ECLI:NL:RBDHA:2026:18050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Verweerder heeft op 6 januari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 15 mei 2026 zonder zitting.
De rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 8 april 2026 tot 15 mei 2026, omdat eerder is vastgesteld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was. Eiser betoogt dat een lichter middel moet worden toegepast vanwege de zware omstandigheden in detentie en zijn medewerking aan uitzetting.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat geen lichter middel passend is en ziet geen relevante wijziging in omstandigheden die het voortduren van de bewaring onredelijk maken. Ook de lopende voorlopige voorzieningenprocedure leidt niet tot een ander oordeel.
Ambtshalve toetsing van de maatregel, mede gelet op het EU-recht en het belang van non-refoulement en gezinsleven, geeft geen aanleiding tot opheffing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.