ECLI:NL:RBDHA:2026:17832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.C.E. Spierings
- Rechtspraak.nl
Betaling zorgpremie door verzekerde ondanks betwisting zorgverzekeringsovereenkomst
CZ Zorgverzekeringen vordert betaling van een openstaande premie van €159,99 voor juli 2025 van de gedaagde, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij pas vanaf januari 2026 een zorgverzekeringsovereenkomst met CZ heeft gesloten en dat het Centraal Administratie Kantoor (CAK) zonder zijn volmacht een verzekering bij CZ heeft afgesloten.
De kantonrechter oordeelt dat iedereen in Nederland verplicht is een zorgverzekering af te sluiten, tenzij een ontheffing wegens gemoedsbezwaren is verleend, wat hier niet het geval is. Het CAK mag namens niet-verzekerden een zorgverzekering afsluiten zonder volmacht. Hierdoor is de gedaagde gehouden tot betaling van de premie, ondanks het ontbreken van een eigen overeenkomst.
CZ heeft voldoende bewijs geleverd van de openstaande premie en de bijkomende wettelijke rente en incassokosten. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van het totale bedrag van €203,23 en de proceskosten van €392,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 16 juli 2026 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de zorgpremie juli 2025, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.