ECLI:NL:RBDHA:2026:1783

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696187 / KG ZA 25-1240
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:400 BWArt. 7:408 lid 1 BWArt. 7:411 BWArt. 7:428 BWArt. 130 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen agentuurovereenkomst maar opdracht; opzegging vereist redelijke termijn

Eiseres, een presentatrice en deskundige op het gebied van voedingssupplementen, had een samenwerkingsovereenkomst met Nutralinea voor het presenteren van producten via QVC. Nutralinea besloot de samenwerking te wijzigen en stelde een nieuwe presentatrice aan, waarna eiseres geen uitzendingen meer kreeg en geen vergoeding meer ontving.

Eiseres vorderde betaling van achterstallige en toekomstige vergoedingen en een verbod op het gebruik van haar beeldmateriaal. Nutralinea stelde dat de overeenkomst een opdracht was en dat zij de samenwerking mocht beëindigen wegens tekortkomingen van eiseres.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst geen agentuurovereenkomst was omdat eiseres niet bemiddelde bij het sluiten van koopovereenkomsten, maar reclame maakte. Nutralinea mocht de overeenkomst tussentijds opzeggen op grond van artikel 7:408 BW Pro, maar had daarbij een redelijke opzegtermijn in acht moeten nemen vanwege de exclusiviteitsafspraak en de afhankelijkheid van eiseres van de vergoeding.

De rechtbank wees de vorderingen tot betaling af wegens onvoldoende spoedeisend belang en terughoudendheid in kort geding, en wees ook het verbod op gebruik van beeldmateriaal af omdat Nutralinea dit ontkende en toezegde het materiaal te verwijderen. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege onduidelijkheid over de opzegging.

Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen omdat de overeenkomst een opdracht betreft die Nutralinea mocht opzeggen mits met redelijke opzegtermijn, welke niet is nageleefd.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/696187 / KG ZA 25-1240
Vonnis in kort geding van 27 januari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] , [land] ,
eiseres,
advocaat mr. A.A.M. Hoogveld te Maastricht,
tegen:
NUTRALINEA B.V.te Delft,
gedaagde,
advocaten mr. M.H. Visscher en mr. L. Meijerhof te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Nutralinea’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 december 2025, met producties 1 tot en met 24;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 20;
- de aanvullende producties 25 tot en met 32 van [eiseres] ;
- de aanvullende producties 21 tot en met 35 van Nutralinea;
- de akte wijziging van eis van [eiseres] van 14 januari 2025;
- de brief van mr. Visscher van 14 januari 2025, waarin mr. Visscher namens Nutralinea bezwaar maakt tegen de eiswijziging van [eiseres] .
1.2.
Op 15 januari 2026 vond de mondelinge behandeling in deze zaak plaats. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling is het door Nutralinea gemaakte bezwaar tegen de door [eiseres] ingediende eiswijziging besproken. Het bezwaar van Nutralinea komt erop neer dat [eiseres] de eiswijziging te laat (want: niet binnen 24 uur vóór de zitting) heeft ingediend en dat daarvoor ook geen goede reden was. [eiseres] had de door haar ingediende aanvullende (subsidiaire) eis – gelet op haar eigen stellingen – namelijk al bij dagvaarding kunnen instellen, aldus Nutralinea. Volgens Nutralinea heeft zij onvoldoende tijd gekregen om zich tegen de eiswijziging te verweren en is zij daarom ernstig in haar processuele belangen geschaad.
1.3.
[eiseres] is op grond van artikel 130 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd haar eis te wijzigen zolang er nog geen eindvonnis is gewezen, tenzij de eiswijziging in strijd moet worden geacht met de eisen van een goede procesorde. De voorzieningenrechter heeft ter zitting geoordeeld dat dit hier niet het geval is. De eiswijziging is iets minder dan een dag voor de zitting ingediend, beperkt van omvang en bouwt feitelijk voort op de reeds door [eiseres] in haar dagvaarding ingenomen stellingen. De voorzieningenrechter heeft de eiswijziging daarom toegestaan.
1.4.
Vervolgens hebben partijen hun standpunten toegelicht, beiden aan de hand van een overgelegde pleitnota. Aan het eind van de zitting is vonnis bepaald op 30 januari 2026. Het is vonnis is bij vervroeging heden uitgesproken.

2.De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
[eiseres] is (voormalig) tennisspeler, sportwetenschapper, deskundige op het gebied van voeding en voedingssupplementen en presentatrice, gespecialiseerd in teleshopping. [eiseres] drijft als eenmanszaak een onderneming op het gebied van voedingsadvies en voedingssupplementen.
2.2.
Nutralinea houdt zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van innovatieve voedingssupplementen, in samenwerking met voedingsdeskundigen, diëtisten en wetenschappers.
2.3.
Nutralinea heeft vanaf haar oprichting in 2014 zo’n tien jaar lang samengewerkt met Duitse televisie- en sportpersoonlijkheid [naam] (hierna: [naam] ). [naam] trad tijdens die periode op als het gezicht en de ambassadeur van Nutralinea. In 2024 eindigde deze samenwerking tussen Nutralinea en [naam] .
2.4.
Op 18 januari 2024 heeft Nutralinea een distributieovereenkomst gesloten met het Duitse teleshopping-bedrijf QVC. Op grond van deze distributieovereenkomst koopt QVC producten van Nutralinea in en verkoopt zij deze producten door aan haar klanten. QVC verkoopt de producten van Nutralinea via een zogenoemd ‘teleshopping’-verkoopmodel, waarbij de producten tijdens een live-uitzending op het tv-kanaal van QVC worden aangeprezen door een presentator/presentatrice, die optreedt als het gezicht van Nutralinea. Deze presentator/presentatrice, die wordt aangewezen en betaald door Nutralinea, prijst de producten tijdens de live-uitzending aan en beantwoordt vragen van (potentiële) klanten over de producten.
2.5.
Na het aangaan van de distributieovereenkomst met QVC is Nutralinea op zoek gegaan naar een presentator/presentatrice voor de live-uitzendingen bij QVC. Begin april 2024 heeft Nutralinea [eiseres] daarvoor benaderd en partijen zijn vervolgens met elkaar in overleg getreden over het sluiten van een overeenkomst.
2.6.
Nutralinea heeft in eerste instantie een zogenoemde ‘Service Agreement’ opgesteld en op 3 mei 2024 heeft zij die overeenkomst in concept aan [eiseres] gestuurd. Partijen hebben per e-mail gecorrespondeerd over de inhoud van dat concept en dat heeft geleid tot verschillende aanpassingen. De Service Agreement is niet door partijen ondertekend.
2.7.
Wel hebben beide partijen op 12 juni 2024 – kort voor de eerste live-uitzending van [eiseres] bij QVC – een zogenoemde ‘Letter of Intent’ (hierna: de overeenkomst) ondertekend. Partijen zijn daarin, voor zover nu relevant, het volgende overeengekomen:

Letter of Intent
(…)
We are pleased to present you with a Letter of Intent to be entered into between Ms. [eiseres] and NutraLinea B.V. This agreement sets forth a basis for our future collaboration and includes clear agreements and conditions that take into account the interests of both parties. We are confident that this Letter of Intent lays the foundation for a successful and long-term partnership.
Summary:
Ms. [eiseres] works independently as a TV expert in the field of teleshopping and is the self-employed invoicer. The agreement has a duration of 3 years with an option for an additional 2 years. Both parties may terminate the contract three months prior to expiration.
Ms. [eiseres] receives exclusivity as a guest on QVC, which precludes her from appearing as a guest, expert, or consultant for other teleshopping channels and providers of dietary supplements. Ms. [eiseres] operates her own brand ( [website] ) online, which she either continues independently or sells through NutraLinea. She will also appear in mix hours on QVC, in coordination with NutraLinea and QVC. Compensation for this does not come from NutraLinea.
Billing will be based on monthly turnover, including travel time and preparation measures. NutraLinea will cover travel expenses such as hotel, flight, taxi, and airport parking, either as a lump sum or upon submission of expenses. Returns will be deducted from the commission.
If another expert participates during Ms. [eiseres] ’s hours for training purposes, Ms. [eiseres] will still receive 100% of the commission, without sharing. A replacement will only be used if Ms. [eiseres] is prevented and the already planned hours cannot be rescheduled but would be canceled. Ms. [eiseres] will conduct all planned on-air hours during the contract period. She will receive the commission for products sold outside of the broadcast date with backup (e.g. online purchases due to presentation videos with Ms. [eiseres] ).
Net Compensation:
⦁ TAG items (not all items on the TAG day): 1.3%
⦁ TAG + items are not TAG items and are paid at 2%
⦁ Bonus of €3,000 if TAG items sell out 100%
⦁ Bonus of €1 ,200 if TAG items sell out 95%
⦁ Other items except TAG items on the TAG day: 2%
⦁ Extra/occasional (half TAG): 2%
⦁ Regular homeshow items: 2%
⦁ Monthly advance payment on commissions (only if Ms. [eiseres] also fulfills the hours): €8,000
gross
⦁ In case of illness or unfortunate occupational incapacity, Ms. [eiseres] has no entitlement to compensation.
Forecast:
Planned for 2024:
⦁ 5 TAGs with a turnover of €1,200,000 - €1,800,000 each
⦁ 2 EXAs with a turnover of €400,000 each
⦁ 1 day with homeshows with a turnover of €250,000 each
⦁ Total planned net turnover after RTV for 2024: €6,162,000
⦁ Based on projected turnovers, a projected income of €100,000 for 2024 is forecasted by Frank [naam] .
⦁ QVC anticipates 8 TAGs with a net turnover of €10,3 00,000 for 2025
⦁ QVC anticipates 9 TAGs with a net turnover of €1 3,000,000 for 2026
⦁ Mid-term goal of €17,500,000 after RTV”
(…)”
2.8.
Op 15 juni 2024 vond de eerste live-uitzending van QVC plaats. Partijen hebben tot en met augustus 2025 uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Nutralinea betaalde [eiseres] maandelijkse een voorschot van € 8.000,-; later werd op basis van gerealiseerde verkopen door QVC afgerekend tussen Nutralinea en [eiseres] .
2.9.
Bij brief van 28 augustus 2025 heeft Nutralinea aan [eiseres] bericht dat zij – in overleg met QVC – heeft besloten om met een nieuwe presentatrice te gaan werken om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen en de prestaties te verbeteren. Volgens Nutralinea betekende dit niet het einde van de samenwerking met [eiseres] , maar om een aanpassing daarvan. In de brief heeft Nutralinea dit als volgt verwoord:
“We would like to thank you for your contribution as a presenter for NutraLinea on QVC. As you are aware, NutraLinea is currently facing significant financial challenges. Continuing with the current approach is not sustainable and could even lead to withdrawing NutraLinea from QVC entirely. At this time, the business model is not financially viable.
Our original sales target for 2025 was set at a minimum of 300.000 units net sales and €10.200.000 in QVC turnover. However, current forecasts indicate approx. 150.000 units - only 50% of our target. This shortfall has led to substantial financial strain in the first half year and is expected to impact the remainder of the year if performance does not improve.
Additionally, we have missed several QVC broadcast opportunities due to declined airtime slots resulting from your unavailability. As previously communicated, NutraLinea cannot afford to reject airtime while still building its brand presence. These missed opportunities have negatively affected our visibility, turnover, and overall brand strength. As you know and as we’ve discussed with you - we started a new collaboration with an additional presenter. This decision was primarily driven by the fact that we had to decline airtime offered by QVC on multiple broadcast days and time slots.
In light of these circumstances, and in joint decision with QVC, we are adjusting our presentation strategy. For the upcoming period, we will be working with a new presenter. This is a strategic decision to safeguard business continuity and improve performance. It does not constitute a termination of our collaboration with you. Should suitable opportunities arise, we would like to reach out to you to present on behalf of NutraLinea.
 In the LOI states that monthly pre-payments are conditional upon actual work performed and/our scheduled hours by QVC. Therefore, going forward, monthly pre-payments will only be issued when supported by documented work and scheduled and confirmed hours.
 NutraLinea retains the right to adjust its presentation strategy - including the use of alternative presenters - when necessary to maintain business continuity and optimize performance. This is fully within the scope of the LOI and does not alter the underlying agreement.
 When you are scheduled to be on air on QVC on behalf of NutraLinea, and confirmed by QVC the bonus structure (Net Compensation, as outlined in the LOI) and commission percentage will remain unchanged.
At this stage, there are no broadcasts scheduled with you for the remainder of the year.
Please note we’re not ending the collaboration, but shifting it - and would be glad to keep you on as a back-up presenter when suitable dates arise. Please let us know if this is an option for you?
We are open to discuss the way forward together with you.”
2.10.
[eiseres] heeft daarop bij e-mail van 3 september 2025 gereageerd. In die e-mail schrijft [eiseres] dat zij geen uitzendingen bij QVC heeft afgeslagen en dat het probleem wat haar betreft het gevolg is van de producten. Die worden volgens [eiseres] voor hoge prijzen aangeboden, terwijl klanten daarin maar matig geïnteresseerd zijn en bovendien sprake is van een sterke concurrentie. Ook schrijft [eiseres] dat zij zich niet kan vinden het besluit van Nutralinea om een nieuwe presentatrice aan te stellen en om de reeds met [eiseres] gemaakte afspraken te annuleren.
2.11.
Partijen hebben in de periode daarna verder gecorrespondeerd, maar dat heeft niet tot een oplossing geleid.
2.12.
Bij brief van 21 oktober 2025 heeft de advocaat van [eiseres] Nutralinea onder andere gesommeerd om de overeenkomst tussen partijen na te komen door (i) voor zowel de maand september als oktober 2025 een bedrag van € 11.320,- aan [eiseres] te betalen (dat bedrag is gelijk aan de gemiddelde maandelijkse vergoeding die [eiseres] tot augustus 2025 heeft ontvangen) en (ii) te bevestigen dat Nutralinea maandelijks een vergoeding van ten minste
€ 11.320,- aan [eiseres] betaalt totdat de overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Nutralinea heeft aan die verzoeken geen gehoor gegeven.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven en na eiswijziging – dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. Nutralinea veroordeelt om – al dan niet bij wijze van voorschot – aan [eiseres] te betalen de (achterstallige) beloning c.q. provisie ten bedrage van primair € 11.330,- per maand bruto, althans subsidiair een bedrag van € 8.000,- per maand bruto, over het tijdvak van 1 september 2025, tot het moment waarop de overeenkomst rechtsgeldig op 12 juni 2027 zal zijn geëindigd, althans rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
subsidiair
II. Nutralinea te veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 67.800,- bij wijze van voorschot op de door [eiseres] te vorderen gederfde beloning, althans gederfde provisie, althans schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;
primair en subsidiair
III. Nutralinea te gebieden om zich te onthouden van het gebruik van de presentaties, video’s en beeldmateriaal, zoals bedoeld in randnummer 1.32 en productie 19 van de dagvaarding, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag, of gedeelte van een dag dat Nutralinea met deze veroordeling in gebreke blijft;
met veroordeling van Nutralinea in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan.
3.2.1.
Nutralinea heeft de tussen partijen bestaande overeenkomst, die volgens [eiseres] kwalificeert als een agentuurovereenkomst, feitelijk per brief van 28 augustus 2025 opgezegd. Dat stond Nutralinea echter niet vrij. De opzegging is daarom nietig althans onrechtmatig. De overeenkomst bestaat dus nog steeds en moet worden nagekomen. Voor zover de overeenkomst door Nutralinea is beëindigd, geldt dat [eiseres] recht heeft op vergoeding gelijk aan de beloning die zijn redelijkerwijs zou hebben verdiend over de periode waarin de overeenkomst nog had behoren voort te duren.
3.2.2.
Verder laat Nutralinea de door haar aangestelde nieuwe presentatrice gebruik maken van door [eiseres] gemaakte presentaties en foto’s en video’s waarop [eiseres] is afgebeeld, zonder dat [eiseres] daarvoor toestemming heeft gegeven. Ook wordt het beeldmateriaal van [eiseres] zonder haar instemming nog steeds ingezet bij de verkoop van producten op de website van QVC. Op dit materiaal van [eiseres] rust een auteursrecht en Nutralinea moet dit materiaal (laten) verwijderen.
3.2.3.
[eiseres] heeft tot slot een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Door het plotseling wegvallen van haar inkomsten uit de exclusieve agentuurovereenkomst verkeert zij in een acute financiële noodsituatie. [eiseres] is alleenstaande moeder van haar minderjarige en zorgbehoevende kind en zij is volledig afhankelijk van de inkomsten die zij uit hoofde van de overeenkomst ontvangt.
3.3.
Nutralinea voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft internationale aspecten, gelet op (onder meer) de woonplaats van [eiseres] in [land] . De voorzieningenrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, welk recht op dit geschil van toepassing is.
4.2.
De zaak valt onder het temporele en materiële toepassingsbereik van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351/1 (hierna: Brussel I bis-Verordening). De vorderingen zijn namelijk ingesteld na 10 januari 2015 (zie art. 66 Brussel Pro I bis-Verordening) en de procedure betreft een handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 Brussel Pro I bis-Verordening. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht op grond van artikel 4 van Pro de Brussel I bis-Verordening, omdat Nutralinea statutair is gevestigd in Nederland.
4.3.
De vorderingen van [eiseres] zijn gegrond op een tussen [eiseres] en Nutralinea gesloten overeenkomst. Op deze vorderingen is de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I) van toepassing. Op grond van artikel 4 lid 1 onder Pro b Rome I worden de vorderingen van [eiseres] beheerst door Duits recht, omdat de gestelde overeenkomst er een is van dienstverlening. Een dergelijke overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener ( [eiseres] ) zijn gewone woonplaats heeft ( [woonplaats] , [land] ). Dat betekent dat de vorderingen in principe moeten worden beoordeeld naar Duits recht.
4.4.
Artikel 3 van Pro Rome I voorziet echter in de mogelijkheid dat partijen opteren voor een ander rechtsstelsel. Beide partijen hebben in hun processtukken te kennen gegeven [1] ermee in te stemmen dat de in dit kort geding voorliggende vorderingen worden beoordeeld naar Nederlands recht. De voorzieningenrechter zal de vorderingen daarom naar Nederlands recht beoordelen.
Spoedeisend belang van [eiseres] bij de gevraagde voorzieningen
4.5.
Nutralinea betwist dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen. Dat verweer slaagt niet. Vast staat dat [eiseres] sinds eind augustus 2025 geen werkzaamheden meer voor Nutralinea heeft verricht (heeft mogen verrichten) en sindsdien ook geen vergoeding meer van Nutralinea ontvangt. Als [eiseres] wordt gevolgd in haar stellingen dat Nutralinea ten onrechte geen uitvoering meer geeft aan de overeenkomst en dat [eiseres] voor haar levensonderhoud afhankelijk is van de vergoeding uit hoofde daarvan, is daarmee het spoedeisend karakter van haar vorderingen gegeven.
De vorderingen tot betaling van (achterstallig) beloning althans gederfde beloning/schadevergoeding (vorderingen I. en II.)
4.6.
[eiseres] vordert primair dat Nutralinea wordt veroordeeld om – bij wijze van nakoming van de overeenkomst – aan [eiseres] een bedrag van € 11.330,- althans € 8.000,- bruto per maand te betalen over de periode van 1 september 2025 tot het moment dat de overeenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Subsidiair vordert [eiseres] dat Nutralinea wordt veroordeeld tot betaling van € 67.800,- bij wijze van voorschot op de gederfde beloning althans schadevergoeding. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat voor toewijzing van deze geldvorderingen in dit kort geding geen plaats is en zal dit oordeel hieronder toelichten.
4.7.
Volgens vaste jurisprudentie is bij het toewijzen van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering van [eiseres] voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Verder moet in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico worden betrokken.
4.8.
Vast staat dat partijen op 12 juni 2024 een overeenkomst hebben gesloten. Tussen partijen is in geschil of die overeenkomst (gedeeltelijk) is geëindigd en of Nutralinea gehouden is om aan [eiseres] een vergoeding te betalen. Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet eerst worden vastgesteld om welk type overeenkomst het hier gaat. Gaat het om een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW Pro, zoals Nutralinea stelt, of kan de overeenkomst worden aangemerkt als bijzondere vorm van opdracht, namelijk een agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW Pro, zoals [eiseres] betoogt? Dat is relevant, omdat het beëindigingsregime van de agentuurovereenkomst verschilt van dat van de overeenkomst van opdracht.
4.9.
Of tussen partijen een agentuurovereenkomst bestaat, hangt af van de vraag of is voldaan aan de voorwaarden die de wet aan een dergelijke overeenkomst stelt, waarbij mede van belang is hoe partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding: de inhoud gaat voor de vorm. Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de principaal) de andere partij (de handelsagent) opdraagt om voor een bepaalde of voor onbepaalde tijd tegen beloning te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen de principaal en opdrachtgevers zonder aan de principaal ondergeschikt te zijn.
4.10.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kwalificeert de overeenkomst tussen [eiseres] en Nutralinea niet als een overeenkomst van agentuur. Eén van de kenmerken van een agentuurovereenkomst is dat de handelsagent ( [eiseres] )
bemiddelingverleent bij het tot stand brengen van overeenkomsten tussen de principaal (Nutralinea) en de klant. Daarvan is in dit geval geen sprake. De werkzaamheden van [eiseres] bestaan feitelijk uit het maken van reclame voor de producten van Nutralinea tijdens live-uitzendingen van QVC en het – tijdens die uitzending – beantwoorden van vragen van (potentiële) klanten. Hoewel die werkzaamheden van [eiseres] zonder twijfel dienstbaar zijn aan de verkoop van Nutralinea-producten door QVC (en indirect dus door Nutralinea), en de inkomsten van [eiseres] ook afhankelijk zijn gesteld van het aantal producten dat daadwerkelijk wordt verkocht, betekent dat nog niet dat [eiseres] daarmee ‘bemiddelt’ in die zin dat zij door klantcontacten (fysiek of via elektronische communicatie) betrokken is bij het tot stand komen van die koopovereenkomsten. De werkzaamheden van [eiseres] kunnen dus niet worden aangemerkt als bemiddeling waardoor van een agentuurovereenkomst geen sprake kan zijn. Dat betekent dat de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een (reguliere) overeenkomst opdracht.
4.11.
Vervolgens moet worden beoordeeld of deze overeenkomst al dan niet (gedeeltelijk) is beëindigd. Nutralinea heeft op 28 augustus 2025 een brief aan [eiseres] gestuurd waarin staat dat zij de samenwerking met [eiseres] wijzigt. Partijen verschillen van mening over de rechtsgevolgen van deze brief. Volgens [eiseres] heeft Nutralinea de overeenkomst daarmee feitelijk opgezegd, maar stond dat Nutralinea niet vrij en is deze opzegging nietig althans onrechtmatig. De overeenkomst bestaat volgens [eiseres] dus nog steeds en moet dan ook worden nagekomen. Nutralinea ziet dat anders: volgens haar is [eiseres] ernstig tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en Nutralinea heeft de overeenkomst met de brief van 28 augustus 2025 gedeeltelijk ontbonden dan wel opgezegd. De voorzieningenrechter begrijpt dat die ontbinding althans opzegging alleen betrekking heeft op de exclusiviteitsafspraak, zoals Nutralinea ter zitting nader verklaarde.
4.12.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de brief van Nutralinea niet anders worden beschouwd dan als een opzegging van de overeenkomst. In deze brief schrijft Nutralinea dat zij haar presentatie-strategie aanpast en de komende periode met een nieuwe presentatrice gaat werken. Ook schrijft Nutralinea dat zij alleen maandelijkse voorschotbetalingen zal uitkeren als daar ‘gedocumenteerde werkzaamheden’ en ‘geplande en bevestigde uren’ aan ten grondslag liggen, en dat voor de rest van het jaar geen uitzendingen met [eiseres] zijn gepland. Daarmee zet Nutralinea de samenwerking met [eiseres] in feite stop. Dat Nutralinea de brief afsluit met de woorden (vrij vertaald) dat zij de overeenkomst niet beëindigt maar slechts wijzigt en zij [eiseres] graag als ‘back-up’ presentatrice behoudt als daar geschikte mogelijkheden voor zijn, doet daar niet aan af. Daarmee maakt Nutralinea namelijk in het geheel niet duidelijk of zij überhaupt nog, en zo ja wanneer, een beroep op [eiseres] zal doen. Al met al kan de voorzieningenrechter uit de brief van 28 augustus 2025 niets anders afleiden dan dat Nutralinea daarmee heeft bedoeld de samenwerking met [eiseres] in zijn geheel door opzegging te beëindigen. Dat [eiseres] in de toekomst, in de visie van Nutralinea, nog als achtervang zou kunnen worden ingeschakeld, betekent in feite dat Nutralinea [eiseres] uitnodigt een nieuwe overeenkomst van opdracht aan te gaan, namelijk een waarin zij incidenteel als back-up kan worden opgeroepen.
4.13.
Nutralinea heeft nog aangevoerd dat zij de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden vanwege een ernstige tekortkoming in de nakoming door [eiseres] , maar de voorzieningenrechter gaat daar niet in mee. In de brief wordt met geen woord gerept over (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst. Maar belangrijker is dat Nutralinea niet aannemelijk heeft gemaakt dat [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst laat staan dat zij, in het verlengde daarvan, [eiseres] deugdelijk in gebreke heeft gesteld voor de gestelde tekortkoming. Het kan zijn dat er met [eiseres] is gesproken over wat anders of beter kan, maar elk aanknopingspunt waaruit blijkt dat haar een tekortkoming is verweten, ontbreekt.
4.14.
Nu de brief van Nutralinea moet worden gezien als een opzegging van de overeenkomst, is de vervolgvraag of Nutralinea de overeenkomst ook mócht opzeggen. [eiseres] stelt van niet: volgens haar is de overeenkomst niet tussentijds opzegbaar en had Nutralinea bovendien geen gegronde reden voor opzegging van de overeenkomst.
4.15.
Op grond van het bepaalde in artikel 7:408 lid 1 BW Pro kan de opdrachtgever (Nutralinea) de overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen. Artikel 7:408 lid 1 BW Pro geldt ook wanneer een overeenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan en aan het einde van die overeengekomen duur van rechtswege eindigt. Dat is alleen anders als (in het geval van een professionele opdrachtgever) partijen anders zijn overeengekomen. Dat laatste is niet gebeurd. Partijen hebben wel een termijn van drie jaar afgesproken waarna de overeenkomst eindigt en stilzwijgend kan worden verlengd met een termijn van twee jaar, maar zij hebben niet afgesproken dat de opdrachtgever de overeenkomst niet tussentijds kan beëindigen door opzegging. Zo’n afspraak kan ook niet worden afgeleid uit de bepaling dat beide partijen de overeenkomst drie maanden voor het verstrijken van de einddatum kunnen beëindigen, zoals [eiseres] op de zitting naar voren heeft gebracht. Met die bepaling is slechts geregeld wat er gebeurt aan het einde van de overeengekomen (‘bepaalde’) contractsduur; op dat moment kunnen beide partijen de overeenkomst opzeggen dan wel stilzwijgend laten voortduren.
4.16.
Hoewel het Nutralinea op grond van de wet dus vrijstond om de overeenkomst tussentijds te beëindigen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat, gelet op de aard en de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Nutralinea daarbij wel een redelijke opzegtermijn in acht had moeten nemen. Voor dat oordeel is van belang dat de overeenkomst een exclusiviteitsafspraak bevat op grond waarvan het [eiseres] voor de duur van de overeenkomst niet is toegestaan om als gast, expert of consultant te op te treden bij andere teleshoppingkanalen en aanbieders van voedingssupplementen. Aannemelijk is daarmee dat [eiseres] – in ieder geval voor een belangrijk deel – voor haar inkomen afhankelijk is van de provisie die zij van Nutralinea ontvangt en dat het voor [eiseres] , ook gezien de aard van haar werkzaamheden, lastig is om van de één op andere dag een andere opdracht van vergelijkbare aard te vinden. Verder weegt de voorzieningenrechter mee dat [eiseres] periodiek haar beschikbaarheid aan Nutralinea en QVC moest doorgeven voor het plannen van de uitzendingen en dat uit de door [eiseres] als producties 13 en 14 overgelegde correspondentie volgt dat Nutralinea eind augustus 2025 nog de uitzendingen tot en met eind januari 2026 aan [eiseres] had bevestigd. Tegen die achtergrond acht de voorzieningenrechter een abrupte beëindiging van de overeenkomst zonder inachtneming van een opzegtermijn in strijd met de eisen die de redelijkheid en billijkheid aan de opzegging door Nutralinea verbindt.
4.17.
Het had dus op de weg van Nutralinea gelegen om een redelijke opzegtermijn te hanteren. Dat heeft zij niet gedaan. De vraag is nu hoe lang die opzegtermijn precies zou moeten zijn en welke vergoeding Nutralinea aan [eiseres] is verschuldigd over die periode terwijl zij [eiseres] niet meer in staat stelt door haar presentaties bij te dragen een zo hoog mogelijk verkoopresultaat. Partijen hebben daarover echter geen stelling ingenomen. [eiseres] heeft tijdens de zitting weliswaar een beroep gedaan op artikel 7:411 BW Pro, maar dit artikel geldt niet voor opdrachten waarbij de vergoeding wordt voldaan per tijdseenheid, zoals hier het geval is. Tijdens de schorsing van de zitting, na afloop van het partijdebat en na het geven van een voorlopig oordeel over het geschil door de voorzieningenrechter, hebben partijen daarover wel met elkaar gesproken, maar tot een duidelijke uitwisseling van standpunten is het niet (meer) gekomen. Nu dit aspect geen onderdeel is geweest van het partijdebat, ziet de voorzieningenrechter, mede gelet op de terughoudendheid die hij moet betrachten bij geldvorderingen in kort geding, geen ruimte om een voorziening te treffen die vooruitloopt op een oordeel van de bodemrechter daarover. Het valt te hopen dat het voorgaande partijen toch weer met elkaar in gesprek doet treden om alsnog een passende oplossing te bereiken, bij gebreke waarvan een bodemprocedure de oplossing zal moeten brengen. De voorzieningenrechter zal de onder I. en II. geformuleerde geldvorderingen van [eiseres] daarom afwijzen.
Vordering tot gebod om presentaties, foto’s en video’s van [eiseres] te gebruiken (vordering III.)
4.18.
[eiseres] vordert tot slot een gebod voor Nutralinea om zich te onthouden van het gebruik van de presentaties, video’s en het beeldmateriaal van [eiseres] , op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter ziet geen ruimte voor toewijzing van die vordering. Nutralinea heeft gemotiveerd betwist dat zij of QVC op dit moment nog materiaal van [eiseres] op haar website heeft of anderszins gebruikt. [eiseres] heeft vervolgens niet geconcretiseerd welk materiaal nu nog online staat dat door Nutralinea zou moeten worden verwijderd. Bovendien heeft Nutralinea toegezegd dat zij geen materiaal van [eiseres] meer zal gebruiken en dat zij QVC reeds heeft verzocht om al het materiaal van [eiseres] van haar website te verwijderen. Het onder III. gevorderde gebod zal daarom worden afgewezen.
Slotsom en proceskosten
4.19.
Slotsom is dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. De voorzieningenrechter zal ondanks de afwijzing de kosten van dit geding compenseren. De reden daarvoor is dat uit het voorgaande blijkt dat aan de opzegging door Nutralinea een gebrek kleeft, en zij – onterecht – het standpunt heeft gehuldigd dat er geen sprake van een opzegging was. Als gevolg van deze stellingname heeft in dit kort geding geen gedachtewisseling over de gevolgen van de opzegging gestalte kunnen krijgen. Dat rechtvaardigt de aangekondigde compensatie van kosten.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
5.2.
compenseert de kosten en wel zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.
fjs

Voetnoten

1.[eiseres] stelt randnummer 2.3 van haar dagvaarding dat zij kan “