ECLI:NL:RBDHA:2026:18076
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming kinderalimentatie wegens gebrek aan spoedeisend belang
De moeder vordert dat de vader de overeengekomen kinderalimentatie van €1.000 per maand nakomt en een voorschot van €5.000 betaalt voor de periode november 2025 tot en met maart 2026. Zij stelt dat de vader sinds november 2025 niet meer betaalt, waardoor zij financiële middelen mist voor het levensonderhoud van de kinderen.
De vader betwist dat er een bindende afspraak is gemaakt en stelt dat zijn inkomen fors is gedaald, waardoor hij de bijdrage niet kan voldoen. Hij vindt dat een kort geding niet de juiste procedure is voor een berekening van de kosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een acute financiële noodsituatie, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt. Daarom wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Partijen stemmen in met mediation om het geschil op te lossen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot nakoming kinderalimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang; partijen worden verwezen naar mediation.