ECLI:NL:RBDHA:2026:18112
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met duur van zes maanden
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het middelengebruik. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling en heeft de wens om uit te stromen naar een HAT-woning, maar er is nog geen perspectief op doorstroom.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het goed met hem gaat, maar erkent het drugsgebruik als een blijvend probleem. De advocaat pleitte primair voor afwijzing van het verzoek wegens het ontbreken van dreigend ernstig nadeel en subsidiair op basis van vrijwilligheid, aangezien betrokkene gemotiveerd is en medicatie blijft innemen. De psychiater stelde dat er sprake is van een wisselend toestandsbeeld met risico op psychotische ontregeling bij toenemende spanning, en dat verplichte zorg nodig blijft vanwege ambivalentie en het risico op decompensatie.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige nadelen ondervindt door psychotische decompensatie en middelengebruik, met agressie en impulsregulatieproblemen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom toegekend, maar in afwijking van het verzoek beperkt tot zes maanden, om de voortgang richting uitstroom naar een zelfstandiger accommodatie te monitoren.
De beschikking omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, onderzoek op middelen en gevaarlijke voorwerpen, en opname in een accommodatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg voort te zetten.