voor het laatst contact had met eiser en sindsdien geen contact meer heeft.

De rechtbank concludeert dat eiser geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het besluit en de rechtsmiddelen daarom niet-ontvankelijk zijn verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/15687

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft een aanzegging gedaan om eiser over te plaatsen naar een reguliere opvangvoorziening.
Tegen de aanzegging is eiser in bezwaar gegaan.
Bij besluit van 10 juli 2025 heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser van 17 april 2025 kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Het beroep van eiser ziet op de aanzegging van het verweerder om eiser over te plaatsen naar een reguliere opvangvoorziening.
2. Op 19 november 2025 heeft verweerder gemeld dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Eiser en zijn gemachtigde hebben dit – ondanks dat de rechtbank daartoe gelegenheid heeft geboden – niet weersproken. Uit de brief van gemachtigde van eiser van 3 december 2025 blijkt dat hij in september 2025 voor het laatst contact heeft gehad met eiser. Niet gebleken is dat de gemachtigde nog contact heeft met eiser. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser blijkbaar geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het besluit en de door hem tegen dat besluit ingestelde rechtsmiddelen. Gelet hierop is het procesbelang aan het beroep komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan 17 juni 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.