ECLI:NL:RBDHA:2026:17853

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/676176 / FA RK 24-8428
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige onbegeleide omgangsregeling in afwachting van hulpverleningstraject

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder tot wijziging van de voorlopige omgangsregeling met haar minderjarige kind, waarbij de vader als belanghebbende betrokken was. Eerder was bepaald dat de omgang begeleid zou plaatsvinden, maar sinds de herfstvakantie van 2025 verloopt de regeling naar tevredenheid en zijn er geen incidenten gemeld.

De moeder wenst een substantiële en onbegeleide omgang, terwijl de vader aanvankelijk vasthield aan begeleide omgang, met uitzondering van het weekend. De rechtbank constateert dat de broer van het kind zich beperkt voelt door de begeleiding en dat de ouders onderling al afspraken hebben gemaakt die afwijken van de eerdere beschikking.

De ouders zijn aangemeld voor het hulpverleningstraject Ouderschap Blijft, dat vanwege wachttijden nog niet is gestart, maar naar verwachting in juni 2026 zal aanvangen. De rechtbank benadrukt het belang van dit traject voor het verbeteren van de communicatie tussen ouders.

Gezien het ontbreken van incidenten en de instemming van de vader met deels onbegeleide omgang, wijzigt de rechtbank de regeling tot onbegeleide omgang op dinsdag, donderdag en om het weekend. Verdere uitbreiding, zoals overnachtingen, dient tijdens het hulpverleningstraject besproken te worden. De definitieve zorgregeling wordt aangehouden tot na afloop van dit traject.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de voorlopige omgangsregeling tot onbegeleide omgang en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van het hulpverleningstraject.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8428
Zaaknummer: C/09/676176
Datum beschikking: 1 juni 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 22 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.I. Vervest te Heemskerk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C. van ‘t Hek te Dordrecht.

Procedure

Bij beschikking van 24 juni 2025 van deze rechtbank is bepaald dat – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2025 – de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], voorlopig, in aanwezigheid van de broer van [minderjarige] of in aanwezigheid van een tussen de ouders afgesproken derde persoon, bij de moeder zal zijn:
  • op dinsdagmiddag uit school tot aan de turnles;
  • op donderdagmiddag uit school tot 20:00 uur;
en is bepaald dat iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aan wordt gehouden tot 1 november 2025 pro forma, in afwachting van verloop van het traject ouderschapsbemiddeling.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 11 september 2025, met bijlage, namens de moeder;
  • de brief van 14 november 2025 namens de moeder;
  • de brief van 28 november 2025 namens de vader;
  • het bericht van 30 maart 2026, met bijlage, namens de moeder.
Op 4 mei 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
De vader heeft aangegeven dat er sinds de beschikking van deze rechtbank van 24 juni 2025 hulpverlening is opgestart via de gemeente. De voorlopige zorgregeling verloopt naar tevredenheid sinds de herfstvakantie van 2025.
De moeder heeft aangegeven dat zij een substantiële en onbegeleide omgangsregeling met [minderjarige] wil. Volgens de moeder houdt de vader onnodig vast aan eisen, excuses en omstandigheden om te voorkomen dat de omgang wordt uitgebreid, ondanks dat de uitspraak van deze rechtbank van 24 juni 2025 volgens de moeder duidelijk gericht was op uitbreiding van de omgang. De moeder stelt dat de inmiddels meerderjarige broer, [meerderjarige], zich meer en meer beperkt voelt door het begeleiden van de omgang tussen [minderjarige] en de moeder, terwijl daar geen objectieve noodzaak toe is. [meerderjarige] zelf geeft aan dat het begeleiden van de omgangmomenten impact heeft op zijn leven. Hij vindt het lastig dat er minder omgang is tussen zijn moeder en [minderjarige] omdat hij niet altijd aanwezig kan zijn bij de omgang.
Op de zitting is gebleken dat de ouders onderling afspraken hebben gemaakt over de omgang, afwijkend van de omgangsregeling zoals deze bepaald is door deze rechtbank in de beschikking van 24 juni 2025, waarbij [minderjarige] en de moeder omgang hebben op:
  • dinsdag van 14:00 uur tot 17:00 uur;
  • donderdag van 14:00 uur tot 18:00 uur;
  • en om het weekend op zaterdag of zondag van 10:00 uur tot 14:00 uur.
Ook is gebleken dat, alhoewel de ouders zijn aangemeld voor het hulpverleningstraject Ouderschap Blijft bij [instantie], dit traject nog niet is gestart in verband met de wachttijden. De verwachting is dat de ouders in juni 2026 kunnen starten met het traject. De rechtbank vindt het van groot belang dat de ouders hiermee starten om te kunnen werken aan de onderlinge vastgelopen communicatie. Het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank iedere verdere definitieve beslissing ten aanzien van de zorgregeling zal aanhouden tot na te melden pro forma datum in afwachting van het verloop van het hulpverleningstraject.
Op grond van het bovenstaande en dat wat ter zitting is besproken ziet de rechtbank aanleiding om in afwachting van de uitkomst van Ouderschap Blijft de voorlopige omgangsregeling te wijzigen. De rechtbank overweegt als volgt. Inmiddels is er sinds de vorige beschikking een jaar verstreken zonder dat zich, voor zover bij de rechtbank bekend (gemaakt), een incident heeft voorgedaan. Op de zitting heeft de vader aangegeven in te kunnen stemmen met een omgangsregeling waarbij de omgang op dinsdag en donderdag onbegeleid is, maar de omgang in het weekend wel begeleid is. Nu er geen incidenten zijn geweest in het afgelopen jaar en de vader heeft aangegeven in te kunnen stemmen met (deels) onbegeleide omgang, ziet de rechtbank geen aanleiding meer voor begeleide omgang, vanuit het oogpunt van veiligheid. Zij zal hierom een onbegeleide omgangsregeling vaststellen. De verdere uitbreiding van de omgang, met bijvoorbeeld overnachtingen, moeten de ouders tijdens het traject Ouderschap Blijft bespreken.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 24 juni 2025 – :
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te
[geboorteplaats], voorlopig, bij de moeder zal zijn:
  • op dinsdagmiddag uit school tot aan de turnles;
  • op donderdagmiddag uit school tot 20:00 uur;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aan tot
1 december 2026pro forma, in afwachting van verloop van het traject ouderschapsbemiddeling.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juni 2026.