ECLI:NL:RBDHA:2026:17852

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/693403 / FA RK 25-7969
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:377a BWArt. 1:377b BWArt. 1:377c BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen; omgangsregeling onder regie gecertificeerde instelling

De vader verzocht de rechtbank om hem mede met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen te belasten en om een uitgebreide omgangsregeling vast te stellen. De moeder verzette zich tegen het gezamenlijk gezag vanwege een lopend contact- en locatieverbod en het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen.

De rechtbank overwoog dat gezamenlijk gezag slechts kan worden geweigerd bij een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Gezien het belaste verleden, het contactverbod en de ernstige verstoorde verstandhouding achtte de rechtbank gezamenlijk gezag momenteel niet in het belang van de kinderen.

Ten aanzien van de omgangsregeling stelde de rechtbank vast dat begeleide omgang onder regie van de gecertificeerde instelling plaatsvindt en dat uitbreiding naar onbegeleide omgang en een overnachting wordt nagestreefd. De rechtbank bevestigde dat de omgang onder deze regie zal plaatsvinden en wees het meer of anders verzochte af.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en benadrukt het belang van geleidelijke uitbreiding van het contact tussen vader en kinderen, met aandacht voor veiligheid en stabiliteit.

Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen; omgangsregeling onder regie gecertificeerde instelling met toewerking naar onbegeleide omgang en overnachting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7969
Zaaknummer: C/09/693403
Datum beschikking: 1 juni 2026

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 22 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. van Steensel te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Hayaty te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9 formulier van 6 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;
  • het F9 formulier van 24 april 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • het F9 formulier van 4 mei 2026, met bijlage, van de zijde van de vader.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Hier heeft zij geen gebruik van gemaakt.
Op 4 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming;
  • [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden.
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de vader mede te belasten met het gezag over de minderjarigen;
te bepalen dat de minderjarigen bij de vader zijn op alle woensdagen van uit school tot 19.00 uur alsmede in de weekenden van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.00 uur in de weken dat de vader niet vaart, alsmede
de verdeling van de vakanties en feestdagen als volgt vast te stellen:
vakanties:de vakanties welke een week of langer duren vangen aan op vrijdagmiddag aansluitend aan school (15.00 uur), en eindigen op de zaterdag om 18.00 uur in de week erna;
zomervakantie:in de even jaren zijn de kinderen bij de vader in de eerste, tweede en derde week en de overige drie weken bij de moeder, in de oneven jaren zijn de kinderen bij de moeder in de eerste, tweede en derde week en in de overige drie weken bij de vader;
herfstvakantie:in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
kerstvakantie:in de oneven jaren in de eerst week bij de vader en in de tweede week bij de moeder, in de even jaren in de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader (in beide jaren met uitzondering van de regeling met de kerstdagen zoals na te melden);
voorjaarsvakantie:in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
meivakantie:in het geval de meivakantie uit twee weken bestaat zijn de kinderen in de oneven jaren in de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader en in de even jaren in de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In het geval de meivakantie uit slechts een week bestaat zijn de kinderen in de even jaren bij vader en in de oneven jaren bij moeder;
feestdagen:
- de kinderen zijn Koningsdag in de even jaren bij vader en in de oneven jaren bij moeder. In het geval Koningsdag valt in een vakantie, zijn de kinderen bij de ouder bij wie zij ook die vakantieweek verblijven.
- Sinterklaas: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
- Kerstmis: in de oneven jaren de eerste kerstdag bij de moeder en de tweede kerstdag bij de vader en in de even jaren de eerste kerstdag bij de vader en de tweede kerstdag bij de moeder;
- oudjaarsavond: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; op nieuwjaarsdag verblijven de kinderen bij de ouder bij wie zij ook oudjaar verbleven.
- Pasen: inclusief Goede Vrijdag en de tussenliggende zaterdag: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
- Hemelvaart: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder;
- Pinksteren: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
- de verjaardagen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] : de verjaardagen van de kinderen worden om en om bij de ouders gevierd, dat wil zeggen dat in de even jaren de verjaardag van [minderjarige 1] bij de vader thuis wordt gevierd en de verjaardag van [minderjarige 2] bij de moeder, in de oneven jaren wordt de verjaardag van [minderjarige 1] bij de moeder thuis gevierd en de verjaardag van [minderjarige 2] bij de vader;
- Vaderdag: bij de vader;
- Moederdag: bij de moeder:
- verjaardag van de vader: bij de vader;
- verjaardag van de moeder: bij de moeder;
- verjaardagen van grootouders (vaderszijde) zijn de kinderen in het weekend dat deze verjaardagen worden gevierd bij de vader;
- de overige bijzonder dagen en feestdagen, voor zover zij niet zijn opgenomen in de zorgregeling, zullen zoveel mogelijk in onderling overleg worden verdeeld.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken
.
Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – de regie ten aanzien van het vormgeven en uitbreiden van de omgang tussen de vader en de minderjarigen bij de gecertificeerde instelling blijft berusten.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2017 te
[geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2019 te
[geboorteplaats] .
  • De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.
  • De moeder oefent van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 25 maart 2025 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 25 maart 2025 tot 25 maart 2026.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 25 maart 2027.

Beoordeling

Gezamenlijk gezag
De vader heeft de rechtbank verzocht hem mede met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te belasten en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De vader wenst geïnformeerd te worden over de kinderen en ook gekend te worden in beslissingen betreffende de kinderen. De vader heeft de moeder eerder gevraagd om het gezamenlijk gezag te regelen, maar de moeder heeft hier geen toestemming voor gegeven. Volgens de vader is geen sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders als gevolg van het gezamenlijk gezag. Beide ouders zijn clean van alcohol en drugs en er zijn geen recente geweldsincidenten tussen de ouders geweest. Er is een jeugdbeschermer bij het gezin betrokken en de vader heeft ook persoonlijke begeleiding van de Brijder, de reclassering en de kerk.
De moeder kan zich niet verenigen met het verzoek van de vader en voert daartoe het volgende aan. Er is sprake van een contact- en locatieverbod dat in het kader van de veiligheid van de moeder is opgelegd waardoor contact tussen de moeder en de vader niet is toegestaan
.De ouders hebben nu vanwege de vakantie van de jeugdbeschermer tijdelijk wel direct contact met elkaar gehad in het kader van de overdracht van de kinderen. De communicatie tussen de ouders is in beginsel goed verlopen, maar de vader is weer over de grenzen van de moeder heen gegaan door tijdens deze momenten contact met de moeder te zoeken over andere onderwerpen en het contact niet te beperken tot enkel de overdacht. De moeder heeft trauma’s opgelopen vanwege al hetgeen zij heeft doorgemaakt met de vader waardoor nu niet redelijkerwijs van haar kan worden gevergd dat zij opnieuw structureel contact met de vader onderhoudt. De vader is daarnaast voor zijn werk veel in het buitenland wat de uitoefening van het gezamenlijk gezag ook bemoeilijkt. De kinderen hebben belang aan rust en stabiliteit. Gezamenlijk gezag zal de situatie alleen ingewikkelder maken. De moeder stelt dan ook dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. Voor wat betreft het verkrijgen van informatie over de kinderen erkent de moeder dat er een afspraak is gemaakt met de jeugdbeschermer, maar dat de vader ook de app Social Schools kan installeren op zijn telefoon en via Social Schools op de hoogte kan blijven over de schoolgang van de kinderen.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind geboren is heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Op grond van artikel 1:253c lid 2 BW kan wordt het verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die de kinderen aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat de ouders een zeer belast verleden hebben. De ouders hebben ongeveer tien jaar een affectieve relatie met elkaar gehad, die in oktober 2024 is geëindigd. Tijdens de relatie hebben beide ouders gekampt met verslavingsproblematiek waardoor er meerdere geweldsincidenten tussen de ouders zijn geweest wat uiteindelijk voor de vader heeft geleid tot een contact- en locatieverbod jegens de moeder en tijdelijk ook jegens de kinderen. Beide ouders hebben op de zitting aangegeven dat dat het contact- en locatieverbod jegens de moeder nog steeds geldig is zodat contact tussen de moeder en vader ook niet is toegestaan. In het kader van de ondertoezichtstelling van de kinderen is hulpverlening voor het gezin ingezet. De moeder en de kinderen zijn gestart met Theraplay bij [zorginstantie 1] om te werken aan de onderlinge relaties en benodigde hulpvragen. Voor de moeder zal ook gezinsondersteuning vanuit [zorginstantie 2] worden opgestart en er zal ook een gezinsopname komen. Voor de vader zal er een traject van Parallel Solo ouderschap worden opgestart om te werken aan zijn opvoedvaardigheden. De rechtbank ziet dat er veel ups-and-downs zijn geweest sinds het uit elkaar gaan van de ouders in 2024, maar ook dat beide ouders hard aan het werk zijn met hulpverlening om hun levens goed op orde te krijgen.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat gezamenlijk gezag op dit moment niet in het belang van de kinderen is. Vanwege het contactverbod jegens de moeder is tussen de ouders in beginsel geen contact toegestaan. De ouders zijn hierdoor daadwerkelijk niet in staat tot het hebben van behoorlijk overleg over zaken die de kinderen aangaan. Ook zonder contactverbod zou gezamenlijk gezag op dit moment echter niet in het belang van de kinderen zijn. Gelet op het zeer belaste verleden en onderliggende trauma van de moeder is de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord. Het herstel van de verstandhouding tussen de ouders is nog in een beginfase zodat de rechtbank het niet in het belang van de kinderen acht om in deze precaire fase het eenhoofdig gezag van de moeder te wijzigen naar gezamenlijk gezag van de ouders.
Hoewel de rechtbank de wens van de vader invoelbaar acht, wijst de rechtbank het verzoek van de vader af. De rechtbank merkt daarbij ten overvloede op dat op grond van artikel 1:377b en 1:377c BW de ouder met gezag gehouden is de ouder zonder gezag te informeren over de kinderen en ook dat de ouder zonder gezag informatie over de kinderen kan opvragen bij derden. Dat betekent dat de vader, anders dan hij dacht, informatie op kan vragen bij bijvoorbeeld de school van de kinderen. De rechtbank gaat er daarnaast vanuit dat de jeugdbeschermer ter nakoming van de afspraak tussen de ouders de vader zal (blijven) informeren.
Omdat de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] belast blijft, wordt in het vervolg van de beschikking gesproken over de omgang.
Omgangsregeling
De vader heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zijn op alle woensdagen uit school tot 19.00 uur alsmede in de weekenden van vrijdagmiddag uit school tot zondag 18.00 uur in de weken dat de vader niet vaart. De vader heeft ook verzocht om verdeling van de vakanties en de feestdagen. Op dit moment heeft de vader eenmaal per twee weken 2,5 uur contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder begeleiding en hij wenst dat deze regeling wordt uitgebreid. De vader is van mening dat uitbreiding van het contact zowel in zijn belang als in het belang van de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. De begeleide omgangsmomenten verlopen goed en beide kinderen geven aan dat zij meer tijd met de vader willen doorbrengen.
De moeder kan zich niet verenigen met het verzoek van de vader tot uitbreiding van de omgang en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Bij beschikking van 20 maart 2026 heeft de rechtbank geoordeeld dat de gecertificeerde instelling regie dient te voeren op het contactherstel tussen de vader en de kinderen en dat de begeleide omgang opnieuw op gang moet worden gebracht. De begeleide omgang is net weer gestart waardoor het nu te vroeg is om de omgang meteen om te zetten naar onbegeleide omgang en ook substantieel uit te breiden. De moeder erkent dat de kinderen recht hebben op omgang met hun vader en dat de omgangsmomenten tussen de vader en de kinderen de afgelopen tijd goed is verlopen. De moeder heeft ook aangegeven dat de omgang inmiddels ook is uitgebreid naar vier uur.
De rechtbank overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1:377a eerste lid BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met het kind. Op grond van artikel 1:377a tweede lid BW stelt de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
Uit de stukken en op de zitting is gebleken dat er afspraken zijn gemaakt met de jeugdbeschermer over een informatieregeling en een omgangsregeling. Ten aanzien van de informatieregeling is het onduidelijk of aan deze afspraak al uitvoering is gegeven. De rechtbank gaat er van uit dat de informatieregeling uitgevoerd zal worden zodra de jeugdbeschermer terug is van vakantie. Beide ouders kunnen de jeugdbeschermer benaderen ten aanzien van de informatieregeling. Ten aanzien van de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen is gebleken dat de kinderrechter bij beschikking van 20 maart 2026 heeft overwogen dat begeleide omgang tussen de vader en de kinderen opnieuw op gang zal worden gebracht en dat de gecertificeerde instelling hierop regie zou voeren en de vader hierin zou begeleiden. Dit gebeurt ook: er vindt omgang plaats onder regie van de gecertificeerde instelling en er wordt toegewerkt naar uitbreiding. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van hetgeen de kinderrechter heeft overwogen met betrekking tot de regie over de omgang. De rechtbank acht het wel van belang dat er wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang en een overnachting nu beide ouders op de zitting hebben aangegeven dat de omgang goed verloopt. De rechtbank ziet ook dat de omgang al is uitgebreid naar vier uur. De rechtbank vertrouwt erop dat de omgang verder onder de regie van de gecertificeerde instelling zal worden uitgebreid nu beide partijen op de zitting ook hebben aangegeven daarvoor open te staan.
De rechtbank zal gelet op het bovenstaande daarom bepalen dat de omgang tussen de vader en de kinderen onder regie van de gecertificeerde instelling zal plaatsvinden, waarbij onder regie van de gecertificeerde instelling zal worden toegewerkt naar onbegeleide omgang en ook een overnachting voor het eind van het jaar 2026.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de omgang tussen de vader en de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
zal plaatsvinden onder regie van de gecertificeerde instelling waarbij wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang en waarbij in ieder geval een overnachting bij de vader voor het eind van het jaar 2026 zal plaatsvinden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.