Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de Minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.J.F. Elzenaar, griffier.
Rechtbank Den Haag
Opposant diende op 28 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op zijn asielaanvraag van 7 januari 2024. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 18 maart 2026 het beroep gegrond en beval de minister binnen acht weken alsnog een besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, stellende dat er op de dag van de uitspraak al een besluit op zijn aanvraag bekend was bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is omdat zij in de bestreden uitspraak ten onrechte heeft aangenomen dat er nog geen besluit was genomen.
De uitspraak van 18 maart 2026 wordt daarom vervallen verklaard en het onderzoek wordt hervat in de stand van vóór die uitspraak. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van opposant, vastgesteld op € 467,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de uitspraak van 18 maart 2026 vervalt en het onderzoek wordt hervat.