ECLI:NL:RBDHA:2026:17872

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706000 / FA RK 26-5305
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens geen noodzaak verplichte zorg

De officier van justitie verzocht op 29 mei 2026 om voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die op 28 mei 2026 was opgenomen in een zorginstelling na een overdosis paracetamol.

Tijdens de zitting op 1 juni 2026 waren betrokkene, zijn advocaat, psychiater, coassistent, sociotherapeut en ouders aanwezig. Betrokkene gaf aan dat hij het onnodig vindt langer in de zorginstelling te blijven en wil graag naar huis. De psychiater bevestigde dat betrokkene welkom is, maar geen gevaarlijke incidenten zijn voorgevallen en dat er geen noodzaak is voor verplichte opname.

De psychiater en ouders gaven aan dat betrokkene de ernst van zijn handeling inziet en gemotiveerd is om niet opnieuw een overdosis te nemen. De polikliniek biedt reeds ambulante hulp. De rechtbank concludeert dat de veiligheid voldoende is gewaarborgd en wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen; betrokkene mag naar huis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706000 / FA RK 26-5305
Datum beschikking: 1 juni 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 29 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Den Haag.

Wat is er de afgelopen periode gebeurd?

Bij verzoekschrift (
dit is een brief aan de rechter) heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting (
het nog langer mogen opnemen in [zorginstelling]) van de op 28 mei 2026 genomen crisismaatregel (
dit is de beslissing om je op te nemen bij [zorginstelling] ). Bij dit verzoekschrift zaten papieren, die informatie geven aan de rechter over wat er aan de hand is.
Dit waren de volgende papieren:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 28 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 29 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
Op 1 juni 2026 is de rechter langs geweest op de afdeling om over het verzoek te praten. Bij dit gesprek waren de advocaat, de psychiater [naam 2] , de coassistent [naam 3] , de sociotherapeut [naam 4] en jouw ouders aanwezig.

Wat vindt iedereen?

Wat heb jij gezegd?
Je hebt tegen de rechter gezegd dat je langer moeten blijven in het ziekenhuis onnodig vindt. Je had thuis een overdosis paracetamol genomen, omdat je last had van een leeg gevoel. Het was jouw eigen idee om dit te doen. Ook heb je gezegd dat als het niet hoeft, je niet uit jezelf langer zou blijven bij [zorginstelling] .
Wat heeft de psychiater gezegd?
De psychiater heeft gezegd dat je welkom bent om te blijven. Er zijn in het ziekenhuis geen gevaarlijke of ernstige dingen gebeurd. Je bent veel op je kamer en de psychiater heeft de indruk dat dit komt omdat je het spannend vindt om dingen in een groep te doen. Je hebt tegen haar gezegd dat je de impact van het innemen van een overdosis hebt ingezien en dat je dit niet nog een keer zou doen. Ook je ouders zien dat je dit echt niet nog een keer wilt meemaken. Je wilt heel graag terug naar huis en de psychiater ziet op dit moment geen reden om jou tegen je zin langer in het ziekenhuis te houden. Ze geeft aan dat ze veel ervaring heeft met jongeren met dezelfde problematiek als jij. De psychiater heeft het idee dat je het heel spannend vindt om hulp te krijgen, maar zij zou jou graag verder willen helpen als je hiervoor open staat.
Wat heeft je advocaat gezegd?
Jouw advocaat heeft verteld dat je erg bent geschrokken van wat er is gebeurd en dat je hebt gezegd dat je dit niet nog een keer gaat doen. De advocaat vraagt daarom aan de rechter om het verzoek af te wijzen, wat betekent dat je niet langer tegen je zin in [zorginstelling] moet blijven, maar naar huis mag.
Wat hebben je ouders gezegd?
Volgens jouw moeder heb jij gezegd dat je thuis niet meer de hele dag op bed wil liggen en weer dingen wilt doen. Dat vindt zij heel positief. Op het moment dat het weer slechter met jou gaat, gaat jouw moeder contact opnemen met de (poli)kliniek, waar je al geholpen wordt met de behandeling.

Beoordeling (wat vindt de rechter er van?)

Gebleken is dat je een psychische stoornis hebt, namelijk autisme en een toename van emotieregulatieproblemen, mogelijk in het kader van een depressieve stoornis. Dit is door een psychiater in de medische verklaring opgenomen. Deze psychische stoornis maakt dat er een groot risico is op gevaar voor jouzelf, namelijk innemen van een overdosis. Daarom was er onmiddellijke bescherming voor jou nodig, die door de opname is gegeven.
Tijdens de zitting heeft de psychiater verteld dat de opname goed is verlopen en dat zij geen noodzaak ziet om jou langer in het ziekenhuis te houden. Je hebt gezien wat de impact was van je actie (de overdosis) en je wilt dit niet nog een keer meemaken. Daarnaast is de polikliniek al bezig je hulp te geven en heeft de psychiater aangeboden om je verder te helpen. Hierdoor ziet de rechter op dit moment dat het voldoende veilig is om het opnieuw thuis te gaan proberen. Hopelijk lukt het jou om thuis niet veel op bed te liggen en weer meer dingen te gaan doen. De rechter wijst daarom het verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.