ECLI:NL:RBDHA:2026:18047

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL26.34674
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 96 lid 3 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring ongegrond verklaard

De eiser, een Mauritaanse nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van vreemdelingenbewaring die op 19 maart 2026 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 27 mei 2026 bevestigd en beoordeelt nu alleen de periode daarna.

Eiser heeft geen beroepsgronden tegen het voortduren van de bewaring ingediend en de rechtbank heeft ambtshalve getoetst of het voortduren onrechtmatig is. De rechtbank ziet geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te verklaren.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.34674

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Faber),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 30 juni 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt zijn geboren op [geboortedag] 1986 en de Mauritaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Uit de uitspraak van 29 mei 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 27 mei 2026, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 27 mei 2026.
4. Eiser heeft kenbaar gemaakt geen opmerkingen te hebben over de voortduring van de maatregel van bewaring. Hij heeft daarom geen beroepsgronden ingediend.
5. Met inachtneming van de ambtshalve toets ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Uitspraken van 1 april 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:7425) en 29 mei 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:14156).