ECLI:NL:RBDHA:2026:17954
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER voor verzorgende stiefouder
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende man, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn Nederlandse echtgenote en haar kinderen te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder meende dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij de verzorgende stiefouder was en dat er geen afhankelijkheidsrelatie bestond met de minderjarige stiefzoon in de zin van het arrest Chavez-Vilchez.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen sprake zou zijn van meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken. Eiser had diverse verklaringen en bewijsstukken overgelegd, waaronder verklaringen van hemzelf, zijn echtgenote en het kind, foto’s, een verklaring van de school en een beschikking over de vernietiging van een eerdere erkenning. Deze stukken toonden aan dat eiser een actieve verzorgende rol vervult.
De rechtbank concludeerde dat het beroep gegrond is en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument EU/EER is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.