Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
- aan de vrouw vervangende toestemming verleend om met de kinderen naar [plaats 1] te verhuizen;
- bepaald dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben;
- bepaald dat [de minderjarige 1] vanaf 1 september 2025 bij de man zal zijn: iedere week op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur en iedere woensdag uit school tot 19.00 uur, waarbij de man haalt en brengt;
- bepaald dat [de minderjarige 2] vanaf 1 september 2025 bij de man zal zijn: iedere week op zondag van 10.00 uur tot woensdagochtend, waarbij de man haar op zondagochtend bij de vrouw ophaalt, en de vrouw [de minderjarige 2] op woensdag bij de man ophaalt;
- een vakantie-en feestdagenregeling bepaald;
- aan de vrouw vervangende toestemming verleend om [de minderjarige 1] in te schrijven op de basisschool [basisschool] te [plaats 1] ;
- bepaald dat de man de huurder zal zijn van de voormalig echtelijke woning in [plaats 2] .
- de vrouw geboden met de kinderen uiterlijk 1 mei 2026 terug te verhuizen naar [plaats 2] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag dat zij dit gebod overtreedt met een maximum van € 50.000,--;
- een zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de man verblijven iedere zondag van 10.00 uur tot woensdag 12.00 uur, en van woensdag 12.00 uur tot zondag 10.00 uur bij de vrouw, waarbij de ouder waar de kinderen naar toe gaan de kinderen ophaalt. Vanaf het moment dat [de minderjarige 3] één jaar oud is, geldt voor hem dezelfde zorgregeling als voor de oudste twee kinderen; tot die tijd kan de man [de minderjarige 3] wekelijks op zondag zien bij het ophalen van de andere kinderen;
- bepaald dat de vrouw dient mee te werken aan het inschrijven van [de minderjarige 1] bij de [school] in [plaats 2] per 1 mei 2026, en bij gebreke van deze medewerking verleent het hof vervangende toestemming hiervoor aan de man.
3.Het geschil
- i) schorsing van de tenuitvoerlegging van het verhuisbevel uit de beschikking van het hof van 26 november 2025 tot 1 januari 2027, althans voor een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn;
- ii) schorsing van de verbeurte en verdere tenuitvoerlegging van de dwangsommen als bepaald in de beschikking van het hof voor dezelfde termijn als onder (i) bedoeld, waarbij de man zich tevens dient te onthouden van de tenuitvoerlegging van de dwangsommen die zijn verbeurd over de periode 1 mei 2026 tot en met de datum van het vonnis in deze procedure;
- iii) schorsing van de tenuitvoerlegging van de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van het hof zolang de vrouw haar hoofdverblijfplaats in [plaats 1] heeft, althans voor een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn;
- iv) voorlopig te bepalen dat [de minderjarige 1] gedurende dezelfde termijn als onder (i) genoemd, feitelijk onderwijs zal blijven volgen aan [basisschool] te [plaats 1] in klas 1-2C;
- v) de man te gebieden zijn volledige medewerking te verlenen aan het feitelijk schoolbezoek van [de minderjarige 1] aan de voornoemde school in [plaats 1] , waaronder mede begrepen: het gehengen en gedogen van voortzetting van het onderwijs aan [basisschool] ; het nalaten van handelingen die ertoe strekken het schoolbezoek van [de minderjarige 1] in [plaats 1] te verhinderen, frustreren of beëindigen; het verlenen van alle noodzakelijke toestemmingen en medewerking die door de school worden verlangd een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag(deel) dat de man in overtreding is;
- vi) te bepalen dat deze voorziening, voor zover noodzakelijk, in de plaats treedt van de toestemming van de man;
- vii) de man te veroordelen in de kosten van dit geding en in de onderzoekskosten.
- i) te bepalen dat totdat [de minderjarige 3] op [geboortedatum 3] 2026 één jaar wordt hij bij de man zal verblijven de zondagen van 10.00 uur tot 19.00 uur, althans tot 12.00 uur, waarbij de man [de minderjarige 3] zal ophalen en terugbrengen, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per keer dat de vrouw hieraan weigert mee te werken;
- ii) te bepalen dat de vrouw veroordeeld wordt om vanaf heden [de minderjarige 1] op schooldagen dat hij bij haar verblijft naar de [school] in [plaats 2] te brengen, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per keer dat de vrouw hieraan niet voldoet;
- iii) de vrouw te veroordelen in de proceskosten.
4.De beoordeling van het geschil
Shetectgedateerd 5 mei 2026 overgelegd. De man betwist de juistheid van de bevindingen en conclusies in dit rapport.