ECLI:NL:RBDHA:2026:1785
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 29 december 2025 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep kennelijk ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 3 februari 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.