ECLI:NL:RBDHA:2026:17958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit na tijdelijke bescherming Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende vreemdeling die vanuit Oekraïne naar Nederland kwam en tijdelijk bescherming genoot op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit bepaalde dat eiser Nederland binnen vier weken na 4 september 2025 moest verlaten, omdat zijn recht op tijdelijke bescherming was geëindigd en hij geen verblijfsvergunning of lopende vreemdelingenprocedures had.
Eiser voerde in beroep aan dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was vanwege een te vroege SIS-melding, disproportionaliteit, onredelijkheid van het Nederlandse beleid ten opzichte van andere EU-lidstaten en schending van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd, dat de SIS-registratie niet onrechtmatig was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die verwijdering van de SIS-signalering rechtvaardigden.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat het Nederlandse beleid onredelijk hard was in vergelijking met andere EU-landen en concludeerde dat het beëindigen van de tijdelijke bescherming niet ter beoordeling stond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak in het beroep was gedaan en er geen connexiteit meer bestond. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.