ECLI:NL:RBDHA:2026:18062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/09/665314 / HA ZA 24-365
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming tweede psychiater als deskundige in civiele letselschadezaak

In deze civiele letselschadezaak heeft de rechtbank Den Haag op 1 juli 2026 een vonnis gewezen waarin zij een tweede psychiater benoemt als deskundige. Dit volgt op een eerder tussenvonnis waarin de rechtbank aanleiding zag om een extra deskundige te benoemen voor beantwoording van de IWMD-vraagstelling.

Partijen stemden in met de voorgestelde deskundige, maar Allianz maakte bezwaar vanwege diens beperkte ervaring met civiele zaken. De rechtbank verwierp dit bezwaar, stellende dat de deskundige zich bereid heeft verklaard het onderzoek te verrichten en dat hij eerder in civiele procedures was benoemd. De deskundige moet een disclosure statement afgeven om zijn achtergrond en ervaring inzichtelijk te maken.

De rechtbank bepaalt dat Allianz het volledige voorschot van € 10.487,97 inclusief btw moet voldoen. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek en elkaar te informeren over schriftelijke opmerkingen aan de deskundige. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het disclosure statement is ontvangen en beoordeeld.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een tweede psychiater als deskundige en legt het voorschot voor de kosten bij Allianz neer.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/665314 / HA ZA 24-365
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. J.G. Keizer te Amersfoort,
tegen
ALLIANZ BENELUX N.V.(mede handelend onder de naam
ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING) te Brussel (België) (mede kantoorhoudend te Rotterdam),
gedaagde,
hierna te noemen: Allianz,
advocaat: mr. H.A. Kragt te Arnhem.
Partijen blijven aangeduid als [eiseres] en Allianz.

1.De verdere procedure en beoordeling

1.1.
De rechtbank heeft in deze zaak op 25 maart 2026 een (tweede) tussenvonnis gewezen waarbij is overwogen dat de rechtbank aanleiding ziet om een psychiater als tweede deskundige te benoemen, aan wie de IWMD-vraagstelling wordt voorgelegd zoals deze luidt op de datum van het vonnis waarin de deskundige wordt benoemd.
1.2.
Partijen hebben op 8 april 2026 laten weten akkoord te zijn met de door de rechtbank voorgestelde persoon van de deskundige ([naam 1] van WPEX). Zij bleek echter het onderzoek niet te kunnen uitvoeren en heeft een collega-psychiater –
[naam 2] van WPEX (hierna: [naam 2]) – aangeraden. In een e-mailbericht van WPEX van 18 mei 2026 is vermeld dat [naam 2] het onderzoek kan uitvoeren en dat hij vrij staat van partijen. Van [naam 2] is ook een kostenbegroting ontvangen.
1.3.
Vervolgens heeft de rechtbank partijen gevraagd of zij kunnen instemmen met benoeming van [naam 2] en zijn kostenbegroting. [eiseres] heeft per e-mailbericht van
8 juni 2026 laten weten daarmee akkoord te zijn. Allianz heeft per e-mailbericht van
8 juni 2026 gemeld bezwaar te hebben tegen benoeming van [naam 2] als deskundige, omdat de medisch adviseur van Allianz van [naam 2] alleen een (onduidelijke) rapportage heeft gezien in een UWV-kwestie terwijl het hier gaat om een civiele zaak waarin het medisch causaal verband centraal staat. Allianz heeft een andere psychiater voorgesteld ([naam 3]). [eiseres] heeft per e-mailbericht van 16 juni 2026 – terecht – meegedeeld dat [naam 3] geen nieuwe zaken meer aanneemt volgens zijn website. [eiseres] vraagt [naam 2] te benoemen.
1.4.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank zal voorbijgaan aan het door Allianz geuite bezwaar tegen benoeming van [naam 2]. Dat bezwaar houdt in dat hij geen civielrechtelijke (letsel)schadekwesties zou behandelen. Psychiater [naam 2] heeft zich bereid verklaard het onderzoek in de onderhavige (letsel)zaak te verrichten, waaruit volgt dat hij zich daartoe in staat acht. Ook constateert de rechtbank net als [eiseres] dat [naam 2] – anders dan Allianz stelt – wel degelijk eerder in een civiele procedure als deskundige is benoemd (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBDHA:2026:12301). Bovendien zal aan [naam 2] worden gevraagd een zogenoemd disclosure statement af te geven, waarmee hij inzicht geeft in onder meer relevante (werk)ervaring en achtergrond.
1.5.
De rechtbank ziet aanleiding om [naam 2] te vragen het disclosure statement af te geven alvorens over te gaan tot het inhoudelijke onderzoek. De in het disclosure statement opgenomen vragen dienen ter verdere beoordeling van de vraag of [naam 2] in deze zaak als deskundige kan optreden. Aan [naam 2] zal na afgifte van het disclosure statement de IWMD-vraagstelling worden voorgelegd, tenzij de inhoud van het disclosure statement en de reacties daarop van partijen aanleiding zouden geven tot een andere beslissing.
1.6.
De rechtbank zal thans overgaan tot benoeming van [naam 2] als deskundige. Hij dient – zoals hiervoor is vermeld – allereerst de hierna onder de beslissing vermelde vragen (disclosure statement) te beantwoorden, waarna partijen zich daarover mogen uitlaten.
1.7.
De rechtbank ziet aanleiding om – net als in het tussenvonnis van 2 april 2025 – te bepalen dat Allianz het voorschot dient te voldoen. In dat vonnis is toegelicht dat als hoofdregel geldt (op grond van artikel 195 Rv Pro) dat de eisende partij het voorschot dient te voldoen, maar dat de rechtbank in de omstandigheid dat Allianz aansprakelijkheid heeft erkend aanleiding ziet om van die hoofdregel af te wijken. Om redenen van praktische aard, zal de rechtbank Allianz opdragen om nu reeds het volledig door [naam 2] begrote voorschot (van € 10.487,97 incl. btw) te deponeren.
1.8.
De rechtbank wijst er nu reeds op dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.
1.9.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de andere partijen te verstrekken.
1.10.
In afwachting van de afgifte door [naam 2] van het disclosure statement en de reacties daarop van partijen, zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

2.De beslissing

De rechtbank:
2.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige, in eerste instantie ter beantwoording van de volgende vragen:
Disclosure statement
Persoonlijke gegevens:
• Waar bent u werkzaam?
• Heeft u aan uw beroep gerelateerde nevenfuncties en zo ja welke?
• Welke kwalificaties (denk aan opleiding en professionele ervaring) heeft u voor het uitbrengen van een rapport in de onderhavige (civielrechtelijke letselschade)zaak?
• Heeft u in het verleden als expert opgetreden en zo ja, hoe vaak? En was dat in opdracht van de eisende partij, de aangesproken partij of van de rechter? (het is uiteraard niet nodig om namen te noemen);
Medisch-wetenschappelijk:
Voor zover er over het onderwerp van de expertise – psychi(atri)sche klachten bij whiplash – medisch wetenschappelijk uiteenlopende opvattingen bestaan, dan ontvangt de rechtbank graag:
• een weergave van de verschillende opvattingen (voor zover mogelijk met verwijzing naar literatuur);
• een weergave van de eigen opvatting;
• beantwoording van de vraag of van de opvatting van de deskundige afwijkende opvattingen tot een andere conclusie zouden hebben gevoerd, en zo ja, welke die dan zou(den) zijn geweest (voor zover die vraag nu reeds te beantwoorden valt);
2.2.
benoemt tot deskundige:
de heer [naam 2], psychiater bij WPEX,
[postadres] [plaats];
het voorschot
2.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote totaalbedrag van € 10.487,97 (incl. btw);
2.4.
bepaalt dat Allianz het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
2.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
2.6.
bepaalt dat [eiseres] haar procesdossier (waaronder haar medische dossier) in afschrift aan de deskundige moet toesturen;
2.7.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige vóór het afgeven van het disclosure statement dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige de in het disclosure statement opgenomen vragen pas dient te beantwoorden nadat de griffier hem heeft laten weten dat het voorschot is betaald;
2.8.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt en dat partijen de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven om te komen tot afgifte van een disclosure statement;
het disclosure statement
2.9.
draagt de deskundige op om
uiterlijk zes wekenna het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend disclosure statement in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;
2.10.
bepaalt dat de deskundige
nietis gehouden een concept-disclosure statement aan partijen voor te leggen;
2.11.
bepaalt dat partijen
binnen vier wekennadat het disclosure statement aan hen is toegezonden, in de gelegenheid zullen zijn bij (een aan de rechtbank gerichte) brief te reageren op het disclosure statement;
overig
2.12.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden;
2.13.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op
1 juli 2026.