ECLI:NL:RBDHA:2026:17855

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/692555 / FA RK 25-7488
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarige bij geschil over omgang en gezag

De vader verzoekt de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen voor zijn minderjarige kind vanwege een conflict met de moeder over omgang en gezag. De ouders hebben een langdurige procedure gevoerd over erkenning, gezag en omgang, waarbij het gezamenlijk gezag is bevestigd en de moeder verantwoordelijk is gesteld voor het faciliteren van omgang.

De vader maakt zich zorgen over de afwezigheid en het contact met zijn kind, met name over de invloed hiervan op haar identiteitsontwikkeling. De moeder verzet zich tegen het contact, maar onderbouwt dit niet inhoudelijk. De rechtbank constateert dat er sprake is van een belangenconflict zoals bedoeld in artikel 1:250 BW Pro en acht benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk.

De bijzondere curator, mw. drs. A. van Teijlingen, zal de minderjarige vertegenwoordigen en trachten de ouders te begeleiden in het geschil over omgang. Zij zal gesprekken voeren met de ouders en het kind, informatie inwinnen en advies uitbrengen. De rechtbank bepaalt dat de curator uiterlijk 1 november 2026 verslag uitbrengt en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen in het geschil over omgang en gezag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7488
Zaaknummer: C/09/692555
Datum beschikking: 1 juni 2026

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW Pro

Beschikking op het op 16 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader.
Op 4 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] .
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 17 december 2021 is, voor zover hier van belang, de vader toestemming verleend tot erkenning van [minderjarige] en is de vader met de moeder gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . Tegen de toewijzing van het gezamenlijk gezag is hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2024 is de beslissing van deze rechtbank bekrachtigd.
  • Bij beschikking van 24 april 2019 is [minderjarige] (toen nog als ongeboren kind) onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 23 april 2023.

Verzoek

De vader verzoekt de rechtbank te bepalen dat er een bijzonder curator wordt benoemd over [minderjarige] , met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Voorgeschiedenis
De rechtbank is het volgende gebleken. Sinds de geboorte van [minderjarige] zijn er verscheidene procedures gevoerd inzake de erkenning, het gezag en de omgang. De rechtbank acht het van belang om hier een verkort overzicht van te geven.
Bij beschikking van deze rechtbank van 17 december 2021 is de erkenning van [minderjarige] door haar toenmalig juridisch vader vernietigd en zijn de verzoeken van de vader om hem vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige] te verlenen, hem samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] te belasten en een informatieregeling vast te stellen, toegewezen. Ook is het verzoek van de vader inzake de verdeling van zorg- en opvoedtaken toegewezen, waarbij [minderjarige] , onder regie van de jeugdbeschermer, in beginsel één keer per maand, of zoveel meer of minder als de jeugdbeschermer in het belang van [minderjarige] nodig acht, contact heeft met de vader. Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2024 is de beschikking bekrachtigd.
Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 augustus 2022 is de schriftelijke aanwijzing betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] van de gecertificeerde instelling [instelling] aan de moeder bekrachtigd. Deze schriftelijke aanwijzing hield – verkort weergegeven – in dat de moeder moest meewerken aan de omgang tussen [minderjarige] en haar vader, zoals vastgelegd in de beschikking van de rechtbank Den Haag en nader uitgewerkt door de gecertificeerde instelling. De moeder was verantwoordelijk gesteld voor het op tijd brengen en halen van [minderjarige] naar de begeleide omgang tussen haar en de vader. Ook moest de moeder zorg dragen voor passende statusvoorlichting van [minderjarige] voorafgaand aan het starten van het contactherstel.
Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 21 oktober 2022 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van de vader toegewezen en de moeder veroordeeld om de bovengenoemde zorgregeling en schriftelijke aanwijzing na te komen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per keer dat de moeder het geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt dat deze omgangsmomenten doorgang vinden.
Op 14 januari 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden bij de rechtbank Midden-Nederland omtrent een omgangsregeling tussen de oma vaderszijde en [minderjarige] . De oma vaderszijde is niet-ontvankelijk verklaard.
Bijzondere curator
Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank, een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De vader heeft gesteld dat hij zich zorgen maakt om [minderjarige] . In de zomer van 2024 is er een omgangsregeling tussen de oma vaderszijde en [minderjarige] ontstaan nadat de moeder contact met oma vaderszijde heeft gezocht. De vader heeft [minderjarige] tijdens deze omgangsmomenten een aantal keer gezien. Zij hadden het leuk samen. Dit contact is gestopt nadat de moeder had vernomen dat de vader aanwezig was bij de contactmomenten tussen [minderjarige] en de oma. De vader heeft [minderjarige] sindsdien niet meer gezien, omdat de moeder dat tegenhoudt. De vader mist [minderjarige] en maakt zich zorgen over wat zijn afwezigheid, plotselinge aanwezigheid en toen weer afwezigheid doen met haar identiteitsontwikkeling. De vader wenst omgang met [minderjarige] te hebben en in haar leven te zijn, en hij hoopt dat een bijzondere curator de belangen van [minderjarige] daarbij onafhankelijk kan behartigen.
Op de zitting heeft de moeder aangevoerd dat zij het contact met de vader niet in het belang van [minderjarige] acht. Ze heeft dit niet inhoudelijk onderbouwd.
De rechtbank overweegt dat haar uit de stukken en op de zitting gebleken is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Gelet hierop zal de rechtbank een bijzondere curator over [minderjarige] benoemen. De rechtbank heeft na de zitting contact opgenomen met mevrouw drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te Sassenheim. Zij is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor [minderjarige] op te treden. Zij zal begin augustus contact opnemen met de ouders en van start gaan met haar opdracht. De bijzondere curator zal [minderjarige] vertegenwoordigen en haar belangen behartigen. Naast het vertolken van de stem van [minderjarige] , ziet de rol van de bijzondere curator in dit geval ook op het, waar mogelijk, bij elkaar brengen van de ouders in het geschil over het contact tussen [minderjarige] en de vader. Van de bijzondere curator wordt in dit verband verwacht dat zij met [minderjarige] en de beide ouders in gesprek gaat om het volgende te onderzoeken en daarover advies uit te brengen:
  • hoe kan [minderjarige] haar vader (en zijn familie) leren kennen en op welke wijze kan haar vader op een gestructureerde basis omgang met haar blijven hebben?;
  • in hoeverre heeft genoemde situatie invloed op haar identiteitsontwikkeling en is er hulpverlening, bijvoorbeeld door een psycholoog, nodig?;
  • hoe kan vader meer betrokken worden in het leven van [minderjarige] ?
Het staat de bijzondere curator vrij om, in het belang van [minderjarige] , tussen de ouders te bemiddelen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen. Verder staat het de bijzondere curator vrij, indien zij dit nodig acht, informatie over [minderjarige] op te vragen bij derden, om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van haar situatie en te kunnen bepalen wat in haar belang noodzakelijk is. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hun volledige medewerking zullen verlenen aan het onderzoek door de bijzondere curator en op haar eerste verzoek de gevraagde informatie zullen verstrekken en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
De rechtbank verzoekt de advocaten van de ouders het telefoonnummer en het e-mailadres van de ouders zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator hen kan uitnodigen voor een eerste gesprek.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 1 november 2026, of zoveel eerder als mogelijk, schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders, waarop de ouders binnen twee weken kunnen reageren.
In afwachting van het onderzoek door en het verslag van de bijzondere curator, zal de rechtbank de zaak pro forma aanhouden tot 15 november 2026. De behandeling ter zitting zal (indien nodig) op een nader te bepalen datum en tijdstip worden voortgezet in aanwezigheid van de bijzondere curator.

Beslissing

De rechtbank:
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] : mw. drs. A. van Teijlingen, kantoorhoudende te Sassenheim aan de [adres] , telefoonnummer: [telefoonnummer] , e-mailadres: [e-mailadres] ;
*
verzoekt de advocaten van de vader en de moeder het telefoonnummer en het e-mailadres van de ouders zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen;
*
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
*
bepaalt dat de bijzondere curator vóór
1 november 2026schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan partijen, en daarbij dient te laten weten of haar taak is volbracht of dat zij langer de tijd nodig heeft;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juni 2026.