ECLI:NL:RBDHA:2026:18026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
De zaak betreft de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist deze maatregel en voert meerdere beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de maatregel en de vraag of schadevergoeding moet worden toegekend.
De minister heeft de maatregel opgelegd omdat eiser tijdens het gehoor opnieuw asiel heeft gevraagd, met als doel het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de asielbeoordeling. Uit het proces-verbaal blijkt een Eurodac-treffer, maar de minister erkent dat de maatregel op een verkeerde wettelijke grondslag is gebaseerd; artikel 59a had moeten worden toegepast in plaats van artikel 59b.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel vanaf het moment van oplegging onrechtmatig is en beveelt de onmiddellijke opheffing. Tevens kent zij een schadevergoeding toe voor de periode van acht dagen onrechtmatige bewaring, een bedrag van €1.000,-, en een proceskostenvergoeding van €934,-. De minister wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking vanwege de onrechtmatigheid van de maatregel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.