ECLI:NL:RBDHA:2026:17862

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/690256 FA RK 25-6236
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 223 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling tussen ouders voor minderjarige

De rechtbank Den Haag heeft op 1 juni 2026 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en moeder van een minderjarige geboren in 2012. De ouders hadden een affectieve relatie en zijn het eens geworden over een omgangsregeling die het belang van het kind dient.

De minderjarige verblijft bij de moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De omgangsregeling voorziet erin dat het kind het weekend van vrijdag na school tot zondagavond bij de vader verblijft, met een gedetailleerde verdeling van vakantieweken en feestdagen tussen beide ouders. De overdracht vindt plaats op zondag, en tijdens feestdagen brengen de ouders het kind naar elkaar toe.

De moeder had een afwijkende regeling voorgesteld, maar partijen bereikten overeenstemming over de voorgestelde regeling. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders verzochte af. De regeling kan door de ouders in onderling overleg worden aangepast zolang het belang van het kind wordt gediend.

Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige afwisselend bij vader en moeder verblijft volgens een gedetailleerd schema.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6236
Zaaknummer: C/09/690256
Datum beschikking: 1 juni 2026

Omgang

Beschikking op het op 14 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Ertekin te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Şeker te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken tevens verzoek ex. artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met bijlagen;
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 4 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen
:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door met haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
  • [de minderjarige] is door de vader erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige belast.
  • [de minderjarige] verblijft bij de moeder.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het treffen van een regeling over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] , in die zin dat [de minderjarige] één week bij de vader en vervolgens één week bij de moeder verblijft, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op zondag, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig een andere omgangsregeling te bepalen.
Daarbij zal [de minderjarige] :
  • om het weekend van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de vader zijn;
  • tijdens de voorjaarsvakantie in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader zijn;
  • tijdens de meivakantie in de oneven jaren gedurende de eerste week bij de vader en in de tweede week bij de moeder zijn, en in de even jaren gedurende de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader zijn;
  • tijdens de zomervakantie in de oneven jaren de eerste, de tweede en de vierde week bij de moeder en de derde, de vijfde en de zesde week bij de vader zijn en in de even jaren de derde, de vijfde en de zesde week bij de moeder en de eerste, de tweede en de vierde week bij de vader zijn;
  • tijdens de herfstvakantie in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder zijn;
  • tijdens de kerstvakantie in de oneven jaren gedurende de eerste week bij de vader en op eerste kerstdag van 10:00 uur tot tweede kerstdag 10:00 uur bij de moeder zijn, en tevens gedurende de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder, en in de even jaren gedurende de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder zijn, waarbij [de minderjarige] op eerste kerstdag van 10:00 uur tot aan tweede kerstdag 10:00 uur alsmede gedurende de tweede week van de kerstvakantie bij de vader zal zijn, alsmede om het jaar oud en nieuw vanaf 31 december 12:00 uur tot l januari 12:00 uur waarbij tijdens feestdagen, vrije dagen of vakantiedagen de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] naar de moeder brengt;
  • op Moederdag bij de moeder zijn en op Vaderdag bij de vader zijn,
althans een omgangsregeling als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren,
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft ook een zelfstandig verzoek tot kinderalimentatie ingediend en een voorlopige voorziening aangevraagd volgens artikel 223 Rv Pro. Deze verzoeken worden afzonderlijk behandeld op een zitting op nader te bepalen datum onder zaak en rekestnummer C/701676 FA RK 26-2709.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Op grond van het tweede lid van dit artikel stelt de rechtbank op verzoek van onder meer degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast. Een verzoek tot vaststelling van de omgangsregeling kan alleen worden afgewezen als zich een of meerdere van de ontzeggingsgronden zoals vermeld in artikel 1:377a lid 3 BW voordoet.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is gebleken dat de ouders het eens zijn over de door de moeder verzochte zorg- en vakantieregeling. Deze regeling geldt zolang de ouders niet onderling andere afspraken maken. In onderling overleg kunnen ze van bovenstaande regeling afwijken.
De rechtbank zal de overeengekomen omgangsregeling, nu deze in het belang van [de minderjarige] wordt geacht, vastleggen.

Beslissing

De rechtbank:
* bepaalt dat de minderjarige, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te
’s-Gravenhage:
  • om het weekend van vrijdag na school tot zondag 19:00 uur bij de vader zal zijn, waarbij de vader [de minderjarige] haalt en brengt;
  • tijdens de voorjaarsvakantie in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader zal zijn;
  • tijdens de meivakantie in de oneven jaren gedurende de eerste week bij de vader en in de tweede week bij de moeder zal zijn, en in de even jaren gedurende de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader zal zijn;
  • tijdens de zomervakantie in de oneven jaren de eerste, de tweede en de vierde week bij de moeder en de derde, de vijfde en de zesde week bij de vader zal zijn en in de even jaren de derde, de vijfde en de zesde week bij de moeder en de eerste, de tweede en de vierde week bij de vader zal zijn;
  • tijdens de herfstvakantie in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder zal zijn;
  • tijdens de kerstvakantie in de oneven jaren gedurende de eerste week bij de vader en op eerste kerstdag van 10:00 uur tot tweede kerstdag 10:00 uur bij de moeder zal zijn, en tevens gedurende de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder, en in de even jaren gedurende de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder zal zijn, waarbij [de minderjarige] op eerste kerstdag van 10:00 uur tot aan tweede kerstdag 10:00 uur alsmede gedurende de tweede week van de kerstvakantie bij de vader zal zijn, alsmede om het jaar oud en nieuw vanaf 31 december 12:00 uur tot l januari 12:00 uur waarbij tijdens feestdagen, vrije dagen of vakantiedagen de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige] naar de moeder brengt;
  • op Moederdag bij de moeder zal zijn en op Vaderdag bij de vader zal zijn.
* verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
* wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.