ECLI:NL:RBDHA:2026:18158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
NL25.59590
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 3 december 2025 waarbij zijn asielaanvraag werd afgewezen. De kernvraag was of eiser nog belang had bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken zonder de overheid te informeren, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk verzochte internationale bescherming, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Verweerder informeerde de rechtbank dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde bevestigde dat er geen contact meer is.

Hieruit concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59590

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of eiser nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.
3. Verweerder heeft de rechtbank op 9 juni 2026 schriftelijk bericht dat eiser volgens de informatie in de Basis Voorziening Vreemdelingen met onbekende bestemming is vertrokken. Naar aanleiding van het bericht van verweerder van 9 juni 2026, heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer zij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 19 juni 2026 meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiser.
4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Biyikli, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.