Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Leiden
[derde-partij] B.V.te Kwintsheul (vergunninghouder).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om een omgevingsvergunning voor een appartementencomplex te verlenen. Het college verklaarde het bezwaar van verzoeker ongegrond. Later trok het college de vergunning in op verzoek van de vergunninghouder.
Naar aanleiding van de intrekking trok verzoeker het beroep in en verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde het college in de gelegenheid te reageren, maar het college reageerde niet.
De rechtbank oordeelde dat intrekking van de vergunning op verzoek van de vergunninghouder niet gelijkstaat aan tegemoetkomen aan het beroep van verzoeker. Omdat het besluit op andere gronden dan die van verzoeker was genomen, was er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de intrekking van de vergunning niet tegemoetkomt aan het beroep van verzoeker.