ECLI:NL:RBDHA:2026:1789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister heeft ten onrechte afgezien van hoorzitting in bezwaar bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Eisers, beiden van Syrische nationaliteit, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met als verblijfsdoel verblijf als familie- of gezinslid bij hun broer, de referent. De minister heeft deze aanvragen afgewezen en is bij bezwaar bij dit besluit gebleven. Eisers stelden dat zij ten onrechte niet zijn gehoord in een hoorzitting tijdens de bezwaarprocedure.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de minister terecht heeft afgezien van een hoorzitting. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat een vreemdeling in bezwaar in beginsel moet worden gehoord, zeker wanneer er sprake is van beslissingsruimte en een individuele belangenafweging.
De rechtbank concludeert dat de minister in deze zaak niet had mogen afzien van een hoorzitting, mede omdat de minister in het bestreden besluit zelf aanleiding zag om de belangenafweging opnieuw te maken en eisers expliciet om een hoorzitting hadden verzocht. De rechtbank onthoudt zich van een oordeel over de overige beroepsgronden omdat tijdens een hoorzitting mogelijk relevante feiten en omstandigheden aan het licht kunnen komen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.