ECLI:NL:RBDHA:2026:17794
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Handelsnaaminbreuk door gebruik vrijwel identieke handelsnaam en domeinnaam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt bevolen het gebruik van de handelsnaam te staken wegens inbreuk op het handelsnaamrecht. Eiser voert sinds juli 2020 een onderneming onder een handelsnaam met onderscheidend vermogen in de sector van elektrische vervoersmiddelen. Gedaagde is in februari 2026 opgericht en gebruikt een vrijwel identieke handelsnaam en domeinnaam voor soortgelijke producten.
Gedaagde betwist het gebruik van de handelsnaam en stelt dat de activiteiten worden gedreven door een zusteronderneming. De voorzieningenrechter acht dit onvoldoende aannemelijk en concludeert dat gedaagde wel degelijk onder de betwiste naam handelt. Tevens is vastgesteld dat de handelsnaam van eiser ouder is en onderscheidend vermogen bezit.
De rechtbank oordeelt dat de handelsnamen auditief en visueel nagenoeg volledig overeenkomen en dat gevaar voor verwarring bij het publiek bestaat. De vordering tot staking van het handelsnaamgebruik wordt toegewezen met een dwangsom en een termijn van vier weken. De vordering tot staking van het gebruik van de domeinnaam wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld het gebruik van de handelsnaam te staken binnen vier weken onder dwangsom en in de proceskosten.