ECLI:NL:RBDHA:2026:17857

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/704177 / FA RK 26-4244
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening opvolgende rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf cliënt met psychogeriatrische aandoening

De rechtbank Den Haag behandelde op 1 juni 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twaalf maanden, op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). Cliënt, geboren in 1949, verblijft momenteel in een zorgaccommodatie vanwege een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis.

Tijdens de zitting gaf cliënt aan tevreden te zijn op de afdeling, maar wenst zij terug te keren naar huis en is zij het niet eens met de opname. De advocaat van cliënt verzocht namens haar het verzoek af te wijzen. De physician assistant en verpleegkundige gaven aan dat cliënt zich vooral 's avonds verzet tegen het verblijf, regelmatig aangeeft naar huis te willen of de politie te willen bellen, en soms weigert dagelijkse verzorging. De echtgenoot van cliënt heeft een locatieverbod vanwege incidenten en mag de accommodatie niet bezoeken.

De rechtbank stelde vast dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder het niet nemen van initiatief tot zelfzorg en bedreigingen richting haar echtgenoot, wat heeft geleid tot politie-inmenging. Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen beschikbaar om het ernstig nadeel te voorkomen. Gezien het consistent verbaal verzet van cliënt, maar ook de noodzaak tot bescherming, is voldaan aan de criteria voor verlening van de opvolgende machtiging.

De rechtbank besloot de machtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, tot en met 26 mei 2027, rekening houdend met de overschrijding van de uiterste beslisdatum. De beschikking is uitgesproken door rechter J.C. van den Dries.

Uitkomst: De rechtbank verleent de opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf van cliënt in de zorgaccommodatie tot en met 26 mei 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704177 / FA RK 26-4244
Datum beschikking: 1 juni 2026

Opvolgende rechterlijke machtiging

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twaalf maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.

ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 april 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 12 juni 2025;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 15 april 2026;
- de op 20 april 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, I.P.A. Spierings-Koomen, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- het behandelplan van 15 april 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de physician assistant, [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] ;
- de zoon en schoondochter van cliënt.

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat zij tevreden is op de afdeling. Zij is het echter niet eens met de opname en wenst terug te keren naar huis. De advocaat verzoekt daarom namens cliënt om het verzoek af te wijzen.
De physician assistant heeft ter zitting naar voren gebracht dat de echtgenoot van cliënt onlangs wegens incidenten een locatieverbod heeft gekregen, waardoor hij momenteel niet langer welkom is op de afdeling.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt met name in de avond aangeeft dat zij terug naar huis wil. Daarbij geeft zij regelmatig aan dat zij naar buiten wil of de politie wil bellen. In dergelijke situaties wordt geprobeerd om cliënt af te leiden. Daarnaast weigert zij vaak dagelijkse verzorging.
De zoon en schoondochter van cliënt hebben ter zitting naar voren gebracht dat de echtgenoot van cliënt momenteel een locatieverbod heeft en geen informatie krijgt over cliënt. Binnenkort zal een herstelgesprek plaatsvinden en zal worden besproken hoe het contact tussen cliënt en haar echtgenoot kan worden hersteld.

Beoordeling

Op 26 november 2026 is door de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 26 mei 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis
.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
In de thuissituatie nam cliënt geen initiatief tot zelfzorg en had zij begeleiding nodig bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Soms herkent cliënt haar echtgenoot niet meer, waardoor zij hem in het verleden heeft bedreigd met een mes en de politie meermaals betrokken is geweest. De echtgenoot van cliënt heeft haar herhaaldelijk onttrokken aan de zorg, waardoor hij momenteel niet naar de accommodatie mag komen om cliënt te bezoeken.
Een herstelgesprek zal plaatsvinden, zodat het contact hopelijk snel hersteld kan worden.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Bij cliënt is sprake van consistent verbaal verzet. Ter zitting is gebleken dat zij vooral in de avonden aangeeft de accommodatie te willen verlaten en de politie te willen bellen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden. Nu het verzoek na de uiterste beslisdatum is toegewezen, zal de rechtbank hier rekening mee houden en de machtiging toewijzen tot en met 26 mei 2027.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 mei 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.