ECLI:NL:RBDHA:2026:17823

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL25.45800
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 64 VwVluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade

Eiseres diende op 16 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 25 augustus 2025 af als ongegrond, waarna eiseres beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep op 19 mei 2026.

Eiseres stelde dat zij vanwege bedreigingen door Al Shabaab moest vluchten. De minister achtte haar identiteit geloofwaardig, maar vond de verklaringen over de bedreigingen ongeloofwaardig en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht rekening hield met het referentiekader van eiseres en dat haar wisselende verklaringen en het ontbreken van concrete informatie over de moord op een medewerker het verhaal ongeloofwaardig maakten.

Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres niet als vluchteling kan worden aangemerkt en dat er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Mogadishu bestaat. De rechtbank wees het beroep af en liet het bestreden besluit in stand. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45800

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M. Luijendijk),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: A.E. Geçer).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1. Eiseres heeft op 16 december 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond en geen aanleiding gezien om een verblijfsvergunning regulier te verlenen. Wel is uitstel van vertrek verleend voor de duur van zes maanden vanwege een onderzoek naar de medische situatie van eiseres.
1.1.
Bij besluit van 5 december 2025 is aan eiseres uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw voor de periode 13 oktober 2025 tot 13 oktober 2026. Dit besluit is geen onderdeel van deze procedure.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en beroepsgronden aangevoerd tegen de afgewezen asielaanvraag.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres had een eethuis in Mogadishu. Haar klanten bestonden onder meer uit Somalische soldaten. Zij is drie keer telefonisch bedreigd door Al Shabaab. Vervolgens heeft Al Shabaab een meisje dat werkzaam was in het eethuis van eiseres vermoord. Volgens eiseres was zij het volgende doelwit, maar zij bevond zich op dat moment op het toilet en bleef ongedeerd. Eiseres verklaart dat zij door een buurman is gewaarschuwd, waarna zij is gevlucht. Eiseres stelt dat zij vreest door Al Shabaab te worden vermoord en daarom is gevlucht.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met Al Shabaab.
3.1.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig en de problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres over haar problemen met Al Shabaab geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister stelt zich vervolgens op het standpunt dat de geloofwaardige asielmotieven er niet toe leiden dat eiseres een asielvergunning moet worden verleend. De minister wijst de asielaanvraag van eiseres af als ongegrond.
Beoordeling van de geloofwaardigheidsbeoordeling
4. Eiseres voert aan dat de besluitvormingsprocedure onzorgvuldig is geweest, omdat de minister ten onrechte geen of te weinig rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden en het referentiekader van eiseres. Eiseres geeft in dit verband aan dat ze analfabeet is en dat uit de inhoud van het advies van Medifirst blijkt dat eiseres moeite heeft met het aangeven van exacte data. Ook wijst eiseres op de omstandigheid dat ze meer dan [nummer] jaar oud is en dat haar geheugen haar soms in de steek laat. De minister heeft hier tijdens het gehoor en in de besluitvorming te weinig rekening mee gehouden.
4.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het Medifirst advies volgt alleen dat eiseres geen exacte data kan benoemen; Verder is hierin aangegeven dat eiseres bij benadering periodes kan aangeven en dat er verder geen beperkingen zijn. De minister is mede op basis van dit Medifirstadvies uitgegaan van een juist referentiekader, waarmee tijdens het gehoor ook voldoende rekening is gehouden. Zo heeft de gehoormedewerker vragen gesteld in meer algemene termen, bijvoorbeeld over periodes, seizoenen en schattingen, in plaats van exacte data. Uit het gehoor blijkt ook dat eiseres in staat was om op verschillende punten concrete informatie te geven. Zo heeft zij verklaard dat zij ongeveer tien jaar een theehuis had, kon zij de afmetingen van het theehuis beschrijven, een inschatting maken van de afstand tussen haar woning en het theehuis en het aantal tafels noemen. Ook kon zij de prijzen van producten nog goed herinneren, ondanks dat dit al ongeveer twee jaar geleden was, en een indicatie geven van het aantal soldaten dat dagelijks haar theehuis bezocht. Uit het gehoor kan niet worden afgeleid dat het beantwoorden van de vragen, vanwege haar leeftijd, voor eiseres moeilijk was of dat haar geheugen haar in de steek liet.
4.2.
De rechtbank stelt vast dat evenmin uit het later uitgebrachte BMA-advies in de artikel 64 Vw Pro-procedure kan worden opgemaakt dat er beperkingen zouden zijn waarmee de minister rekening had moeten houden. In dit advies wordt gerapporteerd over nierfalen, problemen met de [medisch], maar staat niets over mogelijke psychische gebreken of belastende mentale omstandigheden vanwege het ouder zijn.
5. Eiseres voert aan dat de minister de problemen met Al Shabaab (asielmotief 2) ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
5.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat haar ten onrechte wordt tegengeworpen dat ze wisselend heeft verklaard over wanneer zij is gestopt met werken naar aanleiding van de bedreigingen. De rechtbank stelt vast dat eiseres eerst concreet heeft verklaard dat zij stopte met werken nadat zij telefonisch was bedreigd met een schot door het hoofd, terwijl zij in het nader gehoor heeft verklaard dat zij pas is gestopt met werken en is gevlucht naar aanleiding van de moord op [naam] en het vermoeden dat zij vervolgens zelf zou worden vermoord. Eiseres heeft voor deze wisselende verklaring geen deugdelijke verklaring gegeven.
5.2.
Ook het betoog van eiseres dat haar ten onrechte wordt tegengeworpen dat ze vaag heeft verklaard over [naam] en de moord op [naam], slaagt niet. Datzelfde geldt voor haar betoog dat in Somalië geen achternamen en huisadressen worden gebruikt en dat de minister haar verklaringen ten onrechte langs een westerse maatstaf heeft gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiseres vaag heeft verklaard over [naam] en in het bijzonder over de clanafkomst van [naam]. De minister heeft in dit verband mogen betrekken dat volgens algemene bronnen clanstructuren een belangrijk onderdeel vormen van het dagelijks leven in Somalië en een belangrijke rol spelen in de onderlinge verhoudingen tussen personen. Dat eiseres zelf stelt hieraan geen waarde te hechten, maakt niet dat het onredelijk is om te verwachten dat zij, gelet op haar gestelde langdurige vriendschappelijke relatie met [naam], in elk geval weet tot welke clan of stam zij behoorde.
Ook heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiseres vaag heeft verklaard over de moord op [naam]. Eiseres stelt dat ze niets heeft gezien, niet aanwezig was en niet weet hoe of waar ze is vermoord. Verder heeft de buurman enkel aangegeven dat [naam] was vermoord maar niet door wie. Eiseres heeft haar kennis over de gestelde moord op [naam] derhalve uitsluitend gebaseerd op wat haar door een buurman is verteld. Zij heeft geen nadere, uit eigen waarneming afkomstige, informatie kunnen geven over de toedracht van het incident. Dat eiseres, naar zij stelt, op het moment van de aanval op het toilet was en daardoor de gebeurtenis zelf niet heeft gezien, maakt niet dat de minister haar verklaringen over dit incident niet summier en weinig concreet heeft mogen vinden.
5.3.
De minister heeft verder terecht vastgesteld dat eiseres haar stelling dat [naam] is vermoord door Al Shabaab heeft gebaseerd op haar eigen aanname. De minister heeft zich daarbij op het standpunt kunnen stellen dat van eiseres mocht worden verwacht dat zij, voor zover mogelijk, nadere informatie zou hebben proberen te verkrijgen over wat er precies was gebeurd. Ze is immers niet direct na het incident gevlucht. Nergens uit blijkt dat eiseres pogingen heeft ondernomen om duidelijkheid te verkrijgen over wat er is voorgevallen. De enkele stelling dat het gevaarlijk was, is niet nader geconcretiseerd en heeft de minister in het licht dat eiseres zelf niet onmiddellijk is gevlucht ongerijmd mogen vinden.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat de minister asielmotief 2 deugdelijk heeft gemotiveerd en ongeloofwaardig heeft mogen vinden.
Beoordeling van de zwaarwegendheid
6. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet als vluchteling kan worden aangemerkt als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van vrees dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank vindt de motivering van de minister in het voornemen van 10 juli 2025 en het bestreden besluit deugdelijk, waaronder dat eiseres niet als alleenstaande vrouw wordt aangemerkt, dat eiseres terug kan naar Mogadishu, omdat daar sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als individu een verhoogd risico loopt op willekeurig geweld. De stelling van eiseres dat terugkeerders uit het westen het daar moeilijk hebben en gevaar lopen, is verder niet nader onderbouwd en doet aan het voorgaande niet af.
6.1.
Eiseres voert aan dat zij wel als een alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt. De rechtbank kan met de minister eiseres hierin niet volgen. Uit de verklaringen van eiseres volgt dat zij nog contact heeft met haar zus Hawo en dat zij eerder bij haar zus heeft verbleven. Dat haar zus gezondheidsproblemen heeft, maakt verder op zichzelf niet dat reeds daarom moet worden aangenomen dat zij eiseres in het geheel niet kan ondersteunen. Daarbij komt dat er ook familieleden, waaronder de moeder en de zussen, van haar overleden echtgenoot, in Mogadishu wonen, zodat ook gelet daarop niet gezegd kan worden dat zij aldaar geen netwerk heeft en als alleenstaande vrouw zou moeten worden beschouwd.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepsgronden slagen niet. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand.
7.1.
Eiseres krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000