ECLI:NL:RBDHA:2026:17995
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning van proceskostenvergoeding bij ingetrokken asielberoep wegens niet-tijdig beslissen
Verzoeker heeft op 18 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 21 november 2022. De minister heeft op 20 augustus 2025 alsnog een besluit genomen en de aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroepsgronden ingediend.
Op 20 februari 2026 heeft de minister het eerdere besluit ingetrokken en bij besluit van 27 februari 2026 de asielaanvraag ingewilligd. Verzoeker heeft daarop zijn beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de minister.
De rechtbank oordeelt dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen, zowel het beroep tegen het niet tijdig beslissen als het inhoudelijke beroep. De rechtbank stelt vast dat verzoeker recht heeft op 1,5 punt aan proceskosten, omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen als een apart, eenvoudig beroep wordt gezien met een wegingsfactor van 0,5, en het inhoudelijke beroep een punt met wegingsfactor 1 waard is.
De minister had slechts 1 punt toegekend, maar de rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 1.401,- aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Hollebrandse en griffier L.G.C. Lelifeld op 1 juli 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 1.401,- aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen en het daarop volgende beroep.