Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER af te wijzen. Het primaire besluit dateert van 21 januari 2025 en het bezwaar is op 21 augustus 2025 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:84 Awb Pro.
De rechtbank constateerde dat het beroepschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro. Eiser is op 12 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn tot 3 maart 2026 alsnog de gronden in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Binnen deze termijn zijn geen gronden ontvangen en er is geen sprake van verschoonbaar verzuim.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument EU/EER is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.