ECLI:NL:RBDHA:2026:18112

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705828 / FA RK 26-5193
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met duur van zes maanden

De rechtbank Den Haag behandelde op 2 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het middelengebruik. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling en heeft de wens om uit te stromen naar een HAT-woning, maar er is nog geen perspectief op doorstroom.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat het goed met hem gaat, maar erkent het drugsgebruik als een blijvend probleem. De advocaat pleitte primair voor afwijzing van het verzoek wegens het ontbreken van dreigend ernstig nadeel en subsidiair op basis van vrijwilligheid, aangezien betrokkene gemotiveerd is en medicatie blijft innemen. De psychiater stelde dat er sprake is van een wisselend toestandsbeeld met risico op psychotische ontregeling bij toenemende spanning, en dat verplichte zorg nodig blijft vanwege ambivalentie en het risico op decompensatie.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige nadelen ondervindt door psychotische decompensatie en middelengebruik, met agressie en impulsregulatieproblemen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom toegekend, maar in afwijking van het verzoek beperkt tot zes maanden, om de voortgang richting uitstroom naar een zelfstandiger accommodatie te monitoren.

De beschikking omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, onderzoek op middelen en gevaarlijke voorwerpen, en opname in een accommodatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg voort te zetten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/705828 / FA RK 26-5193
Datum beschikking: 02 juni 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling]
te [plaats],
advocaat: mr. R.T. Schrama te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 mei 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 21 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 20 mei 2026;
- een zorgplan van 20 mei 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 mei 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 8 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 02 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2];
- de regiebehandelaar, [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat dat het goed met hem gaat. Sinds de vorige zitting is er echter niets gebeurd en er is nog altijd geen perspectief op doorstroom. Hij heeft de wens om een normaal leven te leiden en uit te stromen naar een HAT-woning. Betrokkene erkent dat het drugsgebruik een probleem blijft. In december 2025 heeft hij drugs gebruikt, maar is toen niet psychotisch geworden.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Er is op dit moment geen sprake van dreigend ernstig nadeel. Ook is betrokkene eerlijk en helder in zijn drugsgebruik. Daarbij is betrokkene al langere tijd niet psychotisch gedecompenseerd. In de medische verklaring worden geen actuele incidenten aangehaald. De advocaat pleit subsidiair voor afwijzing van het verzoek op basis van vrijwilligheid. Betrokkene verzet zich niet tegen de noodzakelijke zorg en wenst zijn verblijf op vrijwillige basis voort te zetten. Er is overeenstemming over de medicatie. Bij afwijzing van het verzoek zal betrokkene zijn medicatie in blijven nemen en de ambulante zorg blijven accepteren. Er is sprake van enig ziektebesef en -inzicht. Betrokkene is intrinsiek gemotiveerd om mee te werken aan de behandeling en heeft doelen voor ogen. Het afgelopen jaar heeft hij zelf aangedrongen op uitstroom naar een HAT-woning. Ook hieruit blijkt zijn vrijwilligheid. Mocht de rechtbank toch overgaan tot toewijzing van het verzoek, pleit de advocaat met klem om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. Tijdens vorige zitting is er gesproken over uitstoom naar een passende plek, maar nu blijkt dat hier nog geen stappen in zijn gezet. Het afgelopen jaar heeft betrokkene geen perceptief gehad en heeft hij vooral het gevoel dat hij vastloopt. Hier zou aandacht voor moeten zijn.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat er in het afgelopen jaar sprake was van een wisselend toestandsbeeld. Indien de spanning toeneemt blijft er een risico op psychotische ontregeling. Betrokkene ziet dit zelf niet in en hij ontkent dat hij psychotisch is geweest. In het afgelopen jaar is betrokkene tijdelijk overgeplaatst naar de forensische HIC om te stabiliseren. Daarbij bleek het noodzakelijk de vrijheden van betrokkene tijdelijk in te perken. Op dit moment worden de mogelijkheden voor uitstroom overwogen. Dit kan mogelijk spanning met zich meebrengen waardoor de inzet van verplichte zorg voorzienbaar is. Ten aanzien van de vrijwilligheid merkt de psychiater op dat er sprake is van ambivalentie. Op momenten is er sprake van een samenwerking, maar hier kan geen duurzaam beroep op worden gedaan. Daarbij is een zorgmachtiging ook nodig voor de eventuele uitstroom naar Parnassia.
De casemanager heeft hierop aangevuld dat er in het afgelopen jaar veelvuldig gesprekken hebben plaatsgevonden met Parnassia. Op korte termijn zal er een intake plaatsvinden voor een eventuele overplaatsing naar een HAT-woning.

Beoordeling

Op 10 juli 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 10 juli 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrumstoornis. Daarnaast is betrokkene bekend met stoornis in het gebruik van middelen.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene voorafgaand aan de opname betrekkings- en achtervolgingswanen had. Betrokkene heeft in of vanuit zijn woning geschoten vanuit de angst dat mensen hem op kwamen halen. Tijdens eerdere psychotische episoden speelde middelengebruik een ontregelende rol. Het is de verwachting dat er met betrokkene onvoldoende afspraken kunnen worden gemaakt over de inname van medicatie en abstinentie van middelen in een ambulante setting. Betrokkene wordt daarbij snel overvraagd vanuit een beperkt cognitief vermogen en een achterdochtige kijk op de wereld. Het ernstig nadeel vloeit voornamelijk voort uit gedrag voortkomend vanuit middelengebruik, psychotische decompensatie en daarmee impulsregulatieproblematiek en agressie. Bij decompensatie wordt betrokkene zeer agressief, met name vanuit angst voor zijn omgeving.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er vooralsnog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene blijkt ambivalent ten aanzien van het vrijwillig accepteren van de noodzakelijke zorg. Betrokkene neemt zijn medicatie niet altijd conform voorschrift in. Betrokkene lijkt de omvang en impact van zijn middelengebruik te bagatelliseren en ontkent de negatieve invloed van drugsgebruik op zijn psychosegevoeligheid. Om die reden blijft verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank zal, in afwijking van het verzoek, de zorgmachtiging toewijzen voor de duur van zes maanden. Uit de toelichting van de psychiater blijkt dat er in het afgelopen jaar voorzichtig de eerste stappen zijn gezet om betrokkene door te laten stromen naar een andersoortige accommodatie met meer zelfstandigheid, zoals betrokkene zelf ook graag wil, maar dat dit tot op heden niet de gewenste uitkomst gehad. De rechtbank stelt vast dat het noodzakelijk is om hier de komende maanden op in te blijven zetten. Dat er in de komende tijd een intake voor betrokkene gepland staat, stemt wat dat betreft hoopvol. Het is voor betrokkene belangrijk te blijven ervaren dat er stappen vooruit gezet worden en dat hij perspectief houdt. Om de voortgang hiervan te blijven monitoren, wijst de rechtbank het verzoek dus toe maar voor de duur van zes maanden. Indien betrokkene op korte termijn uitstroomt, kan de noodzakelijk geachte zorg binnen het kader van de zorgmachtiging worden gecontinueerd. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 02 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 juni 2.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.