ECLI:NL:RBDHA:2026:17807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met aanpassing beslistermijn en dwangsom
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 november 2025. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. Verweerder is opgedragen binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank heeft het bestaande 8+8-wekenmodel voor het horen en beslissen herzien naar een 8+4-wekenmodel, vanwege het vervallen van de voornemenprocedure ingevolge het Asiel- en migratiepact dat op 12 juni 2026 van kracht is geworden. Dit betekent dat na het horen sneller tot besluitvorming moet worden overgegaan.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de nieuwe termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De proceskosten worden vastgesteld op €467, gelet op de lichte aard van de zaak. De rechtbank ziet geen noodzaak om verweerder in persoon op te roepen of een zitting te houden, omdat belanghebbende zich niet op specifieke omstandigheden beroept.
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:57 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder krijgt een termijn van twaalf weken om te beslissen en een dwangsom wordt opgelegd bij overschrijding.