ECLI:NL:RBDHA:2026:17823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiseres diende op 16 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 25 augustus 2025 af als ongegrond, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep op 19 mei 2026.
Eiseres stelde dat zij vanwege bedreigingen door Al Shabaab moest vluchten. De minister achtte haar identiteit geloofwaardig, maar vond de verklaringen over de bedreigingen ongeloofwaardig en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht rekening hield met het referentiekader van eiseres en dat haar wisselende verklaringen en het ontbreken van concrete informatie over de moord op een medewerker het verhaal ongeloofwaardig maakten.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres niet als vluchteling kan worden aangemerkt en dat er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Mogadishu bestaat. De rechtbank wees het beroep af en liet het bestreden besluit in stand. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.