ECLI:NL:RBDHA:2026:17967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL25.12412 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • D. van Dokkum
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen uitspraak over niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Deze uitspraak betreft het verzet van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 24 juli 2025, waarin het beroep van een aanvrager gegrond werd verklaard wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en kinderen.

De rechtbank heeft in de eerdere uitspraak zonder zitting beslist, omdat het oordeel kennelijk was dat de beslistermijn was overschreden. De minister maakte bezwaar tegen deze uitspraak en stelde dat de rechtbank ambtshalve rekening had moeten houden met een latere uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juli 2025, waarin een andere beslistermijn en dwangsom werden vastgesteld voor opvolgende beroepen.

De rechtbank oordeelt dat het eerdere vonnis ten onrechte zonder zitting is gewezen en dat het niet is uitgesloten dat een zitting tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Daarom verklaart de rechtbank het verzet gegrond, vervalt de uitspraak van 24 juli 2025 en wordt het onderzoek hervat in de stand van voor die uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van 24 juli 2025 vervalt en het onderzoek wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12412 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

de minister van Asiel en Migratie, opposant [1]
(gemachtigde: [gemachtigde]),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 juli 2025 in het geding tussen

[naam], V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Erik)
en
opposant

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 24 juli 2025 waarin de rechtbank het beroep van [naam] gegrond heeft verklaard.
1.1.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 24 juli 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [2] is dat het beroep gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het beroep
4. Het beroep van [naam] ging over het niet tijdig nemen van een besluit door opposant op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van zijn echtgenote en kinderen.
De uitspraak van 24 juli 2025
5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de bij de uitspraak van 14 augustus 2024 opgedragen beslistermijn is overschreden. De rechtbank heeft een beslistermijn van twee weken gesteld en een dwangsom vastgesteld van € 200,- voor elke dag waarmee deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
De verzetsgronden van opposant
6. Opposant heeft verzet gedaan, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 24 juli 2025. Opposant voert aan dat de rechtbank in de uitspraak van ambtshalve rekening had moeten houden met de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 23 juli 2025. [3] In deze uitspraak heeft de rechtbank een oordeel gegeven over de beslistermijn en rechterlijke dwangsom voor opvolgende beroep niet tijdig beslissen.
Het oordeel van de rechtbank
7. De rechtbank is van oordeel dat in de uitspraak van 24 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat het beroep kennelijk gegrond is. Er is daarom ten onrechte uitspraak gedaan zonder opposant op zitting te horen. Het is namelijk niet uitgesloten dat een zitting in het licht van het vorenstaande tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Bij uitspraak van
23 juli 2025 heeft deze rechtbank geoordeeld dat het voor opvolgende beroepen redelijk is om dezelfde beslistermijn op te leggen als in eerste beroepen niet tijdig beslissen en dat een rechterlijke dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €7.500,- redelijk is. In de uitspraak van 24 juli 2025 heeft de rechtbank een andere beslistermijn opgelegd en dwangsom vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 24 juli 2025 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzet gegrond;
  • verklaart de uitspraak van 24 juli 2025 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
2.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).