ECLI:NL:RBDHA:2026:17873

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705862 / FA RK 26-5209
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting crisismaatregel wegens suïcidaliteit en psychische stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 1 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van een minderjarige betrokkene met chronische suïcidaliteit en een autismespectrumstoornis. De crisismaatregel was op 26 mei 2026 genomen na een suïcidepoging waarbij veiligheidsafspraken niet mogelijk waren.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan geen therapie meer te willen en terug naar huis te willen, maar stond zij open voor medicatieaanpassing. De arts benadrukte dat voortzetting noodzakelijk is vanwege momenten waarop betrokkene wil vertrekken, wat levensgevaar kan opleveren. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.

De rechtbank wees enkel de opnamemogelijkheden en bewegingsbeperking toe als verplichte zorg, omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan overige zorgvormen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de maatregel is evenredig en effectief. De machtiging geldt tot en met 22 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor opname en bewegingsbeperking tot 22 juni 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/705862 / FA RK 26-5209
Datum beschikking: 1 juni 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 27 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 26 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 26 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 27 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat de suïcidaliteit nog altijd op de voorgrond staat. Zij wil geen therapie meer en het liefst terugkeren naar huis. Betrokkene heeft het moeilijk op de afdeling, omdat haar hulphond niet bij haar is. Tevens geeft zij aan dat een groot deel van de suïcidepogingen en suïcidale gedachtes niet bekend is bij de behandelaren en dat zij veel voor zichzelf houdt. Betrokkene staat open voor een aanpassing van haar medicatie, mits zij het idee heeft dat het helpend kan zijn. Omdat betrokkene bereid is in een vrijwillig kader mee te werken aan de behandeling, verzoekt de advocaat namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene werd opgenomen nadat zij een suïcidepoging had ondernomen en het op dat moment niet mogelijk was om veiligheidsafspraken te maken met haar. Op dit moment is samenwerking mogelijk. Een voortzetting van een crisismaatregel is echter noodzakelijk, omdat betrokkene momenten heeft waarop zij terug naar huis wil. Dat kan de overhand nemen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
Uit de stukken is gebleken dat bij betrokkene sprake is van chronische suïcidaliteit en zelfbeschadiging. Zij heeft meerdere pogingen gedaan om zichzelf van het leven te beroven en werd opgenomen nadat het wijkteam geen veiligheidsafspraken met haar kon maken. Betrokkene heeft aangegeven zichzelf van het leven te willen beroven op het moment dat zij weer terug naar huis gaat.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een autismespectrumstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Zij uit zich ambivalent ten aanzien van haar verblijf op de afdeling. Hoewel momenteel samenwerking mogelijk is, zijn er momenten waarop betrokkene niet langer in de accommodatie wil verblijven. Op die momenten is het noodzakelijk dat zij kan worden tegen gehouden. Een aanpassing van de medicatie zal onderwerp van gesprek zijn tussen de behandelaren en betrokkene om te bezien of dit verlichting van de klachten geeft. Betrokkene staat hier voor open.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg wijst de rechtbank, in afwijking van de verzochte vormen van verplichte zorg, enkel
beperken van de bewegingsvrijheiden
opnemen in een accommodatietoe. Ter zitting is gebleken dat betrokkene momenten heeft waarop zij zich verzet tegen de opname, maar vrijwillig meewerkt aan de overige vormen van zorg.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.