ECLI:NL:RBDHA:2026:17928

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
11834258 / RL EXPL 25-14871
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
EU-verordening 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers wegens buitengewone omstandigheden bij vertraagde vlucht TUI

De passagiers hadden een boeking voor vlucht OR 1238 van TUI van Zakynthos naar Amsterdam op 27 augustus 2023, die met een vertraging van 4 uur en 41 minuten aankwam. Zij vorderden een vergoeding van €400 per persoon op grond van EU-verordening 261/2004 wegens deze vertraging.

TUI voerde verweer dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties opgelegd door de Europese luchtverkeersleiding Eurocontrol, en dat zij redelijke maatregelen had getroffen door een vervangend toestel in te zetten.

De kantonrechter oordeelde dat de akte van cessie van de vordering van het minderjarige kind geldig was en dat TUI voldoende had aangetoond dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Ook was aangetoond dat TUI redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te beperken.

Daarom werden de vorderingen afgewezen en werden de passagiers veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vorderingen van de passagiers worden afgewezen wegens bewezen buitengewone omstandigheden en voldoende redelijke maatregelen door TUI.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
NvE/c
Zaaknummer: 11834258 \ RL EXPL 25-14871
Vonnis van 14 juli 2026
in de zaak van

1.[eisers sub 1],

2. [eisers sub 2],
3. [eisers sub 3],
alle drie wonende te [woonplaats 1],

4. [eisers sub 4],

5. [eisers sub 5],

beiden wonende te [woonplaats 2],

6. [eisers sub 6],

7. [eisers sub 7],

beiden wonende te [woonplaats 3],

8. [eisers sub 8],

9. [eisers sub 9],

beiden wonende te [woonplaats 4],

10. [eisers sub 10],

11. [eisers sub 11],

beiden wonende te [woonplaats 2]
eisende partijen,
hierna samen te noemen: de passagiers,
gemachtigde: mr. R. Bos,
tegen
de besloten vennootschap TUI AIRLINES NEDERLAND B.V.,
statutair gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 juli 2025 met bijlagen,
- de conclusie van antwoord met bijlagen,
- de conclusie van repliek met bijlagen,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hadden voor 27 augustus 2023 een boeking voor vlucht OR 1238 van TUI van Zakynthos Airport (Griekenland) naar Amsterdam-Schiphol.
2.2.
Eisers sub 2 en 3 zijn wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kind [minderjarige]. Zij hebben in een akte van cessie de vordering van hun kind overgedragen aan zichzelf.
2.3.
De vlucht OR 1238 maakt onderdeel uit van de rotatievlucht van 27 augustus 2023 van Amsterdam – Ibiza – Amsterdam – Zakynthos – Amsterdam met vluchtnummers OR 1531/ OR 1532 respectievelijk OR 1237/ OR 1238.
2.4.
Het vliegtuig met registratie kenmerk N276GX heeft de vlucht naar Ibiza tijdig uitgevoerd. De terugvlucht naar Amsterdam stond gepland om 07:25 UTC.
2.5.
De passagiers zijn op 27 augustus 2023 vanuit Zakynthos vertrokken naar Amsterdam met toestel PH-TFN. Het vliegtuig is met een vertraging van 4 uur en 41 minuten, gearriveerd in Amsterdam.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 5.405,-, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Aan hun vorderingen leggen de passagiers ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] , hen recht geven op een vergoeding van € 400,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van hun vlucht van Zakynthos naar Amsterdam. Omdat betaling uitbleef hebben de passagiers kosten moeten maken die worden begroot op € 605,-. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de passagiers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van hen in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat niet gebleken is van een deugdelijke akte van cessie voor de vordering van de minderjarige. Daarnaast is de vertraging het gevolg van buitengewone omstandigheden namelijk zeer slechte weersomstandigheden in het luchtruim rond Ibiza en dat ondanks het treffen van redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Geldige akte van cessie
4.1.
Anders dan TUI heeft aangevoerd acht de kantonrechter de in productie 1 bij dagvaarding overgelegde akte van cessie van eisers sub 2 en 3 voldoende duidelijk. Daarin staat onder II. dat zij als wettelijke vertegenwoordiger van haar/zijn minderjarige kind de vordering van hun minderjarige kind op de luchtvaartmaatschappij overdraagt aan zichzelf. Daarnaast blijkt uit de overgelegde reisbescheiden dat de passagiers een boeking hadden voor de vlucht OR 1238 van 27 augustus 2023 van Zakynthos naar Amsterdam.
Buitengewone omstandigheid en redelijke maatregelen
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.3.
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.4.
Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert kan een beroep doen op een buitengewone omstandigheid waardoor niet de vertraagde vlucht is getroffen, maar een eerdere vlucht die zijzelf met hetzelfde luchtvaartuig dezelfde dag heeft uitgevoerd [2] , op voorwaarde dat er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen deze omstandigheid en de langdurige vertraging van de latere vlucht bij aankomst. Daarbij dient met name rekening gehouden te worden met de wijze waarop het betreffende luchtvaartuig door de betrokken luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert wordt geëxploiteerd.
4.5.
De passagiers hebben er primair op gewezen dat TUI niet heeft aangetoond dat het toestel met registratie N276GX ingeroosterd stond voor de rotatievlucht Amsterdam – Zakynthos – Amsterdam voor 27 augustus 2023, zodat de gestelde buitengewone omstandigheid hier niet van toepassing zou zijn. Subsidiair stellen de passagiers dat niet gebleken is dat het vervangende toestel met registratie PH-TFM niet eerder beschikbaar was. De kantonrechter is van oordeel dat TUI voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat op 27 augustus 2023 het toestel met registratiekenmerk N276GX tijdens de rotatievlucht OR 1531 / OR 1532 op Ibiza restricties opgelegd heeft gekregen van de Europese luchtverkeersleiding Eurocontrol. Het toestel stond gepland voor vertrek om 07:25 UTC. Om 08:16 UTC ontving TUI bericht dat de luchthaven Ibiza was gesloten voor vertrekkend verkeer en dat onduidelijk was wanneer er wel vertrokken kon worden. Daarop heeft TUI een ander toestel met registratie PH-TFN vrijgemaakt en ingezet voor de rotatievlucht OR 1237/ OR 1238. Bij dupliek heeft TUI gewezen op een onderdeel van de overgelegde log van Eurocontrol waaruit kan worden opgemaakt dat het toestel N276GX de vlucht oorspronkelijk zou uitvoeren. Dit is weliswaar laat in de procedure, maar ook de passagiers betwisten pas in conclusie van repliek dat dit toestel (N276GX) als oorspronkelijk toestel stond geregistreerd. Dat TUI een ander toestel had ingezet heeft zij al bij de eerste afwijzing van de vordering meegedeeld, zodat de passagiers dat standpunt eerder hadden kunnen innemen. Ditzelfde geldt voor het standpunt van de passagiers dat niet gebleken zou zijn dat het vervangende toestel niet eerder beschikbaar was dan om 14.30 UTC. Ook dat is pas bij repliek ingenomen terwijl dat al bij dagvaarding had gekund. Aan de enkele blote betwisting gaat de kantonrechter dan ook voorbij. Vervolgens is genoegzaam gebleken dat dit toestel (PH-TFN) als gevolg van een Slot Allocation Message (OM SAM) een Calculated Take-Off Time (CTOT) opgelegd heeft gekregen, welke diverse malen is herzien. Uiteindelijk is het toestel om 15:45 UTC opgestegen naar Zakynthos om daarna met een vertraging terug te keren naar Amsterdam.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat TUI een beroep toekomt op de buitengewone omstandigheid en dat zij voldoende heeft aangetoond dat zij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vlucht zo spoedig mogelijk uit te voeren. De vorderingen van de passagiers zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.7.
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,-
(2 punten × € 360,-)
- nakosten
144,-
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,-

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 864,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.

Voetnoten

1.Het Wallentin-Hermann arrest (HvJ EU 22 december 2008, C-549/07), het Sturgeon-arrest (HvJ EU 19 november 2009, C-402/07) en het Folkerts-arrest (HvJ EU 26 februari 2013, C-11/11).
2.Zaak C-74/19, Transportes Aéreos Portugueses, EU:C:2020:460, punt 52 en 55 en zaak C-826/19, Austrian Airlines, ECLI:EU:C:2021:318, punt 57.