ECLI:NL:RBDHA:2026:17816

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL26.31430
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55d AwbArt. 8:57 AwbWet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000Verordening 2024/1348/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank stelt termijn voor besluitvorming in vreemdelingenzaak na vervallen voornemenprocedure

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.

De rechtbank overweegt dat het nader gehoor nog niet heeft plaatsgevonden en dat het traditionele 8+8-wekenmodel voor horen en beslissen tot nu toe werd toegepast. Met ingang van 12 juni 2026 is het Asiel- en migratiepact van kracht, waarbij de voornemenprocedure is vervallen. Dit leidt tot een aanpassing van het model naar een 8+4-wekenmodel, waarbij na het horen sneller tot besluitvorming wordt overgegaan.

De rechtbank draagt de minister op om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt een termijn van twaalf weken voor het nemen van een besluit, met een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31430
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], belanghebbende

(gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Belanghebbende heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
Verweerder heeft de mogelijkheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden. [1]

Overwegingen

1. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende verweerder na die beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan. Het beroep is kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd?

2. Als het beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [2]
3.1.
De rechtbank stelt vast dat blijkens het dossier het nader gehoor nog niet is afgenomen. In een dergelijk geval legde deze rechtbank en zittingsplaats tot nu toe een termijn van zestien weken op, het zogenoemde 8+8-wekenmodel, voor het horen en beslissen. Deze termijn is volgens de Afdeling [3] passend. [4]
3.2.
Met ingang van 12 juni 2026 is het Asiel- en migratiepact van toepassing geworden. Daarmee is de voornemenprocedure vervallen, nu de Procedureverordening [5] , die onderdeel uitmaakt van het Asiel- en migratiepact, deze stap niet kent. [6] Het vervallen van deze stap strekt tot vereenvoudiging en versnelling van de asielprocedure, mede gelet op de verkorte beslistermijnen van de Procedureverordening. [7]
3.3.
Dit geeft de rechtbank aanleiding het bestaande 8+8-wekenmodel te herzien. Het vervallen van de voornemenprocedure heeft geen gevolgen voor de termijn van acht weken voor het horen, maar brengt wél mee dat na het gehoor sneller tot besluitvorming kan worden overgegaan. Daarom stelt de rechtbank de termijn voor het nemen van een besluit, nadat al is gehoord over de asielmotieven, vast op vier weken (8+4-wekenmodel). Dat betekent dat verweerder uiterlijk binnen twaalf weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend moet maken.
Wat is de hoogte van de rechterlijke dwangsom?
4. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in aansluiting bij het landelijk beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder bij deze overschrijding een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank past het beleid toe zoals dat staat vermeld op rechtspraak.nl [8] en sluit zich niet aan bij de aanbeveling van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht van 21 mei 2026. [9]
5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op om uiterlijk binnen maximaal twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.P.W. Kwakman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Verordening 2024/1348/EU.
6.Dit volgt uit onderdeel AF en artikel IX van de Wet van 27 mei 2026 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026), Stb. 2026, 127.
7.TK 2025-2026, 36 871, nr. 3, p. 46 en 47.
8.https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/extra-dwangsom.
9.https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/bestuursrecht/aanbeveling-rechterlijke-dwangsom-bij-beroep-niet-tijdig-beslissen-in-vreemdelingenzaken.